Kabinet stelt nationaal plan NAVO vast. O.a. extra F-35’s

Het kabinet heeft vandaag ingestemd met het nationaal plan voor de NAVO. Daarin staat dat het kabinet komend voorjaar bepaalt waar extra geld uit de rijksbegroting heengaat. De intentie is om, als onderdeel van die afweging, extra in Defensie te investeren.
Extra geld voor Defensie is noodzakelijk vanwege de instabieler wordende veiligheidsomgeving. Er zijn meer en complexere dreigingen. Europa moet bovendien beter in staat zijn zichzelf te beschermen en daarvoor minder te leunen op de Verenigde Staten.




Nationaal plan
Daarom spraken staatshoofden en regeringsleiders tijdens de NAVO-Top van afgelopen juli af nog dit jaar inzichtelijk te maken hoe zij tot 2024 hun defensie-uitgaven gaan verhogen. Met dit nationale plan komt het kabinet die afspraak na. Al in 2014 besloten de NAVO-bondgenoten hun defensie-uitgaven in 10 jaar naar de NAVO-norm van 2% van het bruto binnenlands product (bbp) te brengen.

“Met dit plan laat het kabinet zien de huidige dreigingen serieus te nemen. Het kabinet spreekt de intentie uit om te investeren in Defensie. Dit is geen vrijblijvende intentie, want Nederland moet stappen zetten om een betrouwbaar bondgenoot te blijven.”, aldus minister van Defensie Ank Bijleveld-Schouten.

Prioriteiten
In het plan staat dat het kabinet de intentie heeft te investeren in: extra F-35 jachtvliegtuigen, uitbreiding van vuurkracht op land en op zee en versterking van de special forces en van het cyber- en informatiedomein. Hiermee kan de krijgsmacht sneller ergens zijn, krachtiger optreden en dat langer volhouden. Uitgangspunt bij de prioritering is dat elke euro ten goede komt aan de slagkracht van de NAVO én van de EU. Door te investeren in de prioriteiten wordt ook iets gedaan aan de tekorten bij de NAVO en de EU.

Meer vervolgstappen: personeel
De prioriteiten vormen slechts een onderdeel van alle doelstellingen van de NAVO voor Nederland. Er moet meer gebeuren bij de krijgsmacht en er zijn vervolgstappen nodig. Die komen aan bod in de herijkte Defensienota in 2020. Het gaat dan niet alleen om het verder tegemoet komen aan de vraag van de NAVO om extra capaciteiten, maar bijvoorbeeld ook personeel, bedrijfsvoering, nationale veiligheid, kennis en innovatie.

Minister Bijleveld: “Het vertrouwen in de organisatie moet worden hersteld. Niet alleen om zittend personeel te kunnen behouden, maar ook om voldoende personeel te kunnen werven. Daarvoor is meer nodig dan het aanschaffen van materieel. Dat realiseren wij ons terdege. Dit plan is echter geschreven om voor onze bondgenoten inzichtelijk te maken hoe we gaan voldoen aan de capaciteitendoelstellingen van de NAVO.”

Samenwerken
Alleen door samenwerking met NAVO-bondgenoten en Europese partners kan Nederland de dreigingen het hoofd te bieden. Het gaat daarbij zowel om conventionele dreigingen op land, op zee, in de lucht en in de ruimte, als om hybride dreigingen. Denk daarbij aan (des)informatie, cyberaanvallen en operaties in het elektromagnetisch spectrum, zoals het storen van GPS-signalen.

De VS heeft bovendien duidelijk gemaakt dat Europese NAVO-partners meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun eigen veiligheid en dus een eerlijke bijdrage moeten leveren aan het bondgenootschap. De bijdrage van Nederland, als rijk land, ligt op dit moment nog ver onder het gemiddelde van de Europese NAVO-landen.

Bron: Defensie

’Europees leger is een verzameling zzp’ers’ (opiniestuk)

Terwijl de wereld de adem inhoudt bij het brisante conflict tussen Rusland en Oekraïne, is in Nederland de vraag actueel of het moet deelnemen aan een Europees leger, naast de NAVO. Oud-militair Niels Roelen schetst waarom hij sceptisch is over zo’n krijgsmacht.

Het piepte en knarste in het kabinet afgelopen dagen, nadat vicepremier Ollongren zich op een bijeenkomst in Denemarken een voorstander toonde van een Europees leger. „Laat ik helder zijn”, reageerde minister Bijleveld (Defensie), ,,dit kabinet, inclusief de vicepremier, vindt dat er geen sprake kan zijn van een Europees leger dat de nationale legers vervangt.”




Tegen samenwerking heeft Bijleveld geen bezwaar. Maar Nederland is een soeverein land, dat zelf beslist over de inzet van militairen. Wie ervaring heeft met internationale militaire samenwerking weet dat de discussie een hoog Haags gehalte heeft. Een Europees leger is een papieren tijger. Samen oefenen is geen probleem, maar voor een daadwerkelijke inzet moeten alle betrokken kabinetten een besluit nemen. Dan wordt het ingewikkeld. Zelfs een enkele Nederlandse militair onder vreemde vlag wordt dan problematisch.

Dat bleek toen Nederland deelnam aan de missie in Afghanistan en een Engelse luchtmobiele compagnie werd uitgezonden naar de provincie Helmand. De compagnie werkte samen met Nederland. De samenwerking bestond uit de uitwisseling van exact één kapitein. Terwijl iedereen, inclusief de kapitein zelf, ervan overtuigd was dat hij soepel en snel op missie zou gaan, liep het anders. Om met zijn team mee op missie te mogen, waren commandanten, juristen, een duimendik dossier en een besluit van de minister nodig.

Dat dit geen incident is, wisten ze bij het Korps Mariniers al. Een Nederlandse compagnie maakte deel uit van een Brits mariniersbataljon dat naar Irak vertrok, maar de Nederlanders bleven achter. „We zien jullie wel op het moment dat de oorlog voorbij is en er krentenbollen moeten worden gesmeerd”, kregen ze spottend toegefluisterd. Het was geen sneer van de Britten. Ze wisten van de Nederlandse collega’s dat ze bereid zijn om overal ter wereld missies uit te voeren. Maar voor de Nederlandse politiek is de wereld soms niet groter dan het plein.

Dat Europese landen al struikelen over de toestemming van een enkele militair, zegt veel over de daadwerkelijke gezamenlijke slagkracht. Voor de Russische president Poetin is het een signaal dat hij op de Krim vrij spel heeft. Zolang Europese naties op hun soevereiniteit blijven hameren, zijn we voor de ongekroonde tsaar geen bedreiging.

De politieke druk van Merkel, Macron en de andere Europese leiders om tot een vreedzame oplossing te komen, legt Poetin schouderophalend naast zich neer. Wij zijn zzp’ers die geen bedreiging vormen voor de Russische multinational, die tegen alle verdragen in ook even een nieuwe rakettenfabriek heeft geopend.

„De NAVO blijft de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid. Dat is van belang omdat we nu eenmaal in roerige tijden leven”, zegt minister Bijleveld.

Of we vanuit de Verenigde Staten mogen rekenen op die steun, is onzeker. Hoewel de defensiebegroting voor het eerst sinds jaren is gestegen, betalen we nog steeds zes miljard (een dikke 35%) op jaarbasis te weinig premie aan deze verzekeringspolis. Om over achterstallige contributie maar niet te spreken. Op zijn Trumps: We don’t put our money where our mouth is.

Bron: Telegraaf; Niels Roelen, oud-legermajoor en schrijver / Defensie (foto illustratief)