Verhuizing marinierskazerne onzeker

Het blijft onzeker of de geplande verhuizing van de marinierskazerne van Doorn naar Vlissingen doorgaat. Het onderzoek van Defensie naar de redenen waarom mariniers het korps zo massaal verlaten, wijst niet eenduidig ’Vlissingen’ aan als boosdoener.
Dat blijkt uit een brief van staatssecretaris Visser (Defensie) aan de Tweede Kamer.




Het kabinet nam het besluit tot de verhuizing van de marinierskazerne al in 2012. Toch houdt staatssecretaris Visser (Defensie) de mogelijkheid open dat de verhuizing niet doorgaat. Dat doet ze vooral omdat mariniers in grote aantallen vertrekken en Vlissingen als reden noemen voor hun opstappen.
Het korps kampt met een hoge uitstroom, dit jaar heeft al ruim zes procent van de mariniers irregulier het korps verlaten. Dat is aanmerkelijk hoger dan vorig jaar, toen de uitstroom op 4,6 procent lag. Doordat vooral officieren en onderofficieren de dienst verlaten, verliest het keurkorps veel ervaring. Dat geldt ook voor de commando’s, waar de uitstroom ongeveer even hoog is.

Bij het Korps Commandotroepen en de Luchtmobiele Brigade is de uitstroom ongeveer even groot. Daar zijn het vooral de jonkies in de lagere rangen die hun carrière elders voortzetten.
Defensie heeft met vertrekkende mariniers uitgebreide ’exitgesprekken’ gevoerd. Daaruit kwam naar voren dat de voorgenomen verhuizing van de kazerne van Doorn naar Vlissingen weliswaar een factor is, maar niet per se de beslissende. De Korpsleiding is zwaar gekant tegen de verhuizing.

Brigadegeneraal Mac Mootry waarschuwde dat het korps zal ’halveren’ als de verhuizing doorgaat. Partners willen niet meeverhuizen vanwege de schrale arbeidsmarkt in Zeeland. Ook het ontbreken van een vangnet van grootouders voor bijvoorbeeld het opvangen van de kinderen speelt mee.

Bron: Telegraaf / Defensie (foto illustratief)