Willemsorde voor vlieger Roy de Ruiter

Apache-held was ’te verdedigend’ voor Ajax
Je hoeft geen krachtpatser te zijn om uit te blinken in moed, beleid en trouw. Dat is de boodschap die Defensie uitzendt nu ze de bedeesde Apache-vlieger Roy de Ruiter voordraagt voor de allerhoogste dapperheidsonderscheiding. Op 31 augustus kent de koning deze majoor buiten dienst de Militaire Willems-Orde toe, voor meerdere heldendaden in de ondersteuning van grondtroepen tijdens de missie in Uruzgan

Toen Roy de Ruiter als jeugdspeler van Ajax E1 kampioen werd, duwde clubicoon Sjaak Swart hem een microfoon onder de neus en gaf hem een voorzetje – hij wilde vast en zeker later in het eerste spelen. Nou nee, moest de 10-jarige Roy toen antwoorden. „Ik wil geen voetballer worden, maar F16-vlieger.”

Toen Roy de Ruiter als jeugdspeler van Ajax E1 kampioen werd, duwde clubicoon Sjaak Swart hem een microfoon onder de neus en gaf hem een voorzetje – hij wilde vast en zeker later in het eerste spelen. Nou nee, moest de 10-jarige Roy toen antwoorden. „Ik wil geen voetballer worden, maar F16-vlieger.”
Met De Ruiters voetbalcarrière werd het niks, in tegenstelling tot die van zijn toenmalige teamgenoten Van der Vaart en Sneijder. Roys spel was ’te verdedigend’, zo oordeelde opleidingshoofd Co Adriaanse destijds. Toch was de periode in de jeugdopleiding van Ajax, van zijn achtste tot zijn twaalfde, beslissend voor zijn latere functioneren als militair. „Het heeft me gevormd. Ik heb geleerd om te gaan met kritiek, om met keihard werken het beste uit mezelf te halen.”




Op de minimumleeftijd van zestien jaar en negen maanden meldde Roy de Ruiter zich aan bij de Koninklijke Luchtmacht, waar hij opnieuw leerde zich nederig op te stellen. Na zijn basisopleiding bleken zijn meerderen niet de F-16 voor hem in gedachten te hebben, maar een Apache gevechtshelikopter. „Je hebt nu eenmaal niet altijd voor het uitkiezen”, zegt De Ruiter over de teleurstelling van toen. „Achteraf ben ik er natuurlijk alleen maar blij mee.”

Opvallen deed hij toen al niet, niet qua verschijning in elk geval. Zijn ’call sign’ (bijnaam) werd Rat, vanwege zijn gelijkenis met Ciske en ook omdat zijn makker de naam Muis kreeg omdat die zo’n grijze muis was.

Wie De Ruiter nu ziet staan, denkt nog altijd niet met de dapperste militair van doen te hebben die Nederland kan ridderen. Hij is klein van stuk, oogt eerder als pientere ict’er dan als iemand die de zwaarste gevechten heeft gevoerd die onze naoorlogse krijgsmacht heeft gekend. Hij praat over zijn verdiensten steeds droog en relativerend. Dat hij in 2004 tijdens zijn eerste uitzending naar Afghanistan als co-piloot de eerste Apache was die onder vuur werd genomen tijdens een nachtelijke verkenningsmissie, ’daar was niks dappers aan’. „Je bent op verkenningsmissie en er wordt op je geschoten. Nee, geen klein kaliber, maar het is toch meer alsof iemand op Afghaanse manier geluidsoverlast meldt. Het was vooral lastig voor het verhaal dat ik aan mijn ouders had verteld voordat ik vertrok: maak je geen zorgen. Dat was toch wat lastig vol te houden toen ze een week later in de krant lazen dat ik was beschoten.”

In 2006, 2007 en 2008 volgden nieuwe missies in Afghanistan, een periode waarin De Ruiters carrière crescendo ging, van gezagvoerder en sectiehoofd tot missieleider, van wapeninstructeur tot degene die een ongelimiteerd aantal vliegtuigen mocht aansturen. Hij vloog operaties ’in het volledige geweldsspectrum’, zoals dat heet.

’Meerdere dappere daden’
Het waren ’meerdere dappere daden’ die het Kapittel van de Militaire Willems-Orde tot de voordracht bracht. Dat waren landmachtmilitairen die hun leven aan De Ruiter dankten van wie de aanzet tot de voordracht voor de Militaire Willems-Orde kwam.

Zelf kan De Ruiter niet één daad noemen die het predicaat dapper verdient. „Voor mij deden de verpleegkundigen in de veldhospitaal die gewonden het leven redden het echte werk, of de jongens en meiden die het gevecht leverden op de grond. Waar ik trots op kan zijn, is dat ik eraan heb bijgedragen dat zij veilig thuis zijn gekomen, soms door alleen maar in de lucht aanwezig te zijn.”

Is er dan niet één actie te noemen waarvan hij zelf vindt dat hij hierin uitblonk? „Nou, nee.” Hij weet ook oprecht nog niet waar hij de Willems-Orde aan te danken heeft. Het is nu eenmaal aan de koning voorbehouden dat te verkondigen als hij De Ruiter op 31 augustus tot ridder slaat. Voor hemzelf was een van de mooiste missies de humanitaire evacuatie die hij leidde na de overstroming van 2007 in Deh Rawod. Ook nu hij met zijn gezin in Oman woont en werkt als instructeur en helikopterpiloot voor de blus-, zoek- en reddingsdienst van de Omaanse politie, is de publieke zaak naar eigen zeggen zijn drijfveer.

Natuurlijk heeft hij stevig getwijfeld of hij de onderscheiding wel moest aannemen en nog steeds heeft hij er ’gemengde gevoelens’ over, niet vanwege de onderscheiding, want die is hoe dan ook eervol, ’te eervol’ zelfs. Het is meer dat hij het haat in de belangstelling te staan. „Ik ben getrouwd zonder familie erbij. Ik heb zelfs met een smoes mijn ouders kunnen weghouden van mijn diploma-uitreiking.” En praten met de pers doet hij al helemaal niet graag.

Verzinsels
Het gedoe met Marco Kroon, met vermeende verzinsels over een geheime missie en een lopend onderzoek van het OM, De Ruiter heeft het ’niet zo meegekregen’, al kent hij de ontvanger van de Willems-Orde in 2009 ook de latere ridder Gijs Tuinman persoonlijk van zijn tijd in Afghanistan. Of hij is voorbereid op de publieke functie die hem als ridder straks ten deel valt? „Ik zal de onderscheiding met trots dragen, maar ze brengt geen publieke verplichtingen met zich mee. Het is me ook helemaal niet gevraagd. Ik heb twee jonge kinderen waaraan ik mijn aandacht wil besteden. Ik vind het nu al vervelend dat ik niet thuis ben. Bovendien heb ik nu ook gewoon een werkgever waaraan ik loyaal ben. Die kan ik ook niet zomaar zeggen: ’jongens, ik ben er even niet’.”

Toch sluit De Ruiter, nog altijd reservist bij de luchtmacht, niet uit dat hij ooit nog eens teruggaat naar Defensie. Profvoetballer wordt hij niet meer. Verder: „Het leven loopt zoals het loopt.”

Bron: Telegraaf / Defensie