Defensie erkend aansprakelijkheid erkend voor de dood 2 militairen

Het ministerie van Defensie erkend twaalf jaar na dato alsnog aansprakelijkheid voor de dood van korporaal Poortema en soldaat Schol. Beiden kwamen in Afghanistan om door eigen vuur. Defensie zal hun nabestaanden schadevergoeding betalen. Eind vorige maand heeft Minister Bijleveld (Defensie) de nabestaanden tijdens huisbezoeken hierover geïnformeerd. Volgens het ministerie wordt er nu gesproken over de precieze invulling van de schadevergoeding.




Tot nu stelde defensie dat de dood van de militairen het gevolg was van een ’tragische opeenvolging van missers’, maar werden hier geen consequenties aan verbonden. Hoewel de ouders van Wesley Schol en Aldert Poortema blij zijn met de manier waarop minister Bijleveld zich over hun zaak heeft ontfermd. zijn toch ongerust over een bevredigende afronding. Dit naar aanleiding van de door hen ontvangen brief van de landsadvocaat. De families zijn tevreden over het gesprek met de minister. „Ze zat hier niet alleen als bestuurder, maar ook als moeder. Dat merkte je” aldus de ouders. Ze beloofde op de zaak terug te laten komen per brief. De zakelijke toon en inhoud van dat schrijven viel bij de families Poortema en Schol alleen rauw op het dak.

„In de brief stond dat Defensie ons 30.000 euro per ouderpaar wil betalen. Maar er werd ook vermeld dat Defensie al de begrafeniskosten op zich had genomen. Alsof dat iets bijzonders is…” aldus de nabestaanden in De Telegraaf. Zij vinden dat er sprake moet zijn van een serieuze schadevergoeding en vergelijken het met het bedrag dat de gepeste militairen van Luchtmobiel ontvingen.

Militair advocaat Sébas Diekstra stelde defensie vorig jaar herfst namens de nabestaanden aansprakelijk nadat uit door De Telegraaf gepubliceerde interne documenten duidelijk was geworden dat Schol en Poortema na een serie vermijdbare fouten om het leven zijn gekomen. „Hopelijk kunnen de nabestaanden binnenkort de zaak na inmiddels meer dan 12 jaar definitief afsluiten. De hoop is nu dat er geen stroeve en langdurige onderhandelingen met de landsadvocaat hoeven plaats te vinden, maar dat de overheid als werkgever direct haar morele verantwoordelijkheid neemt door een passende tegemoetkoming toe te kennen.” aldus Diekstra.

Het ministerie van Defensie stelt in een reactie dat de invulling van de schadevergoeding nog onderwerp van gesprek is. Verder doet het departement geen mededelingen uit oogpunt van privacy.

Bron: Telegraaf / Defensie (foto illustratief)

Excuses Hennis aan nabestaanden mortierongeluk Mali

Jennifer Schouten wil gerechtigheid voor de dood van haar man Henry Hoving. Hij kwam samen met zijn collega Kevin Roggeveld in Mali om het leven bij de ontploffing van een mortiergranaat.
Het mortierongeluk kwam uitgebreid ter sprake toen donderdag een kritisch rapport verscheen van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Daarin staat dat Defensie ernstig tekort is geschoten bij het waarborgen van de veiligheid van Nederlandse militairen in Mali. Volgens de onderzoeksraad deugden de granaten niet en was de acute medische zorg niet op orde.

Schouten voelde voornamelijk veel ongeloof toen ze dit hoorde. “Ik kon er niet bij dat dit uit het rapport kwam. Ik heb Defensie altijd gezien als een mooi bedrijf dat goed is voor haar werknemers. Maar als je instaat voor de veiligheid voor een ander moet je er in eerste instantie voor zorgen dat je personeel veilig kan werken. Met goede spullen.”




Excuses van Hennis
Schouten doet nu aangifte en eist een schadevergoeding van Defensie. Het is nog niet duidelijk hoe hoog dat bedrag zal zijn. “Ik wil gerechtigheid voor wat er gebeurd is. De persoon die de munitie heeft gekocht en de persoon die besloot de munitie niet te laten testen: ik vind dat zij verantwoordelijk zijn voor de dood van mijn man.”

Inmiddels heeft minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert, contact gezocht met de nabestaanden. Schouten: “Ze heeft contact gezocht met mijn schoonmoeder en de vader van Kevin Roggeveld. Ze heeft haar excuses aangeboden. Dat is wel belangrijk, maar het verandert niks aan ons standpunt. De onderste steen moet boven komen.”
De uitzending naar Mali was de vierde missie voor sergeant eerste klasse Hoving. Volgens Schouten had haar man altijd veel passie voor zijn baan. Zo’n tien jaar waren Hoving en Schouten samen. Drie jaar geleden kregen ze een dochter, Fayen. “Als mijn dochtertje het over haar papa heeft, dan bedoelt ze de steen op de begraafplaats. Dat is niet wat je graag ziet voor je kind. Ze had haar vader in haar leven moeten hebben.”

Eigen regels
De OVV concludeert in het rapport dat het fatale ongeluk vermeden had kunnen worden, als defensie zich aan zijn eigen regels had gehouden. Dat het zo mis ging zou niet alleen komen door de bezuinigingen, maar doordat het een slecht gerunde organisatie zou zijn waar de mentaliteit en de veiligheidscultuur niet deugt.

Michael Ruperti is de advocaat van Schouten in deze zaak. Hij vindt dat Defensie de zaak snel moet afhandelen. De toekomst van de nabestaanden is in zijn ogen belangrijker dan het politieke lot van minister Hennis. Ruperti: “Ik vind het verrassend dat Hennis nu een extern onderzoek heeft aangekondigd. Het lijkt of ze daarmee tijd koopt voor haar politieke ambities en haar toekomst. Maar het belangrijkst is dat er een heel duidelijk rapport ligt van de OVV. Op basis daarvan moet de zaak worden opgelost.”

Bron: NOS / Defensie (illustratief)