Minister: meer maatwerk in dienstverlening aan thuisfront

Er is meer maatwerk nodig in de dienstverlening van Defensie aan het thuisfront. Daarom gaat het ministerie de komende tijd praten met de vertegenwoordigers van het thuisfront op lokaal niveau om te zien wat beter kan en hoe een doelgroep gericht aanbod haalbaar is. Dat zei minister Ank Bijleveld-Schouten gistermiddag bij de Veteranenlezing in Ede.
Defensie organiseert allerlei activiteiten voor het thuisfront, maar weet maar gedeeltelijk of die activiteiten wel aansluiten bij de behoefte. Volgens Bijleveld zijn sommige doelgroepen binnen het thuisfront maar weinig in beeld. “We doen bijvoorbeeld veel voor gezinnen met jonge kinderen, maar voor tieners hebben we weinig activiteiten.




Informatievoorziening
Ook de informatievoorziening voor lange missies kan beter. Uit recent onderzoek van Defensie onder het thuisfront van veteranen in werkelijke dienst, blijkt dat zij heel tevreden zijn over de informatievoorziening. De tevredenheid wordt tijdens de missie minder, want het thuisfront juist meer én frequenter wil horen hoe het gaat in het missiegebied. En ook na de missie zouden ze graag meer van Defensie horen.

“Overigens denken we nog wel na over de reikwijdte van wat we wel en niet kunnen doen”, stelde Bijleveld. “Het is de vraag of het wenselijk is om rechtstreeks contact te hebben met het thuisfront. En niet via de militair wanneer deze gewoon in Nederland is. Hoe dan ook, er is meer maatwerk nodig in de dienstverlening aan het thuisfront.” Ze is benieuwd welke tips en aanbevelingen voorbij komen.

Zorg voor militair en thuisfront
Bijleveld benadrukte dat er ook na een missie zorg is voor veteranen én hun thuisfront. Als een veteraan problemen heeft, wordt er ook nagegaan of er zorg nodig is voor het thuisfront. Ook kan het thuisfront contact leggen met het Veteranenloket als zij zien dat het met een veteraan niet goed gaat. “Er kloppen nog regelmatig kinderen van Indiëveteranen aan bij het Veteranenloket, want bij sommigen komen de ervaringen uit het uitzendgebied weer sterk naar boven. We kijken dan welke zorgvraag er bij de veteraan is, maar bieden zeker ook een luisterend oor aan het thuisfront.”

De Veteranenlezing is een initiatief van het Veteraneninstituut. Het thema was dit jaar ‘Relaties onder vuur. Samen aan zet’.

Bron: Defensie

Vernieuwde Checkpoint voor veteranen

Bij meer dan 100.000 veteranen valt volgende week het vernieuwde magazine Checkpoint op de deurmat. Vandaag overhandigde directeur van het Veteraneninstituut kolonel Ludy de Vos in Doorn het eerste exemplaar aan de veteranen Kamerman, Bekkers en Barbier.

De 90-jarige Indiëveteraan Bert Kamerman en de 85-jarige Nieuw-Guineaveteraan Bert Bekkers ontvingen 25 jaar geleden uit handen van minister Relus ter Beek de eerste veteranenpassen. Destijds kregen pashouders allen een gratis defensieblad naar keuze. In 1995 kwam er met ‘De Opmaat’ een eerste magazine speciaal voor veteranen bij en sinds achttien jaar is dat de Checkpoint.




Naast deze veteranenpashouders van het eerste uur, ontving ook veteraan Michel Barbier een eerste exemplaar van de vernieuwde Checkpoint. Hij is nog in werkelijke dienst en ontving begin juli het Kruis van Verdienste voor zijn optreden in Soedan. Zijn verhaal is te lezen in Checkpoint en zijn portret siert de cover.

Vernieuwing
De aanleiding om Checkpoint in een nieuw jasje te steken was de overgang naar een andere uitgever. De komende jaren zijn vormgeving en (eind)redactie ondergebracht bij MediaPartners Group (MPG) uit Amstelveen, onder leiding van hoofdredacteur Annemiek Sinnige, dochter van een Indiëveteraan.

Kolonel De Vos toonde zich verguld: “Checkpoint nieuwe stijl is nog beter leesbaar en heeft meer pagina’s, kortere compacte thema’s en verhalen, meer foto’s en nieuwe rubrieken. De dikkere uitgave verschijnt voortaan 8 in plaats van 10 keer per jaar. Tegelijkertijd blijft het blad vertrouwd en staat de veteraan meer dan ooit centraal.”

Wie ontvangt Checkpoint?
De vernieuwde Checkpoint ploft niet alleen op de deurmat bij veteranen met een veteranenpas, maar ook, eenmalig, bij hen in werkelijke dienst en post-actieve veteranen zonder veteranenpas.

Bron: Defensie