OVV gaat duikongeval Defensie onderzoeken

De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) stelt een onderzoek in naar een duikongeluk in april voor de kust van België. Een duiker van de Nederlandse marine raakte toen ernstig gewond.




De duiker was bezig met een operatie vanaf Zr. Ms. Zierikzee toen hij onwel werd met verschijnselen van de duikersziekte nadat hij op 36 meter diepte had gedoken. Duikersziekte ontstaat bij mensen die onder een verhoogde druk hebben verkeerd en leidt tot hoofdpijn, duizeligheid, bewustzijnsverlies of verlammingen.

De OVV wil achterhalen wat de oorzaken waren. Daarbij wordt ook de gebruikte apparatuur bestudeerd.

De marine heeft alle operaties met het type duiktoestel dat de duiker gebruikte na het ongeval opgeschort.

Bron: HartvanNederland / OVV

Ouders omgekomen militairen Mali: ‘We willen dat iemand aansprakelijk wordt gesteld’

Kevin Roggeveld en Henry Hoving overlijden in 2016 Mali na een ongeval met een mortier. Minister Hennis-Plasschaert stapt op als blijkt dat er van alles mis was met de mortier. De ouders willen weten wie er echt verantwoordelijk was en doen aangifte.

Op 6 juli 2016 stortte de wereld van Kees Roggeveld in elkaar. “De deurbel ging en toen ik open deed stond er een mevrouw van Defensie op de stoep. Mijn nekharen gingen recht overeind staan.” Zijn zoon Kevin is bij een oefening met een mortiergranaat samen met Henry Hoving om het leven gekomen tijdens een missie in Mali.




‘Ik heb hem niet meer teruggezien’
Wanneer de jongens naar huis komen, was voor de families niet meteen duidelijk. “De media wist eerder dat ze naar Nederland kwamen dan wij, in die eerste periode is veel mis gegaan”, vertelt Greetje Groenbroek, de moeder van de andere omgekomen militair, Henry van Hoving. Op 11 juli 2016 landde het vliegtuig in Eindhoven met aan de boord de stoffelijke overschotten van de twee jongens. “Het is heel onwerkelijk, daar sta je dan en dan zie je zo’n grote KDC-10 aankomen.”

“We mochten nog een half uurtje bij de kisten, daarna gingen ze naar het Nederlands Forensisch Instituut”, vertelt Groenbroek. Roggeveld heeft zijn zoon niet meer gezien: “Ik durfde niet meer te kijken. Ik dacht dan zie ik een beeld dat raak ik nooit meer kwijt. Nu denk ik weleens ik had wel moeten gaan kijken, ik mis dat gewoon. Ik heb hem niet meer teruggezien, niet meer gevoeld, niet meer aangeraakt dat maakt het ook onwerkelijk. Dat je kunt denken hij komt gewoon weer thuis.”

Ondeugdelijk materiaal
“In eerste instantie leek het op een bedrijfsongeval, een noodlottig ongeluk en daar hadden we vrede mee”, zegt Groenbroek. Maar na onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) werd duidelijk dat er van alles mis was met het materieel waar zij mee werkten. Daardoor ontplofte de granaat eerder dan zou moeten en kwamen beide militairen om het leven. Een derde militair raakte zwaargewond.

Na het horen van de conclusie zijn de ouders woedend. “We waren zo boos; hoe is het mogelijk dat ze de jongens op pad sturen met ondeugdelijk materiaal, met niet gekeurd materiaal.”

Vernietigend rapport
De Onderzoeksraad voor Veiligheid publiceert op 28 september 2017 een rapport over het mortierongeval in Mali.

De conclusies zijn vernietigend: “Defensie is tijdens de missie in Mali ernstig tekort geschoten in de zorg voor de veiligheid van uitgezonden Nederlandse militairen.” Met het materiaal waar de militairen mee werkten was van alles mis, waardoor dit ongeval kon gebeuren. Zo zijn de mortieren onder druk aangekocht, zonder garanties, werden ze onder te hoge temperaturen opgeslagen en hebben ze tijdens een oefening in de zon gelegen. Dit zorgde ervoor dat de mortier vroegtijdig ontploft. Minister van Defensie Janine Hennis Plasschaert maakt tijdens het kamerdebat over het rapport bekend dat ze opstapt.

Zelf aangifte gedaan
Na het vernietigende rapport van de OvV stapt verantwoordelijk minister Hennis-Plasschaert op. Ook commandant der strijdkrachten Tom Middendorp treedt terug. Maar de families willen weten wie er écht verantwoordelijk was voor de dood van hun zonen. Daarom hebben ze aangifte gedaan en loopt er nu een strafrechtelijk onderzoek.

“Het ministerie was zelf niet van plan om uit te zoeken wie er verwijtbaar heeft gehandeld. Omdat wij dat wel willen weten, hebben we besloten aangifte te doen”, zegt Groenbroek. “We willen dat er iemand aansprakelijk wordt gesteld. Een naam of een afdeling, zodat het niet nog een keer gebeurd, zodat het veiliger wordt. Want nu heb ik het idee dat het zo nog een keer kan gebeuren.”

Bron: EenVandaag / Defensie (foto illustratief)