Staatssecretaris Barbara Visser wordt minister van Infrastructuur en Waterstaat

Staatssecretaris Barbara Visser stopt per direct bij Defensie en gaat aan de slag als (demissionair) minister van Infrastructuur en Waterstaat (I&W). Ze volgt, tot er een nieuw kabinet is, Cora van Nieuwenhuizen op. Zij verlaat de politiek voor de functie van voorzitter van Energie Nederland. Dit is de brancheorganisatie voor energiebedrijven.

“Ik ga met pijn in het hart en had graag tot het einde van deze kabinetsperiode mijn werk als staatssecretaris willen doen, maar er is een beroep op mij gedaan”, aldus Visser.

Barbara Visser was de afgelopen kabinetsperiode als staatsecretaris verantwoordelijk voor onder meer materieel, bedrijfsvoering, vastgoed, veiligheid en personeel. Zo kwam onder haar leiding een regeling voor Chroom6 slachtoffers tot stand. Ook werd in kaart gebracht hoe de staat van het vastgoed is en werden er belangrijke stappen gezet op het gebied van (sociale) veiligheid. Verder is begonnen met de vervanging van de totale IT-infrastructuur (Grit) bij Defensie. Dat is het grootste IT project van de Rijksoverheid.

“Ik kijk terug op een prachtige tijd bij Defensie waar veel is bereikt, maar nog veel meer moet gebeuren. Ik heb daarom ook goed nagedacht of ik nu al weg kan gaan, maar ik weet ook dat het ministerie in goede handen achterblijft bij de minister, de commandant der strijdkrachten, de secretaris-generaal en bovenal al die mensen die bij Defensie werken. Want als me iets zal bijblijven is het de passie en de dienstbaarheid van waaruit mensen bij Defensie werken, met de overtuiging een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving. Ik ben er trots op dat ik deel heb mogen uitmaken van deze organisatie”, aldus Visser.

Er komt voor de resterende kabinetsperiode geen vervanger voor staatssecretaris Visser. Haar portefeuille wordt erbij genomen door minister Bijleveld-Schouten. Zij vindt het jammer dat de staatssecretaris weggaat. “We zijn in de afgelopen –bijna- vier jaar een goed team geworden. De staatssecretaris heeft daarin veel goed werk verricht waar ik haar namens de organisatie voor wil bedanken. Haar overstap naar I&W past daarbij goed in de aard van Defensie; als er een beroep op ons wordt gedaan dan springen we bij. Ik wens Barbara heel veel succes bij I&W.”

Krijgsmacht krijgt meer en modernere antitankwapens

Defensie gaat zijn antitankcapaciteit voor de korte afstand vervangen en uitbreiden. Potentiële tegenstanders worden steeds sterker door uitbreiding en modernisering. Daarom heeft de krijgsmacht meer slagkracht nodig. Er zijn dus meer en krachtigere antitankmiddelen nodig. Dit liet staatssecretaris Barbara Visser gisteren per brief aan de Kamer weten.

Ook de munitievoorraad moet worden uitgebreid voor meer voortzettingsvermogen. Verder is het nodig dat ook ondersteunende eenheden zichzelf kunnen beschermen. Dit vraagt om een licht en eenvoudig te bedienen antitankwapen.

Korte en zeer korte afstand
Het huidige systeem is zowel voor de korte afstand tot 600 meter (short range anti tank, SRAT) als de zeer korte afstand tot 300 meter (very short range anti tank, VSRAT).

Voor gebruik tot 600 meter is het huidige systeem niet langer geschikt, vanwege een verouderd richtsysteem.

4 systemen
De nieuwe SRAT-capaciteit wordt ingevuld met 4 systemen:

Niet primair te voet optredende gevechtseenheden gebruiken de huidige Panzerfaust als VSRAT-systeem. Hiervoor is geen aanvulling nodig.
Voor lichte gevechtseenheden (te voet) en ondersteunende eenheden komt er een eenvoudig te bedienen, licht en goedkoper VSRAT-systeem.
Gevechtseenheden krijgen een nieuw SRAT-systeem.
Potentiële tegenstanders zijn dankzij actieve beschermingssystemen (APS) beter beschermd. Daarom moet de antitankcapaciteit na verloop van tijd verder worden verbeterd. Op termijn is een SRAT systeem nodig dat opgewassen is tegen voertuigen met moderne APS. Dit wordt later verworven.
Aanschafrisico
De kosten bedragen tussen de €100 miljoen en €250 miljoen. Het aanschafrisico is laag bij het eenvoudige, lichte VSRAT-systeem (2) en SRAT-systeem (3). Het gaat namelijk om bestaande, bewezen systemen. Bij het systeem dat tegen APS opgewassen moet zijn, is dit groter. Daarom doet Nederland eerst onderzoek, samen met Duitsland dat deze capaciteit ook nodig heeft.

Het project wordt uitgevoerd van 2021 tot en met 2027. Naar verwachting ontvangt Defensie de 1e systemen in 2024.

Kerst 2020Kerst 2020