Stap naar toekomstbestendige, flexibele krijgsmacht

Geopolitieke ontwikkelingen, nieuwe technologieën en veranderingen op de arbeidsmarkt volgen elkaar in razend tempo op. Dit vraagt om een krijgsmacht met een groot aanpassingsvermogen “We moeten adaptief zijn. In alle opzichten. Onzekerheid is de enige constante.” Minister Jeanine Hennis-Plasschaert zei dit tijdens de eerste door Defensie georganiseerde conferentie over de Adaptieve Krijgsmacht.

Het congres is een stap op weg naar een meer flexibele en meer wendbare Defensieorganisatie. Duurzame samenwerking met externe partijen vormt hier de kern van. Van de 650 aanwezigen was dan ook bijna de helft afkomstig van een externe kennisinstelling, andere overheidsinstanties of het bedrijfsleven. “U bent misschien bestuurder van een groot bedrijf. Of u werkt voor een niet-gouvernementele organisatie of denktank. Feit is dat wij allemaal gebaat zijn bij veiligheid.”

Dat Defensie er na jaren van snoeien eindelijk geld bij krijgt, noemde Hennis een deel van de oplossing om effectief te zijn en te blijven. Het is volgens haar bijvoorbeeld geen antwoord op de vraag hoe Defensie sneller aansluiting vindt bij de nieuwste technologieën. Of de veranderende bevolkingssamenstelling, waardoor er steeds minder jongeren op de arbeidsmarkt komen. “De gevolgen ervaren we nu al, met name bij technische functies. En dus is realiteitszin van belang. Om te kijken naar andere vormen van ‘vulling’. Medewerkers ‘delen’ is hier een voorbeeld van.”

VUGHT - RESERVISTEN GENEESKUNDIGE DIENST -

Flexibel inzetbare traumateams
De bewindsvrouw noemde de militaire artsen en verpleegkundigen die hun kennis dagelijks bijhouden bij civiele ‘relatieziekenhuizen’. Zij worden door Defensie betaald. Maar mocht een missie of oefening hier (onverwacht) om vragen dan zorgen de betreffende ziekenhuizen dat Defensie over medici kan beschikken voor bijvoorbeeld chirurgische traumateams. “We zouden dit op meer terreinen kunnen doen. Denk aan cyber-experts en juristen. En laten we wel wezen: de reservist dient niet alleen Defensie. Bij Defensie groeien mensen.”

Ook Groot-Brittannië zet al langere tijd reservisten in voor een toekomstbestendige krijgsmacht. Dit bleek uit het verhaal van de commandant van de Britse landmachtstaf generaal Nicholas Carter: “De voornaamste rol voor onze reservisten is het aanvullen van het leger. Zo is de totale sterkte 150.000 en niet slechts 80.000 beroepsmilitairen. Het is ook een pragmatische erkenning van de toenemende kosten van personeel. Een andere reden is dat wij het talent, de vaardigheden en specialismes die voorhanden zijn in de civiele maatschappij, ook willen inzetten.”




Andere mindset
Plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten vice-admiraal Rob Bauer richtte zich op een ander aspect van de Adaptieve Krijgsmacht: een andere mindset. “We moeten voortdurend denken in oplossingen.”

Als voorbeeld noemde Bauer de eis van crash seats in de Chinook-transporthelikopters. Zonder die zittingen mochten ze niet meer vliegen. Maar niet alleen bestonden ze niet voor dit type toestel, ook zouden ze onder oorlogsomstandigheden contra-productief kunnen zijn. De oplossing: de luchtvaartautoriteit ervan overtuigen deze regel te schrappen. “Snoeien in de regels als oplossing. Zo kunnen we meer zaken aanpakken. Ons eigen werkproces bijvoorbeeld. Als leider moet je mensen de ruimte geven. Het laatste dat ik wil, is in de weg staan. Alleen als de mensen op de werkvloer weten dat de leiding hen helpt, zullen ze sneller in oplossingen denken.”

Bron: Defensie

Medische capaciteit ontwikkelt mee dankzij reservisten IDR

Special operations forces moeten onverwacht naar een buitenlandse brandhaard. Ze worden ingevlogen samen met een Forward Surgical Element. Dit team (inclusief chirurg) staat geheel zelfstandig paraat op korte afstand. Zo’n inzet kan zomaar realiteit worden voor de medische teams van het Instituut samenwerking Defensie en Relatieziekenhuizen (IDR). Tijdens de IDR-dag vandaag in Nieuwegein kwamen de laatste ontwikkelingen ter sprake.

Door de voortdurend veranderende medische missieondersteuning moeten geneeskundig capaciteiten continu aan de realiteit worden aangepast. Wel blijft het reguliere Role 2-veldhospitaal het uitgangspunt. Zo’n 150 civiele en militaire medisch specialisten spraken over de gevolgen van ontwikkelingen voor bijvoorbeeld de gevraagde vaardigheden. Het IDR is de militaire gezondheidszorgorganisatie voor (para)medisch specialistische capaciteit bij wereldwijde inzet. Het instituut bestaat inmiddels 17 jaar. In die tijd is er veel veranderd.




Schotverwondingen en blastletsels
IDR-commandant kolonel Henk van der Wal: “Het aantal en het soort missies is veranderd. Zo zijn er tegenwoordig meer SF-missies. Daarnaast waren er in het begin nog veel allround chirurgen beschikbaar. Tegenwoordig zijn veel gespecialiseerd, van vaatchirurg tot oncologisch chirurg. Maar voor Defensie hebben wij ze vooral gespecialiseerd in traumachirurgie, bijvoorbeeld voor schotverwondingen en blastletsels. Daar volgt de vraag uit: hebben we nog wel de juiste mensen en hebben we nog wel de juiste relatieziekenhuizen?”

Vraagt fysiek en mentaal wat
De ontwikkeling van het toenemende aantal SF-missies heeft volgens Van der Wal nog een ander gevolg: “Met een Forward Surgical Element pak je eigenlijk een operatiekamer op in plaats van een compleet veldhospitaal. Dat kan betekenen dat zo’n team meerdere dagen onder provisorische omstandigheden zelfstandig moet optreden. Dan moet je dus niet alleen kunnen opereren, maar dat vraagt fysiek en mentaal wat van mensen. Daar moeten we de eisen bijvoorbeeld ook op aanpassen.”

Afghanistan , 24 juli 2011 , .een portret van vaatchirurg Desire

Schoolvoorbeeld adaptieve krijgsmacht
Vanwege de intensieve inzet van gespecialiseerde reservisten en het daaruit volgende aanpassingsvermogen geldt het IDR als schoolvoorbeeld van de adaptieve krijgsmacht. Van der Wal: “Ons reservistenmodel heeft zich de afgelopen 17 jaar bewezen. We maken bijvoorbeeld gebruik van contracten waarbij we reservisten gedurende een bepaalde periode kunnen inzetten als beroepsmilitairen. Aan deze samenwerking hangt natuurlijk een prijskaartje, maar levert wel gegarandeerde kwaliteit en beschikbaarheid op.”

IDR
Het IDR werkt samen met 12 ziekenhuizen. Hierbij plaatst Defensie 1 medisch beroepsmilitair in een ziekenhuis en stelt het ziekenhuis daar 2 reservisten als extra capaciteit tegenover. Op deze manier kan Defensie over 36 medische teams beschikken.

Bron: Defensie