Tarakan-executies herdacht

Een oorlogsmisdaad. Zo omschreef Korpscommandant Luchtdoelartillerie luitenant-kolonel Jos Kuijpers gisteren de executie op 19 januari 1942 van 215 militairen van het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger. Op het Militair Ereveld in Loenen werd de gebeurtenis, die voor rekening van Japan komt, herdacht.

“De nabestaanden bleven lange tijd zonder of met summiere informatie over hun dierbaren achter in het tumult van de Tweede Wereldoorlog”, aldus Kuijpers. “Toen meer over het lot van de 215 militairen bekend werd, was er geen tastbare plaats die kon worden bezocht door de nabestaanden om de gevallenen te herdenken. Daarom is dit monument op het Ereveld Loenen zo belangrijk. Daarom ook is het passend om bij dit monument op deze dag de slachtoffers te gedenken. De namen van de Nederlandse en Indonesische militairen staan op het monument, zodat wij deze militairen eer kunnen bewijzen, hen kunnen gedenken en nooit zullen vergeten.”

Inspecteur Generaal der Krijgsmacht, ook Inspecteur der Veteranen, luitenant-generaal Frank van Sprang reikte aan de nabestaanden van de omgekomen militair J. Kabbedijk postuum het Mobilisatie Oorlogskruis uit.

Gewild aanvalsdoel
Het eiland Tarakan, voor de kust van Kalimantan, is ongeveer 2 keer zo groot als Texel en vormde een gewild aanvalsdoel voor de Japanse troepen. Op het eiland werden jaarlijks ruim 6 miljoen vaten olie geproduceerd. Dat was 16% van de totale Japanse jaarbehoefte. Bovendien had het eiland een haven en een vliegveld. De eerste Japanse luchtaanvallen vonden vanaf 25 december 1941 plaats. Ze namen begin januari 1942 in hevigheid toe en vormden de voorbode van de Japanse invasie. Die begon op 10 januari. Garnizoenscommandant De Waal gaf opdracht om de olie-installaties te vernietigen en de olievoorraad, in totaal 100.000 ton, in brand te steken. Op 12 januari 1942 besluit luitenant-kolonel De Waal de wapens neer te leggen, maar de bemanningen van de kustbatterijen Peningki en Karoengan waren daar niet van op de hoogte. De militairen wisten niet dat hun eenheid zich had overgeven. Zij vochten daarom door en boorden 2 Japanse mijnenvegers de grond in. Uit wraak executeerde de Japanse marine de militairen op de plek waar de mijnenvegers tot zinken waren gebracht.

13 Luchtverdedigingsbatterij ‘Ypenburg’ verzorgde het militair ceremonieel.