Onderzoek naar veteranenzorg na ernstige klachten

Veteranenombudsman Reinier van Zutphen is vandaag een onderzoek gestart naar de zorg voor getraumatiseerde militairen. Aanleiding voor zijn onderzoek zijn ernstige klachten over de manier waarop Defensie met hen omgaat als ze aankloppen voor hulp en financiële compensatie.

De afgelopen maanden hebben zich bij het klachteninstituut diverse militairen gemeld met langlopende zaken over een Militair InvaliditeitsPensioen (MIP). De militairen beklagen zich onder meer over lange wachttijden voor keuringen. Ook hebben ze het gevoel dat ze aan het lijntje worden gehouden en uiten daarnaast forse kritiek op verzekeringsartsen.



Lees hier het artikel uit het AD.

Bron: AD / Defensie (foto illustratief)

Onderzoek Veteranenombudsman leidt tot aanpassing reservistenbeleid Defensie

Nationale ombudsman, tevens Veteranenombudsman, Reinier van Zutphen, onderzocht een zaak van een getraumatiseerde reservist, wiens klachten niet naar behoren zijn opgepakt door Defensie. Dit en de slechte begeleiding van de veteraan had als gevolg dat de veiligheid van deze reservist, maar ook die van anderen in het geding zijn gekomen. De Veteranenombudsman heeft herhaaldelijk bij Defensie aangedrongen op behandeling van deze zaak. Dit heeft er mede toe geleid dat het reservistenbeleid bij de Groep Luchtmacht Reserve (GLR) nader is onderzocht en dat een aantal wijzigingen is doorgevoerd.




Defensie zendt de reservist in 2011 op een tijdelijk beroepscontract als timmerman en beveiliger uit naar Afghanistan. Getraumatiseerd door veelvuldige (dreiging van) raketaanvallen en zelfmoordaanslagen en door een aantal pest-incidenten door een beroepscollega, keert hij terug naar Nederland. Daar gaat het bergafwaarts: herbelevingen, slecht slapen, destructieve gedachten en steeds meer moeite om normaal te functioneren. De integriteitsorganisatie van Defensie besluit geen onderzoek te doen naar zijn melding van pesterijen. Daarnaast worden zijn klachten niet in behandeling genomen. Hierop doet de reservist melding bij de Veteranenombudsman. Ondanks het doorzenden van de klacht aan Defensie op grond van het vereiste van kenbaarheid wordt de klacht niet behandeld. Meerdere malen rappelleren door medewerkers van de Veteranenombudsman, leveren alleen feitelijke, summiere antwoorden op. De Klachtenregeling Defensie 2016 wordt niet gevolgd, waardoor een onderzoek en oordeel over de klachten van de reservist uitblijven.

De Veteranenombudsman vindt dat er onvoldoende zicht is geweest op het daadwerkelijke functioneren van de reservist na terugkomst in Nederland, ondanks eerdere berichtgeving over hem vanuit het uitzendgebied. Met als gevolg dat er nauwelijks sprake is geweest van gerichte begeleiding in de eerste jaren na repatriëring. De reservist wist niet welke weg hij kon bewandelen of waar hij met vragen terecht kon. De Veteranenombudsman vindt het zorgwekkend dat signalen van de reservist lange tijd niet gezien of herkend zijn door het kader van de Groep Luchtmacht Reserve (GLR) en de betrokken medische diensten. Defensie geeft hiervoor geen eenduidige verklaring. Feit is wel dat de reservist nog langere tijd deelnam aan bewapende schietoefeningen. Gelet op zijn psychische staat in de periode na de uitzending had deze situatie op zijn minst voorkomen moeten worden, niet alleen voor de veiligheid van verzoeker maar ook voor de veiligheid van anderen.

De Veteranenombudsman oordeelt dat de minister van Defensie heeft gehandeld in strijd met het vereiste van betrouwbaarheid gelet op de bijzondere zorgplicht van Defensie naar veteranen. Dit oordeel heeft er mede toe geleid dat het reservistenbeleid bij de GLR nader is onderzocht en dat een aantal wijzigingen is doorgevoerd. Zo is een selectieprocedure ingesteld voorafgaande aan een uitzending. In deze procedure worden reservisten na hun individuele aanmelding voor een uitzending beoordeeld op hun inzetbaarheid. Ook wordt nu voorafgaand aan elke uitzending een Sociaal Medisch Team (SMT) bijeengeroepen. Om de reservisten die aangewezen zijn voor de missie te bespreken en mogelijke situaties als in dit rapport beschreven vroegtijdig te onderkennen.

Bron: Nationale Ombudsman (foto illustratief)