Laatste rustplaats in Nijmegen voor Britse en Canadese vliegers

De stoffelijke resten van 7 Britse en 2 Canadese vliegers uit de Tweede Wereldoorlog zijn gisteren en vandaag herbegraven. Dat gebeurde op het Jonkerbos War Cemetery in Nijmegen.

Het ging onder anderen om de bemanningsleden van de Britse bommenwerper Short Stirling BK716. Het toestel werd op 30 maart 1943 na een bombardementsvlucht op Berlijn boven Nederland neergehaald door een Duitse nachtjager.

Ook de schutter (air gunner) van een Boulton Paul Defiant (L6958) werd herbegraven. Het tweepersoonsvliegtuigje werd op 13 mei 1940 uit de lucht geschoten boven de Biesbosch. De piloot wist zich met een parachute te redden.

Tot slot kreeg de vlieger van een Hawker Typhoon MN582 in Nijmegen zijn laatste rustplaats. Hij crashte op 26 september 1944 in Eefde tijdens operatie Market Garden. De Hawker was kort daarvoor boven Apeldoorn aangevallen.

Zorgplicht en ereschuld
De wrakken van genoemde vliegtuigen werden afgelopen jaren geborgen door een vliegtuigbergingsteam van Defensie, geleid door de Koninklijke Luchtmacht. De Bergings- en Identificatiedienst Koninklijke Landmacht (BIDKL) verzorgde de berging en identificatie van de stoffelijke resten. Commandant BIDKL Geert Jonker is blij dat de geallieerde vliegers alsnog een eervolle begrafenis krijgen. “Defensie ziet het bergen en identificeren van vermisten uit de Tweede Wereldoorlog nog altijd als zorgplicht en ereschuld. Dit is wel het minste dat wij kunnen terugdoen voor het offer dat zij voor onze vrijheid hebben gebracht.”

Nationaal programma
Tijdens de Tweede Wereldoorlog gingen meer dan 5.500 vliegtuigen boven Nederland verloren. De komende 10 jaar worden naar schatting 30 tot 50 bergingen uitgevoerd.

Dat gebeurt binnen het Nationaal Programma Berging Vliegtuigwrakken. Daarmee kunnen gemeenten die op hun grondgebied een wrak willen bergen een beroep doen op de rijksoverheid. Die ondersteunt met geld en advies.

Het Britse ministerie van Defensie organiseerde de begrafenisceremonies in Nijmegen.

Bron: defensie.nl

Minister Ollongren bezoekt NAVO-vlaggenschip Zr.Ms. Tromp

Minister Kajsa Ollongren bracht gisteren een bezoek aan Zr.Ms. Tromp. Het vlaggenschip van het NAVO-vlootverband Standing NATO Maritime Group 1 (SNMG1) nam de afgelopen week deel aan een NAVO-oefening voor de Portugese kust. Ollongren liet zich uitgebreid bijpraten door de bemanning van het luchtverdedigings- en commandofregat.

Aan boord sprak ze met zowel bemanningsleden als de internationale staf van het vlootverband dat vanaf Zr.Ms. Tromp de operaties aanstuurt. Het commando staat dit jaar onder leiding van Nederland, op dit moment in de persoon van commandeur Jeanette Morang.

Zij praatte samen met de commandant van het fregat de minister bij over de huidige ontwikkelingen binnen het NAVO-vlootverband en de veiligheidssituatie op zee.

In gesprek
Tijdens een rondleiding aan boord maakte de minister nader kennis met de luchtverdedigingscapaciteiten van het schip. Ook woonde ze een demonstratie van het Goalkeeper-snelvuurkanon en een man-over-boord-oefening bij. De belangrijkste onderdelen van het bezoek waren echter de gesprekken met bemanningsleden en stafleden.

Bondgenootschap beschermen
Ollongren benadrukte het belang van de inzet van de Tromp en SNMG1. “Het is belangrijk dat we een robuuste bijdrage aan NAVO-vlootverbanden leveren. Dit zijn de snelst inzetbare eenheden op zee om het bondgenootschap te beschermen. De sabotage van de Nord Stream-pijpleidingen benadrukt hoe belangrijk de veiligheid op zee is en dat onveiligheid op zee ook gevolgen voor ons in Nederland kan hebben.”

Snelle reactiemacht
SNMG1 is onderdeel van de snelle reactiemacht en behoort tot de snelst inzetbare eenheden van de NAVO. Het is een van de 4 NAVO-vlootverbanden die permanent beschikbaar zijn voor opdrachten vanuit het bondgenootschap. SNMG1 is het meest noordelijke vlootverband, met name actief in de Noordzee, Oostzee en de Atlantische Oceaan. SNMG1 doet onder meer oefeningen op zee en bezoekt verschillende havens om diplomatieke banden te onderhouden.

Bron: defensie.nl