Ruim 2.300 militairen bij Prinsjesdag

“Vuur!” Het is 13.00 uur en het koninklijk paar verlaat Paleis Noordeinde. Vanaf dat moment klinkt elke minuut een harde knal op het Malieveld in Den Haag. De saluutschoten zijn onderdeel van het grootschalige ceremonieel dat Defensie gisteren met ruim 2.300 militairen op de mat legt. Het is Prinsjesdag 2019.




Dankbaar voor vrijheid
De waardering voor deze rol van de militairen wordt uitgesproken in de Troonrede. “Mede dankzij hen leven wij al 75 jaar in vrede en veiligheid”, spreekt koning Willem-Alexander in de Ridderzaal. Hij begint de Troonrede met de herinnering aan geallieerde parachutisten die in september 1944 voor Nederland streden. “75 jaar later lijken vrijheid, democratie en een sterke rechtstaat vanzelfsprekende waarden. Maar wie de wereld beschouwt, realiseert zich hoe bijzonder het is te leven in een land waarin mensen zich veilig kunnen voelen.”

Route Koninklijke Stoet
Terwijl de koning de woorden uitspreekt, staan de eenheden nog opgesteld langs de route die de Koninklijke Stoet gaat; van het paleis, over het Lange Voorhout, door de Grenadierspoort het Binnenhof op naar de Ridderzaal, en weer terug. Ook studentenweerbaarheden vullen de route. Ze komen uit Amsterdam, Delft, Den Haag, Leiden, Rotterdam en Utrecht. Op een deel van de route brengen veteranen de eregroet.

Van fanfare tot dubbelpost
Veel militairen lopen mee in de stoet, van fanfare tot ere-escorte te paard. Bij het paleis en de Ridderzaal staan de vaandelwachten, erewachten en dubbelposten. Op het Malieveld hebben de Gele Rijders zich al vroeg opgesteld. Tijdens de plechtigheden vuren zij hun houwitsers.

De militairen die helpen bij een veilig verloop van de dag hebben hun werk dan al gedaan, of ondersteunen nog op de achtergrond.

De ogen van het publiek richten zich bij terugkeer van de stoet vooral op het koningspaar. Voordat de balkondeuren van Noordeinde open gaan klinkt een laatste knal vanaf het Malieveld. De Gele Rijders keren huiswaarts.

Meer foto’s en video
Bekijk hier meer foto’s en de video saluutschoten op Malieveld

Bron: Defensie

Minister maakt militair modestatement op Prinsjesdag

Een stijlvolle jurk gemaakt van een patchwork van stukjes uniform van de 4 krijgsmachtdelen. Prinsjesdag is bij uitstek de gelegenheid om in een bijzondere creatie voor de dag te komen. En dat is precies wat minister Ank Bijleveld-Bijleveld vandaag doet met haar modestatement.

Bijleveld: “Dit jaar vieren we 75 jaar bevrijding. We staan stil bij de bevrijders van toen, maar ook bij de militairen die sindsdien voor onze vrede en veiligheid helpen zorgen. De outfit is een eerbetoon aan hen. Het is ook een statement om te laten zien hoe Defensie zich inzet voor hergebruik van oud-defensietextiel en duurzaamheid in het algemeen.”

Maar de creatie bevat meer symboliek. Zo is het hoedje een ode aan 75 jaar vrouwen bij de krijgsmacht. In 1944 traden namelijk de eerste vrouwen toe tot de krijgsmacht.

Zowel de jurk, als het hoedje en de handtas zijn gemaakt van verschillende kledingstukken en afgeschreven stoffen. Die is bijvoorbeeld van Defensiekleding die vanwege slijtage retour is genomen. Ook zijn er knipresten gebruikt van maatkleding van de kleermakerij van het Kleding- en Persoonsgebonden Uitrusting-bedrijf (KPU) van Defensie.

Het hoedje is gemaakt door Hassing, de leverancier van alle militaire hoofddeksels. Daisy van Groningen ontwierp en maakte de outfit. Zij werkt als materiedeskundige bij het KPU-bedrijf. Haar taak bestaat onder meer uit het ontwerpen van kleding, die in een later stadium weer gemakkelijk te recyclen of hergebruiken is.

Verkleinen afvalberg
Daisy: “Het was een uitdaging en een eer om deze outfit te ontwerpen. Tegelijkertijd is het een mooie manier om te laten zien dat we met oude uniformen nieuwe producten kunnen maken. Het hergebruiken van Defensietextiel past goed in wat wij binnen Defensie willen bereiken: het verkleinen van de textielafvalberg.”

Bij het ontwerp hield ze rekening met de stijl en kleuren die passen bij de minister. De hoofdkleur is het donkergroen van het dagelijks tenue van de landmacht. De achterkant van de jurk is meer uitgesproken vanwege de kleurvlakken die verwijzen naar de andere krijgsmachtsdelen.




Hergebruik
Oude Defensie-uniformen worden ingezameld en door zo’n 80 mensen met een arbeidsbeperking beoordeeld op slijtsporen. Is daar geen sprake van dan wordt de kleding hergebruikt. Is het te beschadigd dan worden alle herkenningstekens verwijderd en wordt de kleding verknipt. Dat wordt als grondstof verkocht aan de markt. Defensie zamelt jaarlijks 6.000 pallets (zo’n 300 kilo per pallet) met textiel in. Hiervan wordt circa 35% hergebruikt en circa 60% wordt als grondstof of artikel verkocht. Circa 5% wordt nog maar vernietigd. Denk hierbij aan emblemen, naamlinten en ritsen.