luchtmobiel_noventas-by-mindef

’Onze landmacht is een zieke oude man’

1 op 4 functies is niet ingevuld
De weg naar herstel is voor de Koninklijke Landmacht nog lang. Ondanks de 1,5 miljard euro extra die dit kabinet na jaren bezuinigingen uittrok, bestaan er enorme personeelstekorten. Uit interne overzichten van defensie blijkt dat bijna één op de vier functies niet is ingevuld.




De Gezamenlijke Officierenverenigingen (GOV) noemen de landmacht ’een zieke oude man’. Alleen met nog veel meer extra miljoenen voor tanks, artilleriekanonnen en luchtverdedigingsraketten zal het krijgsmachtdeel volgens de organisatie aan de NAVO-normen voldoen. De Telegraaf zet de stand van zaken binnen de krijgsmacht deze maand op een rij.
Commandant Landstrijdkrachten Leo Beulen vindt dat het inmiddels de goede kant op gaat, maar waarschuwt dat het op krachten komen tijd kost. „Lang was ons credo dat we wel personeel, maar geen geld hadden. Nu is het geld er, maar hebben we moeite personeel te krijgen.”

Het is een grapje dat onder hoge landmachtofficieren gaat. „We waren lang een leger zonder spullen, maar als we niet oppassen, worden we spullen zonder leger.” Zoals in veel gevallen van galgenhumor zit er een stevige kern van waarheid in. Van de bijna 18.300 functies bij de landmacht zijn er volgens defensie 2400 vacant. Naast het vullen van deze gaten moeten de wervers de komende jaren nog eens 1800 mensen vinden voor nieuwe functies.

Machteloos
Personeelstekort en materiële gebreken maken de landmacht feitelijk machteloos, zo blijkt uit interne overzichten van defensie en een aanvullende analyse die de Gezamenlijke Officierenverenigingen (GOV) op verzoek van De Telegraaf onder leden uitvoerde. De conclusies zijn schokkend. Van de drie brigades die onze landmacht vormen, is er niet eentje volledig gevuld, opgeleid, getraind en daarmee klaar om de in de Grondwet vastgelegde eerste hoofdtaak te vervullen: het verdedigen van ons grondgebied en dat van onze bondgenoten binnen de NAVO.

Vanwege de arbeidsvoorwaarden en het ontbreken van de juiste uitrusting en oefenmogelijkheden is personeel volgens duovoorzitter Ruud Vermeulen van de GOV massaal gedemotiveerd weggelopen. „Daardoor beschikken de bataljons waaruit de brigades zijn opgebouwd nog maar over vijftig procent van het noodzakelijke aantal getrainde manschappen”, zegt de brigadegeneraal b.d. Van de zeven manoeuvrebataljons is er met moeite één operationeel gereed, wat wil zeggen: direct inzetbaar.
„De Koninklijke Landmacht staat er slechter voor dan welke andere sector of bedrijfstak dan ook”, is de conclusie van Vermeulen. „De vraag is of de mooie woorden uit de defensienota om personeel centraal te zetten, worden omgezet in daden. Alleen dan heb je perspectief.”

Ook qua materieel staat de landmacht er slecht voor, ondanks de eerste financiële reparaties onder het vorige kabinet. Dat is vooral duidelijk terug te zien in het voertuigpark. Zonder gepantserde troepentransporters en gevechtsvoertuigen zijn eenheden letterlijk nergens. Uit de laatste gereedheidsrapportage die aan de Tweede Kamer werd gestuurd, blijkt dat 35 tot 50 procent van de CV90-gevechtsvoertuigen, het Fennek-verkenningsvoertuig en de Boxer-manschappentransporters kapot in de werkplaats staan.
Ook van de schaarse onbemande Raven-vliegtuigjes, die nodig zijn om informatie over vijanden en hun posities te vergaren, en de zware pantserhouwitser-kanonnen is op zijn best maar twee derde beschikbaar. Dat is ver onder de gereedheidsnorm. En dan gaat het nog om gevechtseenheden die door de defensieleiding tijdens de bezuinigingen zoveel mogelijk werden ontzien.

Het beeld bij de ondersteunende onderdelen, zoals de geneeskundige troepen, inlichtingen en genie, is nog beroerder. Van de drie luchtmobiele geniepelotons was er in 2016 niet één direct inzetbaar. Ook hier zijn onderbemanning en materieelgebrek de boosdoeners. Bovendien treffen de problemen niet alleen de landmacht. De Koninklijke Landmacht levert ook de gevechtsondersteuning van de twee mariniersbataljons en het Helikopter Commando, waardoor ook hun inzetgereedheid wordt aangetast.

Meer nodig
De slotconclusie van de officieren is even hard als nuchter.

„Na de bezuinigingen is de Koninklijke Landmacht een zieke oude man”, stelt generaal-majoor b.d. Harm de Jonge. Hij is voorzitter van de denktank Defensiebeleid & Krijgsmacht van de GOV. De defensienota van minister Bijleveld ziet hij als een eerste stap richting genezing. Om van de patiënt een gezonde krijger te maken die zich kan meten met zichzelf versterkende grootmachten als Rusland, is volgens hem een stuk meer nodig.
„Vanaf 2020 is veel meer budget nodig. Wij moeten ons goed realiseren dat de landmacht ná deze defensienota en in lijn met de NATO Defence Planning Capability Review nog een forse uitbreiding met wapensystemen en logistieke eenheden nodig heeft. De brigades moeten weer worden uitgerust met tanks, artilleriekanonnen, luchtverdedigingsraketten, logistieke bevoorraders, sensoren en elektronische afweercapaciteit”, aldus De Jonge.
„Dat gaat dus zitten in het pakket maatregelen dat Bijleveld heeft aangekondigd met de herijking defensienota 2020. Als die stappen dan niet genomen worden, blijft de slagkracht ver onder de NAVO-maat en totaal irrelevant voor onze bondgenoten. Wij blijven dan de, enigszins opgekrabbelde, maar toch erg verzwakte patiënt.”

