Uitgaven Defensie Nederland blijven internationaal gezien achter

Er zijn verschillende cijfers in omloop voor het meten van de omvang van defensie-uitgaven.

De gegevens in dit artikel van de CBS zijn berekend op basis van de zogeheten COFOG-indeling waarbij uitgaven van alle overheidsinstanties zijn verdeeld naar functie. Deze benadering verschilt iets van die van het ministerie van Defensie waarin bijvoorbeeld de uitgaven aan de marechaussee volledig worden meegeteld. Volgens de COFOG-indeling wordt slechts een deel van deze uitgaven toegekend aan de functie defensie. Daarnaast volgt de NAVO weer een andere afbakening bij het toetsen van de afgesproken twee procentnorm die betrekking heeft op de minimale defensie-uitgaven van lidstaten als aandeel van het bbp.

Door deze afwijkende definities zitten er kleine verschillen in de genoemde drie cijfers. Omdat nog niet van alle landen cijfers over 2018 beschikbaar zijn, worden voor de internationale vergelijking cijfers over 2017 gebruikt. Uitgedrukt als percentage van het bbp liggen de drie cijfers voor Nederland in 2017 wel op ongeveer hetzelfde niveau, namelijk afgerond 1,2 procent.

Vergeleken met andere landen liggen de uitgaven aan defensie uitgedrukt als percentage van het bbp relatief laag in Nederland. De Verenigde Staten is met meer dan 3 procent koploper. Als de defensie-uitgaven niet worden afgezet tegen de omvang van de economie maar tegen het bevolkingsaantal staat Nederland met bijna 500 euro per inwoner per jaar in 2017 wel in de subtop van alle NAVO-lidstaten.