Nederland haalt NAVO-norm onder Rutte III niet, wordt zelfs minder

De NAVO-norm raakt in Nederland de komende jaren alleen maar verder uit het zicht, ondanks dreigende taal van president Trump en toezeggingen van premier Rutte. De defensie-uitgaven blijven structureel te laag.
Dat blijkt uit de Prinjsesdagstukken die gisteren zijn gepubliceerd. De NAVO-norm is een afspraak die de leden van het bondgenootschap hebben gemaakt om 2 procent van hun bbp aan defensie uit te geven, uiterlijk in 2024.




Van 1,30 procent naar 1,24 procent
Hoewel Nederland wel degelijk meer gaat uitgeven aan Defensie (1,2 miljard euro in 2019, in totaal 8 miljard euro extra tot 2021), raken we deze kabinetsperiode alleen maar verder verwijderd van de norm.
In 2019 geven we 1,30 procent van het bbp uit aan Defensie, in 2020 en 2021 stijgt dat marginaal naar 1,34 procent, maar daarna zakt het weer verder weg. 1,28 procent in 2022 en een schamele 1,23 procent in 2023.

Nederland bungelt onderaan
Nederland bungelt daarmee onderaan het lijstje van Europese NAVO-leden, samen met België, Luxemburg en Slovenië, geeft het ministerie zelf toe.
Dat het percentage de komende jaren daalt heeft vooral te maken met de groeiende economie. Doordat het bbp harder stijgt dan de defensieuitgaven worden die naar verhouding dus kleiner.

Trump woedend
Dat de NAVO-norm verder uit zicht raakt is opmerkelijk. Eerder dit jaar was er veel om te doen tijdens de NAVO-top en het bezoek van Trump aan Europa.
De president van de VS liet meermalen weten woest te zijn op bondgenoten die te weinig aan defensie uitgeven en opperde zelfs dat de NAVO-norm opgeschroefd moet worden naar 4 procent van het bbp.
Premier Rutte zei tijdens de NAVO-top in juli: “Als het gaat om de 2 procent heeft Trump gewoon een heel groot punt” en dat er ‘grote eensgezindheid’ was onder de leden om naar de norm toe te werken.

President Trump claimde zelf na de bijeenkomst dat de NAVO-partners flinke toezeggingen hadden gedaan, iets wat al meteen in twijfel werd getrokken. De Nederlandse regering blijkt in ieder geval, ondanks de woorden van Rutte, niet direct de portemonnee te trekken.

Bron: RTLZ/ Defensie (foto illustratief)

Militairen traditiegetrouw present op Prinsjesdag

Defensie heeft Prinsjesdag in Den Haag weer groots ondersteund met de inzet van ongeveer 1.500 militairen voor ceremoniële taken. De militaire aanwezigheid symboliseert de bescherming die Defensie biedt aan de monarchie en democratie van het koninkrijk.

In de Troonrede sprak de koning over de militairen als vakmensen, die samen met andere beroepsgroepen de basis vormen onder een sterk land.
Een saluutbatterij van het Korps Rijdende Artillerie vuurde volgens traditie zogenoemde minuutschoten af op het Malieveld. De schoten begonnen toen de koning Paleis Noordeinde verliet en stopten op het moment dat hij met de Koninklijke Stoet weer terug was uit de Ridderzaal. Dit waren ongeveer 60 schoten.




Paleis Noordeinde
Bij Paleis Noordeinde stond een dubbelpost van de Koninklijke Marchaussee. De luchtmacht leverde een erewacht, een vaandelwacht en de muziekkapel.

Langs de route
De Koninklijke Stoet passeerde een ere-afzetting van militairen van de verschillende krijgsmachtdelen, vertegenwoordigers uit de provincie Limburg, leden van de Stichting Veteranen Platform en leden van Onze Vrijwilligers Vereniging Korps Nationale Reserve.

Binnenhof en Ridderzaal
Mariniers vormden de erewacht en vaandelwacht en verzorgden de muziek voor de Ridderzaal.
De ere-afzetting op het Binnenhof bestond uit militairen van 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene, 11 Infanteriebataljon Luchtmobiel Garde Grenadiers en Jagers, de Koninklijke Militaire Academie en het Koninklijk Instituut voor de Marine. Ook leerlingen van de Koninklijke Militaire School en studentenweerbaarheden waren aanwezig, evenals de marechaussee met meerdere dubbelposten.

Bron: Defensie