Reactie Landmacht

Commandant: personeel eerste prioriteit
Commandant Landstrijdkrachten Leo Beulen is de eerste om toe te geven dat zijn krijgsmachtsdeel nog heel veel moet doen om op orde te komen. Maar bij de generaal is het glas half vol. Hij ziet de munitiedepots weer vol raken en de planken met reservedelen weer gevuld.
Met de gedachte aan eeuwige vrede in Europa verschoof na de val van de Berlijnse muur de krijgsmacht zijn aandacht van de verdediging van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied naar het bevorderen van de internationale rechtsorde. Tegelijkertijd ging het mes in de defensiebegroting.
„We zijn gaan snijden in de ondersteuning, in logistiek, artillerie, genie. Was dat handig? Nee. Wanneer je tijdens een buitenlandse missie opereert vanuit je eigen kamp was het minder een probleem. Je weet waar de bad guy zit, en of je hem over twee of over drie dagen pakt, dat maakt niet zo veel uit.”
„Bij grootschalige verdediging van je grondgebied heb je de tijd niet aan jezelf. Probeer maar eens een gevecht te winnen wanneer de brandstof en munitie niet op tijd op de goede plek zijn en zonder genie en artillerie om de weg vrij te maken. Daarom investeren we nu als eerste in het herstellen van die ondersteunende onderdelen.”

Omschakeling
Het op orde hebben van de hele keten van de man die de kogels bestelt, tot de soldaat die ze verschiet, is extra van belang omdat het Nederlandse leger weer klaar moet zijn om een grote aanval uit het Oosten te kunnen afslaan. Dat is een omschakeling die de hele krijgsmacht maakt. „We gaan ons meer richten op de eerste hoofdtaak: het verdedigen van het eigen grondgebied. We gaan weer vechten met brigades.”
Beulen wil vaart maken bij de aanschaf van nieuw materieel. In de defensienota is er voor de landmacht vooral geld bestemd voor het aanvullen van de voorraad reservedelen, gevechtsondersteuning en logistiek, de aanschaf van nieuwe snuffelvoertuigen tegen chemische en biologische wapens en het moderniseren van grote wapensystemen zoals de pantserhouwitser, voertuigen als de Bushmaster en het CV90-pantserrupsvoertuig.

Maar toch. Straks heeft hij misschien wel materieel, maar geen personeel om het te bemensen. Met zichtbare ergernis vertelt Beulen dat de Koninklijke Landmacht nog maar een paar jaar terug vrijwel alle functies bezet had. Vanwege de krappe budgetten was de selectie streng als contractverlenging aan de orde was. Goede mensen gingen de poort uit. Mannen en vrouwen die nu heel hard nodig zijn. „Toen hadden we te veel mensen en te weinig geld, nu hebben we te weinig mensen en wél geld.”

Betere beloning
Daarom heeft personeel nu eerste prioriteit, vertelt de commandant. „We doen ons best voor behoud door mensen beter te belonen en hun de goede spullen te geven. Van het pak dat je aan je hebt, tot het voertuig waarmee je moet werken. Dat is heel belangrijk voor je werkplezier. Daarnaast zijn we soepeler geworden bij het toepassen van regels.”

Bron: Telegraaf / Defensie (foto illustratief)

defensie-brandstore-utrecht_noventas-by-mindef

Reizende Brandstore Banenwinkel Defensie doet Utrecht aan

De reizende Defensie Brandstore is in Utrecht aangekomen. Na een afdaling door mariniers heette de Utrechtse burgemeester Jan van Zanen, Defensie van harte welkom in Utrecht. “Ik hoop dat veel mensen binnenstappen en een toekomst bij Defensie tegemoet gaan. Veiligheid is ons grootste goed”, zei hij.
Hoofd Recruitment luitenant-kolonel Stefan Nommensen benadrukte het belang van de banenwinkel: “Met de brandstore gaan we naar de mensen toe. Het is heel laagdrempelig. Dat is hard nodig, want Defensie zoekt veel nieuwe mensen.”




Veel activiteiten
De komende weken zijn er veel activiteiten in de Brandstore aan de Voor Clarenburg 10-12 in Utrecht. Bezoekers kunnen meedoen aan citytours met bepakking inclusief navigatietechnieken. Voorts komen er techniek-, ICT-, logistieke en medische dagen en ladies-only-events. Kijk voor het complete programma op werkenbijdefensie.nl/brandstore.
De Brandstore deed al eerder Amsterdam en Groningen aan. In totaal kwamen daar 2.700 belangstellenden langs, waarvan er 900 aangaven bij Defensie te willen werken.

De tijdelijke Defensiewinkel in Utrecht is dagelijks geopend tijdens winkeluren en op donderdagavond tot 21.00 uur. Eerste Paasdag, Koningsdag en Bevrijdingsdag is de winkel gesloten.

De Brandstore blijft tot 7 mei in Utrecht. Daarna verhuist hij nog naar Eindhoven en Nijmegen.

Bron: Defensie