Speciale erkenning voor inzet Defensie op gebied van LHBT+

Defensie scoort opnieuw goed op de Global Benchmark, een online tool van het internationale platform Workplace Pride. Deze organisatie kijkt bijvoorbeeld naar het beleid en uitvoering rond LHBT+ medewerkers. Het is de tweede keer dat Defensie meedeed aan de benchmark. In totaal participeerden 59 organisaties.

Vorige keer eindigde Defensie als tweede binnen alle ministeries van Nederland, met een score van 39,5%. Die score is dit jaar gestegen naar 50,3%. Dat betekent dat alle extra inspanningen niet voor niets zijn geweest. Defensie eindigt bovendien opnieuw in de top van de publieke sector én ministeries. Workplace Pride deelt zelfs een “special recognition” uit, een speciale erkenning voor de inzet.

Binnen Defensie zetten de SHK, dit is het LHBT+ netwerk van Defensie, en de Personeelsdirectie zich in voor een inclusieve en diverse organisatie. De SHK, ooit opgericht onder de noemer Stichting Homoseksualiteit en Krijgsmacht, is verheugd met de hogere score, zegt voorzitter Jaus Muller. “Maar dit betekent niet dat alle problemen zijn opgelost en we niets meer te doen hebben. Er is nog meer dan genoeg te doen om de rechten en mogelijkheden van LHBT+ medewerkers te verbeteren en daar werken we elke dag hard aan. Maar we zijn in ieder geval op de goede weg.”

Stappen te zetten
Op bijvoorbeeld het gebied van beleid en communicatie zijn vergeleken met andere instanties nog stappen te zetten. Dat geldt ook voor ondersteuning. Workplace Pride geeft daarom nog een groot aantal tips, om de organisatie op dat vlak te verbeteren. Wel is er op de werkvloer veel aandacht voor het onderwerp en zijn er netwerken binnen Defensie die speciaal gericht zijn op LHBT+, zoals dus de SHK.

Bij de benchmark wordt de organisatie langs een meetlat gelegd. Daarbij is bijvoorbeeld aandacht voor de inzet van rolmodellen binnen de organisatie en hoe het beleid rond LHBT+ is verankerd. Ook wordt gekeken of er ruimte wordt geboden voor vragen en problemen binnen de LHBT+ gemeenschap.

Bron: defensie.nl

Gerelateerde berichten