Ouders omgekomen militairen Mali doen aangifte tegen Defensie

De ouders van de twee Nederlandse militairen die tijdens een missie in Mali omkwamen, doen aangifte van dood door schuld tegen Defensie. Ze willen dat de verantwoordelijken worden opgespoord.
Henry Hoving (29) en Kevin Roggeveld (24) kwamen in 2016 om bij een oefening met een granaat. Die ontplofte, waardoor ook drie militairen gewond raakten.

Veiligheid
De nabestaanden was verteld dat een productiefout in de granaat de oorzaak van de ontploffing was, maar volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid kocht Defensie “in den blinde” granaten en werd het materieel nooit gecontroleerd, ook al stond in het koopcontract van de partij granaten dat de veiligheid niet kon worden gegarandeerd.
Verder was de Nederlandse traumazorg in Mali niet zoals die moest zijn.




Kamp
De advocaat van de nabestaanden wil dat het Openbaar Ministerie gaat onderzoeken wie in strijd met de Defensievoorschriften hebben gehandeld. “Als blijkt dat toenmalig minister Kamp eveneens verwijtbaar heeft gehandeld, dan klagen we hem ook aan.”

Het ministerie van Defensie zegt in de Volkskrant dat het de verantwoordelijkheid neemt voor het ongeval in Mali en aansprakelijk is. “Het is nu aan het OM een besluit te nemen.”

Als gevolg van het dodelijke ongeval stapte minister Hennis van Defensie op. Ook Commandant der Strijdkrachten Middendorp vertrok.

Er moeten koppen rollen, vinden ze: nabestaanden omgekomen militairen Mali doen aangifte tegen Defensie

De ouders van twee militairen die in 2016 omkwamen bij een mortierongeluk in Mali doen volgende week aangifte tegen het ministerie van Defensie en een nog onbekend aantal Defensiemedewerkers vanwege dood door schuld.
De ouders van Henry Hoving (29) en Kevin Roggeveld (24) willen dat de verantwoordelijken voor de fatale ontploffing worden opgespoord en berecht. Defensie heeft dat volgens hen maandenlang beloofd, maar kwam daar begin februari op terug.

Tot ruim een jaar na hun dood hebben de nabestaanden van Henry en Kevin geloofd dat zij waren omgekomen door een productiefout in een granaat, waardoor het explosief per ongeluk op scherp had gestaan. ‘Dat had de marechaussee zo verteld’, zegt de moeder van Hoving. Het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid zette in september 2017 hun wereld op zijn kop. Volgens de Raad kocht Defensie oude munitie ‘in den blinde’ en hebben de verantwoordelijken het materiaal nooit laten controleren. De opslag was ondeugdelijk, de medische hulp in Mali voldeed niet aan ‘de hoogste eisen van traumazorg’.

Hun advocaat Michael Ruperti neemt het Defensie kwalijk dat het ministerie zelf geen aangifte doet en ook geen namen wil openbarenvan functionarissen die een cruciale rol hebben gespeeld in de aanloop naar het ongeval. ‘In het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid worden veel functionarissen genoemd die mogelijk verwijtbaar hebben gehandeld, zoals de Nederlandse militair attaché in Washington, die in 2006 een cruciale rol heeft gespeeld bij de aankoop via de Amerikanen van de partij foute granaten, terwijl in het koopcontract stond dat de veiligheid niet gegarandeerd kon worden’, zegt Ruperti.

Hij wil nu dat het Openbaar Ministerie gaat onderzoeken wie ‘in strijd heeft gehandeld met de Defensievoorschriften waarna mensenlevens in gevaar zijn gekomen. Dat is gewoon strafbaar. Als blijkt dat toenmalig minister Kamp eveneens verwijtbaar heeft gehandeld, dan klagen we hem ook aan’, aldus Ruperti. De nabestaanden willen ook dat de rol van de huidige secretaris-generaal Wim Geerts wordt onderzocht. Hij heeft in hun ogen onderzoek door Defensie geblokkeerd.

Strafbaar
Het is nog de vraag hoe kansrijk de aangifte is. Ruperti beroept zich op drie artikelen in het Wetboek van Militair Strafrecht, waarin staat dat het negeren van een dienstvoorschrift strafbaar is als dit ‘levensgevaar’ of ‘de dood tot gevolg heeft’. Volgens Ruperti zijn dienstvoorschriften voor het aankopen en opslaan van munitie niet opgevolgd en zijn degenen die zich daaraan hebben schuldig gemaakt dus strafbaar. Een rechter zal zich erover moeten buigen of dit zo geïnterpreteerd kan worden. Ruperti wil het niet-militaire personeel via het gewone strafrecht aanklagen voor dood door schuld.

