Nederland stopt deelname VN-missie Zuid-Soedan

Nederland beëindigt per 1 september de bijdrage aan VN-missie UNMISS in Zuid-Soedan. Dit gebeurt met name omdat de effectiviteit van de missie te wensen overlaat. De bewegingsvrijheid wordt sterk beperkt door de autoriteiten en de oppositie. Dit beïnvloedt ook de veiligheid van het personeel, omdat medische ondersteuning buiten Juba niet is gegarandeerd. Tot het einde van de missie begeven de 6 Nederlandse stafofficieren zich niet buiten Juba.




Desondanks hebben Nederlandse militairen en politiemensen sinds de deelname vanaf 2011 een waardevolle bijdrage geleverd. Dat geldt op het gebied van inlichtingen, civiel-militaire samenwerking, juridische zaken en logistiek. Zo speelden Nederlandse stafofficieren een cruciale rol bij het ontwikkelen en opzetten van een nieuwe inlichtingenketen. Dit is de missie aanwijsbaar ten goede gekomen.

De Nederlandse UNMISS-bijdrage is altijd gericht geweest op ondersteuning van andere Nederlandse inspanningen in Zuid-Soedan. Die richten zich op vredesopbouw, veiligheid en ontwikkeling. Zo heeft Nederland gepleit voor betere bescherming van burgers buiten de VN-kampen.

Recente ontwikkelingen
Afgelopen september is er een hernieuwd vredesakkoord ondertekend door de Zuid-Soedanese president en de oppositie. Hierdoor zijn voorzichtige positieve stappen waarneembaar. De vraag blijft of er aan beide kanten voldoende politieke wil is om het vredesakkoord goed uit te voeren. Nederland blijft dit kritisch volgen en waar mogelijk ondersteunen.

Blijven ondersteunen
Daarom blijft Nederland samen met de EU en andere internationale partners aandringen op het stoppen van de vijandelijkheden. Dat geldt ook voor het creëren van ruimte voor het functioneren van het maatschappelijk middenveld en effectieve hervormingen van de veiligheidssector. Daarnaast blijft Nederland de bevolking ondersteunen met ontwikkelingshulp op het gebied van rechtsstaatontwikkeling, mensenrechten, voedselzekerheid en het creëren van werkgelegenheid.

Bron: Defensie

Overzicht huidige missies (juli 2016)

De grootste missie waaraan Nederland momenteel deelneemt is die in het West-Afrikaanse Mali. Special operations forces verzamelen daar inlichtingen voor de VN-operatie Minusma. De krijgsmacht doet verder wereldwijd mee aan tal van grotere en kleine missies.

Mali (Minusma)
Nederlandse militairen voeren voor de VN-missie verkenningen uit en verzamelen inlichtingen. Lees alles over de missie in Mali.

commando mali

Irak (militaire trainers)
Nederland helpt met militaire trainers mee om de slagkracht van terreurorganisatie ISIS te breken.

Afghanistan (Resolute Support)
Nederland levert 100 militairen aan Resolute Support. Doel van deze NAVO-operatie is het verder opbouwen van leger en politie. Lees alles over de missie in Afghanistan.

Somalië (Atalanta, VPD, EUTMS)

Nederland neemt ook deel aan de trainingsmissie van de Europese Unie in Somalië (EUTMS). Nederlanders trainen specialisten van het Nationale Somalische Leger, adviseren leden van het Somalische ministerie van defensie en werken op het hoofdkwartier van de EUTMS. Aan de missie nemen naast Nederland 10 andere Europese landen deel. De Nederlanders opereren vanuit de hoofdstad Mogadishu.

Zuid-Soedan (Unmiss)
Nederland draagt met 6 personen bij aan Unmiss. Het gaat om 6 stafofficieren op het hoofdkwartier van de missie in Juba.

De United Nations Mission in South Soedan beschermt de bevolking. Nederland doet sinds het begin van de missie in 2011 mee. In dat jaar werd het Afrikaanse land onafhankelijk. Eind 2013 brak er een gewelddadig conflict uit in Zuid-Soedan tussen 2 bevolkingsgroepen. Honderdduizenden mensen sloegen op de vlucht. Ondanks het in 2015 ondertekende vredesakkoord blijft de situatie in het land gespannen.

Nederland geeft ook ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp aan het land.

Bahrein (CMF)
Bij Combined Maritime Forces (CMF) werken mariniers uit 25 verschillende landen samen. CMF opereert in de wateren rond het Arabisch schiereiland.

CMF:
bestrijdt gewelddadig extremisme en terrorisme;
bestrijdt piraterij, smokkel en mensenhandel;
verbetert samen met lokale en andere partners de maritieme veiligheid en stabiliteit in de regio.

