Medailles voor inzet internationale missies

Zo’n 500 Nederlandse militairen hebben vandaag de Herinneringsmedaille Internationale Missies gekregen in Zwolle. De meeste van hen namen deel aan de missies in Mali, Afghanistan en Irak. Maar er waren ook medailles voor inzet in Azië, Afrika en het Midden-Oosten.
Minister Ank Bijleveld en Commandant der Strijdkrachten luitenant-admiraal Rob Bauer speldden de versierselen op. De minister citeerde daarbij militairen die naar hun ervaringen was gevraagd. Zoals eerste luitenant Maureen die in Afghanistan hielp bij het versterken van het Afghaanse veiligheidsapparaat, leger en politie.




Bijleveld: “Maureen zei: ‘Ik denk dat dit een goede manier is om bij te dragen aan de opbouw van een stabieler Afghanistan. Ik zeg niet dat het dé manier is, maar je moet ergens beginnen. Het is een illusie te denken dat we het binnen 5 jaar op orde hebben. Maar door de Afghanen te adviseren en te ondersteunen in plaats van ze de zaken uit handen te nemen, zijn we op de goede weg.’”

De bewindsvrouw reageerde ook op frustraties die militairen hadden laten blijken. “Ik weet dat er bij een aantal van jullie frustratie zit. Over het verloop van een missie. Of hoe de dingen tijdens een missie geregeld zijn, of juist niet. Of over de politiek en bureaucratie uit Den Haag, binnen de NAVO en bij de VN. Ik weet dat en begrijp dat. Je wilt je werk doen, de omstandigheden zijn al zwaar genoeg. Elk ander obstakel erbij is er dan 1 teveel.”

Veiligheid op orde
Over 1 van die obstakels, de inmiddels opgeheven operationele pauze in Mali, zei de minister. “Ik begrijp de gevoelens en wil daar kort op reageren. Absolute veiligheid bestaat niet en de inzet van Nederlandse militairen in missiegebieden is nooit zonder risico’s. Maar na het ongeluk op 6 juli 2016 waarbij sergeant eerste klasse Henry Hoving, korporaal Kevin Roggeveld omkwamen en een derde collega zwaar gewond raakte, moest Defensie handelen. De bedrijfsveiligheid moest op orde.”

Waardering
De Herinneringsmedaille Internationale Missies is voor militairen die ten minste 30 dagen onafgebroken aan een vredesoperatie deelnamen.

Bron: Defensie

Laatste ‘Zwarte Duivel’ Maasbruggen 1940 overleden

William ‘Bill’ Ramakers, de laatste veteraan van de strijd om de Maasbruggen, is vannacht op 95-jarige leeftijd in zijn woonplaats London (Canada) overleden. Als 17-jarige marinier vocht Bill in de Meidagen van 1940 dagenlang met zijn kameraden tegen de Duitse invasiemacht in Rotterdam. Vanwege hun standvastige verzet kregen de mariniers, gekleed in donkerblauwe uniformen, van de Duitsers de bijnaam ‘die schwarzen Teufel’: de Zwarte Duivels.

Tot begin 2014 was het bestaan van Bill Ramakers bij Defensie niet bekend. Na het overlijden van zijn echtgenote besloot de oud-korporaal van de mariniers contact op te nemen met het ministerie.




Als held onthaald
In een brief maakte hij zijn grote wens bekend om nog 1 keer Nederland en in het bijzonder Rotterdam te bezoeken. Een wens die dezelfde zomer nog in vervulling ging, toen de Koninklijke Marine Bill Ramakers met zijn 2 dochters naar Nederland haalde.
Daar woonde hij de Rotterdamse Veteranendag op de Van Ghentkazerne bij, om vervolgens op de Nationale Veteranendag in Den Haag als een ware held te worden onthaald door koning Willem-Alexander en premier Mark Rutte. In de openingstoespraak in de Ridderzaal stond Rutte stil bij de ervaringen van deze ‘Zwarte Duivel’: “Verhalen moeten worden verteld, zodat we in Nederland beseffen dat onze vrijheid niet vanzelfsprekend is. Dat we die te danken hebben aan Ramakers en zijn kameraden en aan al die andere veteranen.”

Bill Ramakers raakte op 10 mei 1940 als marinier in opleiding betrokken bij de slag om Rotterdam. Samen met zijn kameraden wist hij de Duitse opmars over de Nieuwe Maas tot staan te brengen. Uiteindelijk werd het centrum van de Maasstad op 14 mei 1940 gebombardeerd. Ramakers was toen al krijgsgevangen gemaakt, maar wist kort daarna te ontsnappen. Na de bevrijding van het zuiden van Nederland in 1944 vertrok Ramakers als marinier naar achtereenvolgens Schotland en Camp Lejeune in de Verenigde Staten.

Daar kreeg hij een zware opleiding, met als doel om met de Mariniersbrigade deel te nemen aan de invasie van Japan als dat land niet zou capituleren. Het liep anders en de Mariniersbrigade en Ramakers vertrokken naar het voormalig Nederlands-Indië, om pas in 1948 weer in Nederland terug te keren. In 1951 emigreerde het jonge gezin Ramakers naar Canada.

Bron: Defensie