Een nieuwe generatie schepen, een nieuwe generatie marinepersoneel

Binnen 10 jaar is het zover: de vervangers van de M-fregatten, onderzeeboten, mijnenjagers en het combat support ship, zullen kort na elkaar worden opgeleverd. Kenmerkend voor al deze schepen is dat de hoge automatiseringsgraad van de scheepssystemen, het opleidingsniveau en de samenstelling van de bemanning op elkaar zijn afgestemd. Hierdoor kun je in de toekomst met kleinere bemanningen veel meer doen dan vroeger het geval was. Daarover ging het symposium ‘Manning & Automation’ in Den Helder.




Op 1 november presenteerden onder andere TNO, Defensie, en de defensie-industrie (RH Marine, Thales, en Damen) onderzoeksresultaten van meer dan 30 deelprojecten en studies op het symposium Manning & Automation in Den Helder. Kapitein-luitenant ter zee technische dienst Ton van Heusden, manager van het programma ‘Manning & Automation’, adresseert de jonge generatie marinepersoneel in de zaal: “De dreiging wordt steeds complexer, sneller en gevarieerder. Willen wij hier beter op kunnen anticiperen, dan is een nieuwe generatie geavanceerde schepen onontkoombaar. Deze schepen zullen met steeds minder personeel worden uitgerust, waardoor innovaties in de ondersteuning van de bemanning aan boord noodzakelijk zijn. Een nieuwe generatie schepen uitgerust met een nieuwe generatie personeel.”

Manning & Automation
De partners in Manning & Automation richten zich op uitwisseling en integratie van informatie uit combat-, platform- en bridgemanagement systemen. Hierdoor ontstaan niet alleen betere systemen maar ook effectievere vormen van gebruik en samenwerking tussen de systemen en de bemanning. Van Heusden: ”Door informatie uit te wisselen tussen de systemen en met de bemanning, optimaliseren we de bedrijfsvoering aan boord en is de Marine in staat om betaalbaar met technisch hoogwaardige schepen te blijven varen. Maar dat is niet alles. De kennis die in Manning & Automation wordt ontwikkeld is niet alleen essentieel voor de Marine. Een onderzoeksinstituut als TNO kijkt naar intelligente autonome systemen die met mensen kunnen samenwerken terwijl industrie als Thales, RH Marine en Damen hun innovatieve slagkracht en innovatietempo kunnen vergroten. Iedere partner speelt zijn eigen cruciale rol. Er is een enorme drive om samen beter te worden!”

Onderzoek wordt echt op de schepen gebruikt
Een deel van de resultaten die op de innovatiemarkt zijn gepresenteerd wordt momenteel geschikt gemaakt voor implementatie op de schepen en is onderdeel van het eisenpakket van de nieuwbouwschepen. Voorbeelden zijn digitalisatie van battle damage repair, onderdelen van de informatie uitwisselingstructuur, automatisch re-configureren van koudwatersystemen en de effecten van bemanningsoptimalisatie op het ontwerp en de inrichting van operationele scheepsruimten.

Van Heusden: “Innoveren betekent dat onderzoekresultaten niet in de kast verdwijnen maar ook daadwerkelijk op de schepen worden gebruikt”. Een samenwerking als deze tussen Defensie, een onderzoeksinstituut, defensie industrie en de scheepsbouwer staat daarvoor garant. Reacties van de operationele marine medewerkers op de demo’s waren positief. “Als ik dat eerder had gehad dan zou dat mijn mensen veel tijd en irritatie hebben gescheeld, goed dat er aandacht is voor de operationele praktijk” aldus een voormalig commandocentrale officier in het publiek.

Bron: TNO Nieuws / Defensie (foto illustratief)

Marine zoekt naam voor schip: maar die moet wel onomstreden zijn

Er is vast enige opluchting gevoeld op de burelen van de marine. De zeventiende-eeuwse zeeheld Piet Hein blijkt ook naar de huidige maatstaven een voorbeeldig man, zo concludeerde de gemeente Rotterdam deze maand toen er een plaquette bij zijn standbeeld moest komen: niet alleen was Hein een dapper vlootcommandant, maar hij sprak zich ook nog eens kritisch uit over de behandeling van slaven in Zuid-Amerika.

