Eerste overleg voor Europese militaire snelweg

Militair transport in Europa moet gemakkelijker en sneller. Dat betekent in de 1e plaats minder bureaucratie, maar eventueel ook bouwkundige aanpassingen aan wegen en bruggen. Om deze militaire snelweg in Europa te bereiken, komen vandaag vertegenwoordigers bij elkaar uit 24 EU-lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Defensieagentschap.




Het overleg vindt plaats in Den Haag en is georganiseerd door Defensie en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het is de 1e van een reeks overleggen die uiteindelijk moet leiden tot een akkoord over ‘military mobility’ in Europa. De contouren van dit akkoord worden vandaag in de steigers gezet.

Woud aan regels
Het onderwerp werd vorig jaar door Nederland op de agenda geplaatst na ervaringen tijdens meerdere internationale oefeningen. Bij het passeren van iedere grens moet een woud aan procedures en regels worden doorlopen. Dat geldt voor oefeningen, maar speelt ook bij echte crisis. Het nu gestarte initiatief moet onnodige barrières wegnemen. Denk aan minder en kortere procedures en regels qua douane, gevaarlijke goederen, infrastructuur en diplomatieke toestemming.

PESCO
De militaire snelweg start als 1 van de eerste van 17 PESCO-projecten (permanent structured cooperation). PESCO is een structureel samenwerkingsverband van 25 EU-lidstaten. Nederland neemt deel aan 7 projecten op het gebied van logistiek, maritieme mijnenbestrijding, cyber, trainingsmissies, interoperabele radiocommunicatie en medische capaciteiten. Nederland is lead nation in het militaire snelwegproject.

PESCO startte in december 2017. Het moet EU-lidstaten nauwer samen te laten werken op gebied van Defensie om goedkoper in te kunnen kopen, efficiënter te werken en tot betere resultaten te komen.

Bron: Defensie

Europese samenwerking Defensie

De Europese leiders hebben donderdag op hun top in Brussel besloten serieus werk te gaan maken van het opbouwen van een echte Europese defensie. Op de EU-top in Brussel stemden de 28 leiders van de Europese landen unaniem in met structurele coöperatie tussen de soevereine strijdkrachten.

Onderdeel van het voorstel is dat er binnen drie maanden concrete projecten moeten worden opgezet die de onderlinge samenwerking moeten versterken. Lidstaten hebben diezelfde periode gekregen om tot een akkoord te komen over een lijst van criteria en toezeggingen voor het defensieproject. De samenwerking heeft de naam PESCO gekregen, oftewel Permanent Structured Cooperation (permanent gestructureerde samenwerking). Daarnaast gaat de Europese Commissie tot 2020 590 miljoen euro in het nieuwe Europese Defensiefonds stoppen. Na 2020 moet dat 1,5 miljard euro per jaar worden. Het geld moet voornamelijk worden gebruikt voor het samen ontwikkelen en aanschaffen van wapens.

De nauwere samenwerking moet niet leiden tot een Europees leger of Europees defensiehoofdkwartier, zo lichtte premier Rutte toe. “De bedoeling is dat de EU-activiteiten complementair zijn aan wat er gebeurt in de NAVO”, zei Rutte. Ook herhaalt de Europese Unie uitentreuren niet van plan te zijn de Navo te vervangen. Zij zegt geen militair bondgenootschap in de klassieke zin te willen worden, zij wil slechts de militaire capaciteit ontwikkelen om zo nodig alleen te kunnen optreden als dat nodig is. Bijvoorbeeld bij overzeese missies voor crisismanagement in landen, waar politieke instabiliteit gevolgen kan hebben voor Europa in de vorm migratiestromen en terreurgeweld.

Diverse Europese zwaargewichten hebben zich enthousiast getoond over het aannemen van PESCO. EU-president Donald Tusk noemde het besluit een historische stap. De voorzitter van de EC, Jean-Claude Juncker sprak van “een slapende prinses die nu wakker is geworden”. En ook de Franse president Emmanuel Macron noemde het “historische voortgang” dat de EU-landen het eens zijn geworden over verregaande samenwerking op het gebied van defensie.




Terrorisme harder aanpakken
De Europese Raad besloot tevens dat de strijd tegen terroristen van buiten de EU te verhevingen. Daarvoor zullen lidstaten onderling meer informatie gaan delen over deze strijders. Ook hebben de leiders een beroep gedaan op de online industrie om de verspreiding van terroristisch materiaal te voorkomen.

EU-Battlegroups
Over de vorming van een heuse defensiepoot wordt al heel lang gesproken. In 1998 kwamen Frankrijk en Groot-Brittannië met de verklaring van St.-Malo. Europa moest het vermogen ontwikkelen om bij internationale crises autonoom te kunnen optreden. Maar tot uitvoering van de voornemens kwam het niet of nauwelijks. Wel werden in 2004 de zogeheten EU-Battlegroups gevormd, gevechtseenheden die binnen tien dagen kunnen worden ingezet. Ze zijn nooit in actie gekomen.
Dat had te maken met onenigheid wie de kosten van zulke operaties voor zijn rekening zou nemen. Dat punt wordt nu ook ten langen leste opgelost door de leiders. De kosten zullen gemeenschappelijk worden gedragen. De leiders willen ook dat het Europese Defensie Fonds snel operationeel wordt. Het is de bedoeling dat dit fonds gevuld gaat worden met miljarden voor het gezamenlijk ontwikkelen, produceren en aankopen van wapens.

Bizon Drawsko

Premier Rutte zei bij aankomst zich te kunnen vinden in de plannen. Het is bijvoorbeeld goed dat de lidstaten meer gaan samenwerken, bijvoorbeeld bij inkopen. Maar de voorstellen, voegde hij eraan toe, mogen niet leiden tot een Europees leger en tot grote hoofdkwartieren. Van oudsher is Nederland een van die Atlantisch-geörienteerde lidstaten die er nauwgezet op toezien dat de defensieplannen van de EU niet de Navo ondermijnen.

De nauwere samenwerking tussen de Europese strijdkrachten zat er al een tijdje aan te komen. Zo werden in november vorig jaar al plannen voor het Europese Defensiefonds aangekondigd. Sinds de Amerikaanse president Trump heeft gedreigd zijn NAVO-bondgenoten niet te hulp te schieten als de Europese landen hun bijdragen aan defensie niet opschroeven, is er in Brussel al langer overleg over dit onderwerp.

Bron: NRC / Volkskrant / Defensie (illustratief)