‘Tientallen vastgelopen veteranen zwerven op straat’

Tientallen Nederlandse veteranen met psychische klachten zwerven op straat of slapen bij de daklozenopvang, aldus de Volkskrant. Het gaat om militairen die na terugkeer van hun missies kampen met ernstige psychische problemen. Volgens de krant krijgen zie van Defensie hier geen passende zorg voor.




Volgens het Leger des Heils gaat het om tientallen veteranen die een beroep doen op de opvang. Maar het vermoeden bestaat dat hun werkelijke aantal “in de honderden” loopt, zegt een lid van de directie in de Volkskrant. Volgens de krant blijkt uit gesprekken met hulpverleners, advocaten en veteranen dat veel militairen gebruik maken van de opvang uit psychische nood.
In veel gevallen gaat het om oud-militairen met het PTSS (posttraumatisch stressstoornis), die na hun terugkeer in Nederland ook tegen andere problemen zijn aangelopen en zich niet willen laten behandelen door zorgverleners.

Zorgplicht
Minister Ank Bijleveld van Defensie erkent dat Defensie een “bijzondere zorgplicht” heeft voor de veteranen en zegt zich hun lot aan te trekken. Volgens haar is het bekend dat er een kleine groep veteranen is bij wie de zorgbehandeling niet aanslaat of die zorg mijdt. Defensie kan niet beoordelen of er meer beschermd-wonenplekken moeten worden ingericht, omdat er geen zicht is op de omvang van de groep die daar behoefte aan heeft, aldus Bijleveld. Men moet ook in beeld willen zijn aldus de minister.

Veteranenloket
Defensie heeft voor veteranen met gezondheidsklachten het Veteranenloket opgezet. Daar krijgen de oud-militairen hulp bij het kiezen van de juiste zorg, bij het aanvragen van voorzieningen en uitkeringen. “Maar juist de ernstige gevallen worden daar niet bereikt”, zegt een jurist die veteranen met PTSS bijstaat, in de Volkskrant. Alleen de zelfredzame mensen wenden zich tot Defensie, anderen laten zich afschrikken door de bureaucratie of willen met rust gelaten worden, zegt hij.

Bron: NOS / Defensie (foto illustratief)

Tientallen veteranen met Defensie in conflict over financiële compensatie

Defensie is met 115 ex-militairen in een bezwaarprocedure verwikkeld. De conflicten gaan over de hoogte van de financiële compensatie waar deze veteranen recht op menen te hebben.

Tientallen veteranen zijn met Defensie in conflict over de hoogte van de financiële compensatie waar zij recht op menen te hebben. Het gaat om het zogenoemde militair invaliditeitspensioen (MIP), dat ex-militairen ontvangen als ze door psychisch dan wel fysiek letsel arbeidsongeschikt zijn geraakt. Defensie bevestigt berichtgeving van het AD dat zij met 115 veteranen in een bezwaarprocedure zitten.




Volgens een woordvoerder van Defensie gaat grotendeels om veteranen die menen dat hun MIP te laag is. De onderhandelingen over deze compensatieregeling zijn precair. De mate waarin een veteraan arbeidsongeschikt wordt geacht door Defensie is direct bepalend voor de hoogte van het pensioen dat hij of zij ontvangt.

Signalen
Jean Debie, voorzitter van de grootste militaire vakbond VAB, zegt in een telefonische reactie van leden „signalen te krijgen” dat de vaststelling van het MIP niet altijd op een „juiste, ordentelijke manier„ plaatsvindt. Al benadrukt hij wel dat er een onderzoekscommissie zou moeten komen om vast te stellen of dit een structureel probleem is. Hij zegt hij dat er ook „veel goed gaat bij Defensie”.

De veteranen die in het AD aan het woord komen, klagen ook over de lange wachttijden voor de keuringen voor het MIP. Die zouden flink zijn opgelopen. De Defensie-woordvoerder erkent dat er problemen zijn met de wachttijden. Dat ligt volgens hem aan een tekort van keuringsartsen bij de organisatie. Dit zou onlangs verholpen zijn. Hij zegt dat de overgrote meerderheid van de militairen met wie zij over een MIP onderhandelen, tevreden daarover is.

Verzekeringsarts
Een ander kritiekpunt van de ex-militairen is dat verzekeringsartsen vaak in twijfel trekken of zij wel getraumatiseerd zijn geraakt tijdens hun dienstjaren, terwijl hun behandelend artsen daar geen twijfel over hebben. Defensie zegt in een reactie dat beeld niet te herkennen.

Bron: NRC / Defensie (foto illustratief)