Bosnië-Herzegovina (EUFOR)
Er werken nog 3 Nederlandse militairen voor de European Union Force Althea. De Europese missie helpt Bosnië-Herzegovina bij het handhaven van een veilige omgeving. Ook ondersteunt ze de zelfredzaamheid van de Bosnische strijdkrachten in hun streven capaciteit te ontwikkelen voor deelname aan vredesoperaties. De krijgsmacht wordt tevens opgeleid lokale autoriteiten te helpen bij rampenbestrijding.
De Nederlandse militairen maken deel uit van de Capacity Building and Training Division en werken als adviseur voor de Bosnische krijgsmacht.

De grootschalige Nederlandse inzet in Bosnië liep af in november 2011.

Gazastrook (EU BAM en USSC)

De European Union Border Assistance Mission (EU BAM) is een missie van de Europese Unie. De missie helpt bij het grensbeheer aan de grensovergang bij Rafah in de Gazastrook.

Nederland draagt in de regio ook bij aan de United States Security Coordinator (USSC). Deze missie vindt plaats in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. Het programma verbetert het functioneren van de veiligheidsdiensten en de Presidentiële Garde van de Palestijnse Autoriteit.

Israël, Syrië (UNDOF)
De United Nations Disengagement Oberserver Force (UNDOF). Vredesoperatie op de Golan-hoogte tussen Israël en Syrië. Nederland levert 2 militairen.

Kosovo – KFOR en EULEX
Kosovo Force (KFOR) van de NAVO is verantwoordelijk voor het verzorgen van een veilige leefomgeving in Kosovo. De huidige KFOR-sterkte is ongeveer 6.250 man, verdeeld over 5 Task Forces. Nederland levert 5 militairen aan KFOR.

EULEX is een missie van de Europese Unie. De missie bevordert de stabiliteit in Kosovo, door het bestuurlijk apparaat, politie, justitie en douane te ondersteunen. In totaal maken 2.000 mensen uit verschillende EU-landen deel uit van deze missie. Nederland heeft ongeveer 15 militairen voor EULEX in Kosovo, het merendeel marechaussees. De Nederlandse bijdrage bestaat ook nog uit personeel van de politie en uit specialisten van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie.

Libanon, Syrië en Israël (UNTSO)
De United Nations Truce Supervision Organization (UNTSO) observeert de afgesproken bestandslijnen tussen Libanon, Syrië en Israël. UNTSO opereert in hetzelfde gebied als UNDOF (United Nations Disengagement Observer Force). En in Zuid-Libanon in het zelfde gebied als UNIFIL (United Nations International Force In Lebanon). Nederland levert 12 militairen aan deze missie.

Midden-Oosten (FSE Mirage)
Met het Forward Support Element (FSE) Mirage heeft Defensie een strategische positie in het Midden-Oosten. Het 4-koppige detachement levert onder meer (logistieke) ondersteuning aan beveiligingsteams van mariniers voor de antipiraterijmissie bij Somalië.

Centraal Afrikaanse Republiek (EUMAM CAR)
Nederland levert 2 militairen aan de European Union Military Advisory Mission in de Centraal Afrikaanse Republiek. Zij assisteren bij de opbouw van een goed functionerend veiligheidsapparaat op het gebied van politie, justitie en defensie. De missie telt 60 functies. Het gaat daarbij onder meer om adviseurs, de bezetting van een veldhospitaal en een snelle reactiemacht.

De Centraal Afrikaanse Republiek is sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1960 in een bijna voortdurende staat van rebellie. De invloed van het huidige civiele interim-bestuur onder leiding van president Samba Panza blijkt beperkt.

Mali (EUTM en UNMAS)
Er is 1 Nederlandse militair toegevoegd aan de Europese trainingsmissie voor Mali. De missie helpt Malinese veiligheidstroepen op te leiden en te hervormen.

Nederland levert 1 militair aan de United Nations Mine Action Service (UNMAS). Deze overkoepelende organisatie van de VN werkt in Mali en richt zich op mijnenbestrijding wereldwijd.

Burkina Faso (ACOTA)
Nederland neemt deel aan het Africa Contingency Operations Training & Assistance (ACOTA-programma. Het programma vergroot de capaciteiten van 25 Afrikaanse landen. Zodat deze in Afrika vredesmissies kunnen uitvoeren (met een mandaat van de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie). Het ACOTA-programma traint jaarlijks opeenvolgend 3 bataljonstaakgroepen (tot 3.500 militairen per keer).

Overige inzet
Verder worden er afwisselend militairen geplaatst op hoofdkwartieren van verschillende missies.