25 jaar trainen van Mijnenjagers (MOST)

Het Belgisch-Nederlandse trainingscentrum voor mijnenjagers MOST (Mine countermeasures vessels Operational Sea Training) bestaat 25 jaar. Om die verjaardag luister bij te zetten hield het op 20 augustus een plechtigheid aan boord van het Belgisch commandoschip Godetia.

MOST werd opgericht in 1990. Het is een trainings- en evaluatiecentrum voor voornamelijk Belgische en Nederlandse schepen, dat ook toegankelijk is voor schepen van de NAVO en andere marines. De organisatie maakte eerst deel uit van de school voor mijnenbestrijding op zee in Oostende, maar werd in 2002 verplaatst naar de marinebasis van Zeebrugge, waar ze nog steeds gevestigd is.

De hoofdtaak van MOST is om mijnenbestrijdingsvaartuigen klaar te stomen voor ontmijningsopdrachten, en dat is precies waar ze mee bezig waren op de dag dat ze hun 25ste verjaardag vierden. Vanaf september maakt het Belgisch commandoschip Godetia namelijk, samen met vijf andere schepen, deel uit van de Standing NATO Mine Counter Measures Group 1 (SNMCMG1), de permanente ontmijningsgroep van de NAVO. Om zich voor te bereiden op die missie krijgen de zes schepen gedurende drie weken een doorgedreven training en evaluatie van de MOST-evaluatoren.

Van zodra de nieuwe ontmijningsgroep alle evaluaties heeft doorstaan, kunnen ze met een gerust hart aan hun opdracht beginnen. Ze hebben dan ook kunnen profiteren van 25 jaar MOST-expertise.

Bron: Mil.be

Kwart eeuw maatwerk voor mijnenjagers

De Belgisch-Nederlandse Mine Countermeasure Vessels Operational Sea Training (MOST) viert deze week haar 25-jarig jubileum. De trainingseenheid in Zeebrugge leert Nederlandse en Belgische mijnenjagers opereren onder alle denkbare operationele omstandigheden. Ook schepen van andere NAVO-landen worden hier sinds een aantal jaar getest op hun mijnenbestrijdingsvaardigheden.

Schotland;13 oktober 2010;Beneficial Archer;Koninklijke Marine;Mijnendienst;oefening van Nederlandse en Belgische mijnenjagers in Schotse wateren

Schotland;13 oktober 2010;Beneficial Archer;Koninklijke Marine;Mijnendienst;oefening van Nederlandse en Belgische mijnenjagers in Schotse wateren


De mijnenjager Zr. Ms. Haarlem

De MOST is een zware trainingsperiode die alle vaardigheden beproeft om effectief en veilig met een mijnenbestrijdingsvaartuig te opereren. Dit betekent dat het schip moet kunnen omgaan met mijnendreiging terwijl zich mogelijk allerlei situaties aan boord voordoen, zoals brand, averij of duikongevallen.

Sinds de start vanuit Oostende en later vanaf de Marinebasis Zeebrugge onderwierpen de trainers of seariders van de MOST al zo’n 400 schepen uit 19 landen aan hun nietsontziende blik.

NAVO-vlootverband
Momenteel doorlopen de 6 schepen van de Standing NATO Mine Counter Measures Group 1 (SNMCMG1) het trainingsprogramma. Hoofdtaak van dit NAVO-vlootverband is het mijnenvrijhouden van operatiegebieden. Daarnaast ruimt de SNMCMG1 zeemijnen en andere explosieven uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Dit gebeurt onder meer op de Noordzee, Oostzee en Middellandse Zee.

Het NAVO-vlootverband bestaat op dit moment uit het Duitse schip Bad Rappenau, het Estse schip Admiral Cowan, het Litouwse schip Talivaldis, de Noorse Hinnoey, de Nederlandse mijnenjager Schiedam en het Belgische stafschip Godetia. Een Belgisch-Nederlandse staf, onder leiding van kapitein-luitenant-ter-zee Peter Bergen Henegouwen, stuurt het NAVO-vlootverband aan.

mijnenjagers-aan-het-trainen-tijdens-de-most
Mijnenjagers aan het trainen tijdens de MOST

Voordelen
De Belgisch-Nederlandse marinesamenwerking is sinds 1996 een voorbeeld van binationale samenwerking, die elders in Europa nauwelijks voorkomt. De verregaande integratie op het gebied van onderhoud, opleidingen en trainingen biedt voordelen op het gebied van kennis, personeel en financiën. Voorbeelden zijn de MOST zelf en de Belgisch-Nederlandse staf.