Militaire ‘Champions League’ van onderzoek en innovatie

De nieuwste technologische militaire innovaties waren gisteren te zien bij Innovation in Defence, een beurs in de Fokker Terminal in Den Haag. Van een ‘ondergrondse drone’ tot een elektronisch aangedreven Fennek: de nieuwste ‘snufjes’ kwamen voorbij.




Defensie is vol op zoek naar technologische oplossingen voor de toekomst. Maar daar is vaak unieke kennis voor nodig, die niet zomaar op de markt te vinden is. Daarom werkt Defensie samen met kennisinstituten als TNO, het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR), het Maritime Research Institute Netherlands (NLR) en de Faculteit Militaire Wetenschappen van de Nederlandse Defensie Academie.

Aanpassen om een stap voor te blijven
“De samenwerking tussen Defensie en kennisinstellingen zie ik als cruciaal”, zei Defensieminister Ank Bijleveld-Schouten tijdens haar bezoek aan Innovation in Defence. “Dat heeft ons al veel gebracht. Ik ben van mening dat, als relatief klein land, Nederland meespeelt in de Champions League als het gaat om onderzoek en innovatie.”

Een onmisbare vergaring van kennis en kunde, vindt zij. “Want we leven in een tijdperk van technologische ontwikkelingen die zich snel opvolgen. Als krijgsmacht moeten wij ons constant aanpassen om de tegenstander een stap voor te blijven.”

Militairen krijgen sneller innovaties door samenwerking
Flexibiliteit en snelheid zijn essentieel om doelmatig in te spelen op de technologische behoeftes van Defensie. Om dit beter te organiseren tekende vice-admiraal Arie Jan de Waard vandaag namens Defensie ook nog een intentieverklaring met TNO, het NLR en Marin. Defensie wil namelijk graag dat organisatiegrenzen wegvallen, zodat militairen sneller over innovaties beschikken.

Inzetten op samen doen
Het belang van technologische innovatie wordt volgens De Waard steeds belangrijker door de toenemende dreigingen in de wereld. “We werken al intensief samen met deze partijen, maar dit verbreden en verdiepen we”, zei de directeur Defensie Materieel Organisatie. “Het wordt veel meer dan bij wijze van spreken ‘uurtje, factuurtje’. We zetten in op ‘samen doen’ in een langdurig partnerschap waarbij makkelijk en snel is te schakelen.”

Nieuw is de onderlinge uitwisseling van personeel. Ook stellen de deelnemers opleidingen open voor elkaars medewerkers. Binnen het ecosysteem moet bovendien een gezamenlijke IT-infrastructuur beschikbaar komen.

Bron: Defensie

Defensie, TNO en NLR onderzoeken mogelijkheden simulatie-netwerk

Met een simulatie-netwerk kan Defensie in de toekomst besparen op opleiding en training (O&T) en kunnen militairen beter worden voorbereid op het uitvoeren van missies. Hiervoor is het MTDS (Mission Training through Distributed Simulation) project gestart. Dergelijke projecten lopen reeds in andere landen zoals het Verenigd Koninkrijk.

TNO en NLR gaan onderzoek doen naar een simulatie-infrastructuur waarmee Defensie snel en gericht een missie kan simuleren, als onderdeel van een gedistribueerd internationaal simulatie-netwerk. Dat houdt onder andere in dat ze bouwstenen aanleveren voor het ontwikkelen van scenario’s voor het hergebruik van scenario’s en van modellen van woonomgevingen en militair materieel. Ook kunnen cyberdreigingen gerepresenteerd worden en kunnen waarborgen ingebouwd worden voor het op elkaar aansluiten van simulatieomgevingen.
Het MTDS-project heeft tot doel een bijdrage te leveren aan een effectieve en toekomstgerichte Nederlandse krijgsmacht, door trainingsomgevingen aan te bieden die optimaal gebruik maken van de mogelijkheden van gedistribueerde simulatie. Het project heeft een looptijd van vier jaar en het betreft een investering van 5.7 miljoen euro.

Militaire missies vinden plaats in samenwerking- en coalitieverband. Met behulp van innovatieve technologie kunnen simulaties ‘gedistribueerd’, dus op meerdere plekken tegelijk worden uitgevoerd en kunnen de verschillende coalitiepartners gezamenlijk trainen. Zo kan flink op trainings- en voorbereidingskosten bespaard worden. Daarbij komt dat de omgeving waarin missies plaatsvinden steeds complexer wordt, in de zin dat het operationele gebied groter wordt en ook het aantal dreigingen toeneemt vanuit de lucht en vanaf de grond.




Nieuwe platformen, zoals gevechtsvliegtuigen beschikken daarnaast over steeds geavanceerdere sensor-systemen om dreigingen te detecteren. Vanwege de kosten, randvoorwaarden en de complexiteit van de omgeving kan met dergelijke systemen en platformen onvoldoende in een live-omgeving worden geoefend.

TNO en NLR gaan onderzoek doen naar een simulatie-infrastructuur waarmee Defensie snel en gericht een missie kan simuleren, als onderdeel van een gedistribueerd internationaal simulatie-netwerk. Dat houdt onder andere in dat ze bouwstenen aanleveren voor het ontwikkelen van scenario’s voor het hergebruik van scenario’s en van modellen van woonomgevingen en militair materieel. Ook kunnen cyberdreigingen gerepresenteerd worden en kunnen waarborgen ingebouwd worden voor het op elkaar aansluiten van simulatieomgevingen.

Bron: TNO / NLR