Defensie informeert Tweede Kamer over voortgang nieuwe onderzeeboten

Het is de komende jaren het grootste materieelproject van Defensie: de vervanging van de 4 Walrusklasse-onderzeeboten. Ze zijn in de jaren ’90 in gebruik genomen. Vandaag is de Kamer geïnformeerd over de voortgang en de ontwikkelingen van het programma met de zogenoemde basisrapportage.




Dat de krijgsmacht de onderzeebootcapaciteit vervangt is geen nieuws. Vanwege de internationale machtsverhoudingen en dreiging zijn de boten van direct belang voor Nederland en het Koninkrijk in bredere zin. Dat geldt voor de bescherming van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, maar ook voor het vrije gebruik van de zee, waarvan Nederland als zeevarende handelsnatie afhankelijk is. Een onderzeeboot is uitermate geschikt voor taken, zoals de bescherming van vlootverbanden, het afzetten en oppikken van special forces, inlichtingenvergaring en operaties bij de zeebodem. Daarnaast vormen de onderzeeboten een belangrijke capaciteit binnen de NAVO en de EU.

Huidige fase
Bij de keuze voor de verwervingsstrategie is eerder naar zowel beleidsmatige (o.a. nationaal veiligheidsbelang), als beheersmatige aspecten (waaronder de risico’s) gekeken. Geen van de kandidaat-werven kwam in de onderzoeksfase (B-fase) als unanieme winnaar naar voren. Daarom is gekozen voor een verwervingstrategie met drie buitenlandse kandidaat-werven, te weten: Naval Group, Saab Kockums en Thyssenkrupp Marine Systems. Met deze werven wordt een ‘dialoog’ gevoerd over de eisen voor de toekomstige boten, die betrekking hebben op beste boot, beste prijs, risicobeheersing, wezenlijk nationaal veiligheidsbelang & strategische autonomie en tijd. Deze fase duurt, als alles volgens planning verloopt, tot en met begin 2022. De uiteindelijke contractondertekening volgt naar verwachting eind 2022 met de winnende werf. Dit alles is uiteraard mede afhankelijk van de voortgang en diepgang van de dialoog, maar ook de situatie omtrent Covid-19 kan hierop van invloed zijn.

Nederlandse betrokkenheid
Het kabinet hecht veel belang aan de betrokkenheid van Nederlandse bedrijven bij de bouw en de instandhouding van de nieuwe onderzeeboten. Nederland heeft sinds de jaren ‘90 geen zelfscheppende onderzeebootindustrie meer. Daarom dat bij de start van dit vervangingstraject gekozen moest worden voor internationale samenwerking.

Defensie wil de nieuwe onderzeeboten zelfstandig kunnen inzetten en onderhouden en zal daarbij dus een beroep doen op in Nederland aanwezige kennis en technologie. Er zullen dan ook eisen worden gesteld ter borging het nationaal veiligheidsbelang en de strategische autonomie. Hoe dit in de praktijk vorm krijgt, is op dit moment onderwerp van gesprek in de dialoog met de kandidaat-werven. Daarnaast werkt het ministerie van Economische Zaken en Klimaat in een parallel traject met de kandidaat-werven een industriële samenwerkingsovereenkomst uit.

Instroom nieuwe boten
De precieze invoermomenten voor de levering van de nieuwe onderzeeboten zijn in de dialoog onderwerp van gesprek. Uitgangspunt hierbij is de levering van de eerste nieuwe onderzeeboot vanaf 2028 en tenminste 2 onderzeeboten uiterlijk eind 2031 fully operational capable, zodat de oude Walrusklasse dan kan uitfaseren. Het is essentieel dat boten 3 en 4 snel na 2031 fully operational capable zijn. 4 onderzeeboten zijn namelijk nodig om volledig aan de nationale en de NAVO-inzetdoelen te kunnen voldoen.

Bron: Defensie

Defensie wil 4 nieuwe onderzeeboten

Defensie wil 4 nieuwe onderzeeboten verwerven. Om die te bouwen zijn er nog 3 partijen in de race. Dat staat in de zogenoemde B-brief die staatssecretaris Visser gisteren aan de Kamer stuurde. Van de 4 eerder geselecteerde kandidaat-werven is het Spaanse Navantia nu afgevallen. Over zijn de Franse Naval Group, Saab Kockums (Zweden) en thyssenkrupp Marine Systems uit Duitsland.




Defensie heeft de keuze gemaakt voor een long range, veelzijdig inzetbare, conventioneel voortgestuwde onderzeeboot. De toekomstige 4 nieuwe boten moeten lange tijd, ongezien en op grote afstand van de thuisbasis kunnen opereren. Aangezien geen van de kandidaat-werven als unanieme winnaar naar voren kwam in het uitgevoerde onderzoek, zal Defensie de verwerving in concurrentie voorzetten met Naval Group, Saab Kockums en tkMS. In de volgende fase worden de eisen, gunningscriteria en wegingsfactoren vastgesteld, waarbij factoren zoals beste boot voor de beste prijs, risicobeheersing en de uitwerking van het nationaal veiligheidsbelang en de strategische autonomie als uitgangspunt dienen.

Voor het ontwerp, de bouw en straks de instandhouding, hecht Nederland groot belang aan betrokkenheid van Nederlandse marinebouwcluster, inclusief het MKB en kennisinstituten. Visser: ”De Nederlandse marinebouwsector moet een zo goed mogelijke positie verkrijgen in de toeleveringsketens van buitenlandse werven. Een goede positie als toeleverancier biedt de Nederlandse bedrijven en kennisinstituten de kans om de eigen kennis en kunde te vergroten, waarvan Defensie ook weer profiteert.”

Belang onderzeeboten
Onderzeeboten zijn van rechtstreeks belang voor de zeevarende handelsnatie Nederland. Het belangrijkste kenmerk is dat deze onder water vrijwel onvindbaar zijn. Dat maakt de onderzeeboot uitermate geschikt voor het beschermen van de aanvoerlijnen over zee, marineschepen en maritieme infrastructuur. Dat geldt ook voor het opsporen en uitschakelen van vijandelijke schepen, het afzetten en oppikken van special forces en het vergaren, analyseren en delen van inlichtingen.

Visser: ”Deze maritieme slagkracht maakt de onderzeeboot tot één van onze belangrijkste wapensystemen. De Nederlandse onderzeedienst staat met de Walrusklasse wereldwijd hoog aangeschreven. Daarom wil Nederland de schepen vervangen nu het einde van hun levensduur in zicht komt. Ook de NAVO dringt hier op aan. Onderzeeboten vormen een belangrijke en veelgevraagde niche-capaciteit.”

Planning
De huidige onderzeeboten (Walrus-klasse) zijn sinds de jaren ’90 in gebruik bij de marine en bereiken over circa 10 jaar het einde van hun levensduur. Met het project is meer dan 2,5 miljard euro gemoeid. Volgens de huidige planning moet er in 2022 een contract worden getekend met 1 van de bouwers. Uiteindelijk moeten de nieuwe onderzeeboten de huidige Walrus-klasse in 2031 volledig hebben vervangen.

Bron: Defensie