Traditioneel noemt de marine veel van zijn schepen naar historische zeehelden. Maar dat kan best eens lastig worden in tijden van wegblokkades om Zwarte Piet en relletjes over de buste van Johan Willem Maurits in het gelijknamige Haagse museum.
Drie jaar geleden protesteerde de actiegroep Michiel de Rover zelfs tegen de film over Michiel de Ruyter. Bij de marine is er een fregat vernoemd naar de admiraal zelf en een naar zijn vlaggenschip De Zeven Provinciën. Van 1984 tot 2004 had de marine ook het fregat Hr.Ms. Witte de With in dienst. Rotterdamse kunstenaars wilden vorig jaar juist dat een plaatselijk cultureel centrum deze naam opgaf. De geharde zeebonk uit de Gouden Eeuw had niet zoals Coen medelijden met de inheemse bevolking, maar trad op enig moment hard op tegen Indonesische boeren door hun bomen te verbranden.




Nieuw schip
Binnenkort is het weer tijd voor nieuwe scheepsnamen. Volgend decennium wil de marine onderzeeboten, fregatten, en mijnenbestrijdingsvaartuigen aanschaffen. Maar eerst komt er in 2023 een nieuw bevoorradingsschip in de vaart. Idealiter is de naam daarvan aan het einde van dit jaar bekend, zegt overste Wilco Kramer. Hij is secretaris van de traditiecommissie bij de marine, die zich buigt over nieuwe scheepsnamen.
Zo vaak kwam het de afgelopen jaren niet voor dat de marine een nieuw schip kreeg. Dus voor iedereen die aan het nieuwe vaartuig werkt is het leuker als daar alvast een concrete naam bij hoort, en niet alleen maar een bouwnummer op de scheepswerf.

Een nieuwe Witte de With ziet Kramer niet direct komen. “In de jaren tachtig was de marine een stuk groter. Als we nu ineens twintig schepen zouden moeten vernoemen, komen Piet Hein en Witte de With wel op de rol. Deze keer denk ik dat we een andere richting ingaan.”
Wat het uiteindelijk wordt kan hij natuurlijk nog niet verklappen. Maar er zijn wel een aantal richtlijnen. Idealiter heeft een naam enige bekendheid en breken Engelstalige collega’s er hun tong niet over.

Doel kan ook zijn om de band met de samenleving te vergroten. Om deze reden zijn de patrouilleschepen de afgelopen jaren vernoemd naar de kustprovincies. Misschien is daarom een inwoner van een kustloze provincie wel eens aan de beurt, zo suggereert Kramer. “De Kortenaer was naamgever van de Kortenaer-klasse, vernoemd naar een Groningse admiraal. Nu heb je de Evertsen, naar het Zeeuwse admiraalsgeslacht. De kustprovincies lijken dus wel even bediend.”

Nieuwe provincie
Karel Doorman (Utrecht) en Jan van Amstel (Brabant) weten momenteel al een marineschip naar zich vernoemd. Oud-premier Piet de Jong (Gelderland) ligt als onderzeebootcommandant niet voor de hand bij een oppervlakteschip.
Raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt (Gelderland) speelde weliswaar een belangrijke rol bij de oprichting van de VOC, maar dat was een private organisatie. Daarom is zijn rol anders dan Johan de Witt, die mede aan de wieg stond van het Korps Mariniers. Naar hem is nu een schip vernoemd waarmee mariniers vanuit zee aanvallen op land kunnen uitvoeren.
De Pleinredactie zoekt dan ook suggesties voor het toekomstige bevoorradingsschip van de marine. U kunt zich richten tot parlement@trouw.nl. Zowel personen als plaatsen zijn toegestaan, maar wel verbonden met een kustloze provincie en het liefst met een (militaire) reputatie die anno 2019 niet al te veel gedoe oplevert.

Zeevaarders zonder scheepsnaam
1. Piet de Jong
2. Abel Tasman
3. Lodewijk van Heiden (Berend Botje)

bron: Trouw / Defensie (foto illustratief)