Waarom ook de secretaris-generaal van Defensie verantwoordelijkheid had moeten nemen

Dat Defensieminister Hennis op 3 oktober aftrad is vanuit haar ministeriële verantwoordelijkheid te begrijpen. Dat de Commandant der Strijdkrachten (CDS) Middendorp dat op diezelfde dag, twee dagen voor zijn commando-overdracht, deed is minder goed te verklaren.
Hoewel hij verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Nederlandse missies, valt hem bij een ongeval zoals dat in Mali niets te verwijten. Dat had anders gelegen als het zou gaan om ter plekke begane tactische of operationele fouten. Ik gok dan ook op het solidariteitsgevoel dat de CDS de minister wilde tonen.

Aan wie geen vragen gesteld zijn en wie zich ook niet heeft laten horen in het debat over het ongeval in Mali is de secretaris-generaal (SG) van Defensie, Wim Geerts. Hij is als hoogste ambtenaar binnen Defensie ambtelijk verantwoordelijk voor dit ongeval. Om die verantwoordelijkheid te kunnen uitleggen is het nodig de (onnodig) gecompliceerde bevelstructuur binnen Defensie uit te leggen, voor zover dat mogelijk is.




Na de minister is de SG de hoogste functionaris binnen Defensie. Hij geeft leiding aan de Bestuursstaf waarvan onder meer deel uitmaken: de Hoofddirectie Beleid, de Hoofddirectie Personeel, de Directie Financiën en Control en de CDS. De laatste staat dus op gelijk niveau met de andere genoemde directies, wordt altijd genoemd als de hoogste militair binnen Defensie, maar heeft over de andere directies geen zeggenschap. Hij geeft slechts direct leiding, gesteund door zijn door bezuinigingen sterk gekrompen Defensiestaf, aan de vier operationele commando’s van de krijgsmacht (landmacht, marine, luchtmacht en in beperktere mate marechaussee), vooral inzake operationele gereedstelling, en hij treedt op als militair adviseur van de minister.

De SG geeft ook direct leiding aan andere Defensieonderdelen: onder meer het Defensie Ondersteuningscommando (DOSCO), de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) en de Defensie Materieel Organisatie (DMO). Deze laatste was door haar leiding aan het Defensiemunitiebedrijf verantwoordelijk voor de aanschaf, de opslag en het beheer van de munitie die twee militairen in Mali fataal werd en een derde ernstig verwondde. De DMO wordt rechtstreeks aangestuurd door de SG.

Uit bovenstaande kunnen we twee zaken afleiden. Ten eerste dat de bevelstructuur die in 2005 binnen Defensie is ingevoerd volkomen onoverzichtelijk is en niet naar behoren werkt. Het is belachelijk dat de hoogste militair binnen Defensie niet alle militairen aanstuurt en geen invloed heeft op bijvoorbeeld het defensiebeleid, het personeelsbeleid en het materieelbeleid. Dat was ook de uitkomst van het rapport-Franssen uit die tijd, dat nog altijd actueel is (lezenswaardig voor de nieuwe vaste Kamercommissie voor Defensie). En ten tweede dat er wellicht nog iemand opstaat om de heer Geerts wat vragen te stellen. Ambtelijke verantwoordelijkheid is namelijk ook medeverantwoordelijkheid, en soms moet je die nemen.

E.J. Kwint is luitenant-kolonel b.d. en analist Defensiebeleid en Krijgsmacht Nederlandse Officierenvereniging.

Bron: Volkskrant / Defensie

Gouden ereteken voor oud-secretaris-generaal Akerboom

Oud-secretaris-generaal Erik Akerboom heeft gisteravond in de Pulchri Studio in Den Haag het Ereteken voor Verdienste in goud ontvangen. De Defensieonderscheiding werd hem opgespeld door minister Jeanine Hennis-Plasschaert.

Akerboom ontving de onderscheiding voor ‘de geheel eigen wijze waarop hij de afgelopen jaren leiding heeft gegeven aan het proces om de krijgsmacht toekomstbestendig te maken.’ Akerboom gaf een impuls aan de versterking van innovatie en het creëren van maatschappelijk draagvlak voor Defensie. Ook spande hij zich er voor in om de financiële huishouding van het ministerie verder op orde te brengen. “De open, betrokken en respectvolle wijze waarop hij omgaat met het personeel en zijn grote benaderbaarheid, spreken daarbij bijzonder aan”, staat in de toekenning.

Vertrouwen

Hennis roemde de samenwerking tussen haar, Commandant der Strijdkrachten generaal Middendorp en Akerboom. “Luisteren en verbinding zoeken. Zoeken naar harmonie in plaats van polarisatie. Het driemanschap CDS, SG en minister durfde op elkaar te vertrouwen. Het eindeloze geduld van Erik Akerboom is écht bewonderenswaardig. Zelden heb ik iemand met zo veel rust zien opereren. In dat opzicht vulden wij elkaar mooi aan. Maar de blauwe plicht riep. Jouw kennis van het veiligheidsdomein maakt je nu eenmaal tot een gewild bestuurder. En de Nationale Politie heeft je nodig.”

Blauw bloed, groen hart

Akerboom benadrukte dat hij terug is bij de organisatie waarin hij opgroeide. “Ik ben politieman in hart en nieren. Door mijn aderen stroomt blauw politiebloed. Ik heb er 22 jaar gewerkt. En het is ook daarom dat ik Defensie heb verlaten. Ik ga te vroeg, want er zijn nog moeilijke beslissingen te nemen bij Defensie. Maar als je word geroepen, ga je. Ik ben politieman en korpschef word je maar één keer.” Hij zei het de afgelopen jaren bij Defensie erg naar z’n zin te hebben gehad. “Aan mij zal Defensie een enthousiaste ambassadeur hebben. Daar kunt u van op aan. Ik mag dan blauw bloed hebben, het stroomt door een groen hart.”

Plaatsvervangend Secretaris-Generaal Marc Gazenbeek neemt de functie van SG vanaf 1 maart tot nader order waar.