Er zijn vergelijkbare zaken waarin militairen zijn vervolgd en veroordeeld voor acties die in strijd zijn met de veiligheidsvoorschriften. In 2010 werd een 42-jarig helikopterbemanningslid vrijgesproken voor een dodelijk ongeval tijdens de Landmachtdagen in 2007. Eerder had hij 200 uur taakstraf gekregen. Het gerechtshof in Arnhem sprak hem alsnog vrij omdat onduidelijkheden over de regels zouden hebben geleid tot het ongeval. Twee politieagenten die betrokken waren bij de aanhouding van Mitch Henriquez zijn via het gewone strafrecht veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraffen.Defensie stelt in een reactie dat het ‘de verantwoordelijkheid neemt en aansprakelijk is voor het ongeval in Mali’. Het ministerie heeft in februari nogmaals aan het Openbaar Ministerie gevraagd of het aanknopingspunten heeft voor een strafrechtelijk onderzoek. ‘Het is nu aan het OM een besluit te nemen. Dat de nabestaanden zelf aangifte willen doen, is hun recht.’ Defensie noemt het verder ‘heel erg om te horen dat de nabestaanden niet tevreden zijn over het traject na de ongeval’. Het ministerie wil daarover graag in gesprek.

Het rommelt al langer bij Defensie
Het ministerie van Defensie heeft de veiligheid van het eigen personeel jarenlang onvoldoende serieus genomen. De militaire en politieke top besteedde te weinig aandacht aan de veiligheid en de organisatie leert onvoldoende van gemaakte fouten. Met onder meer permanente bijscholing en een onafhankelijke interne toezichthouder moet dat worden verbeterd.
Een Kamermeerderheid heeft eind 2017 groen licht gegeven aan het verlengen van de militaire missies in Mali en Afghanistan voor de periode van één jaar. Eind dit jaar wordt opnieuw besloten of de missies met in totaal bijna 400 Nederlandse militairen nog langer doorgaan.
Na een urenlang debat over het Mali-ongeluk is minister Hennis van Defensie opgestapt. De affaire was een kras op een verder vrijwel vlekkeloze carrière. In haar kielzog vertrokken ook de commandant der strijdkrachten, twee dagen voordat hij toch al werd opgevolgd door Rob Bauer.
Minister Hennis van Defensie moest een geschokte Tweede Kamer uitleggen waarom Nederlandse militairen in Mali oefenden met mortiergranaten waarvan binnen Defensie bekend was dat ze ondeugdelijk konden zijn. De oefening kostte korporaal Kevin Roggeveld (24) en sergeant der eerste klasse Henry Korving (29) het leven.

Bron: Volkskrant / Defensie (illustratief)

Defensie krijgt onvoldoende voor bedrijfsveiligheid

“Onacceptabel.” Zo reageerde minister Ank Bijleveld-Schouten op het feit dat Defensie de bedrijfsveiligheid onvoldoende onder controle heeft. Deze conclusie trekt de commissie Van der Veer. Op verzoek van Defensie onderzocht die, onder leiding van oud Shell-topman Jeroen van der Veer, de bedrijfsveiligheid bij het departement. Het rapport ‘Het moet en kan beter’ is vanmorgen gepresenteerd.
Daaruit blijkt niet alleen dat de beheersing van risico’s onvoldoende is. Ook het voorkomen op herhaling van veiligheidsincidenten is onder de maat. Veiligheid is onvoldoende onderdeel van de strategie, de structuur, het systeem en de cultuur van Defensie, zo toont het onderzoek aan.
Bijleveld: “We wilden naar aanleiding van het OVV-rapport over het mortierongeval in Kidal, beter inzicht in de manier waarop Defensie omgaat met bedrijfsveiligheid. We wilden onze werkwijzen onder de loep nemen, zien waar het beter kan en wat we daarvoor moeten doen.”




Aanbevelingen overnemen
Volgens de minister is de commissie tot duidelijke, niet mis te verstane conclusies gekomen, voortbouwend op die van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid. “We nemen alle aanbevelingen over”, beloofde ze. Een aantal is al in gang gezet. Defensie versterkt het toezicht op de veiligheid, onder meer door hiervoor een toezichthouder aan te stellen. Ook wordt de veiligheidsorganisatie uitgebreid. Verantwoordelijkheden voor veiligheid in de bedrijfsvoering moeten duidelijk zijn. Commandanten kunnen hun verantwoordelijkheid op het gebied van veiligheid alleen waarmaken als ze daartoe ook in staat worden gesteld. Volgens Bijleveld betekent dit dat Defensie voor bedrijfsveiligheid geld, tijd en menskracht vrijmaakt.

Geen inzet
Aan het militaire beroep kleven altijd risico’s. Militairen werken per definitie juist niet in een veilige omgeving. En moeten daar ook zo realistisch mogelijk voor trainen. “Maar die risico’s moeten tot een minimum beperkt blijven’’, vindt ze. Als dat niet valt te garanderen en Defensie niet voldoet aan de zelf gestelde voorwaarden, “dan ook geen inzet”, zei Bijleveld stellig.

Gedragsverandering
“De militaire inzet moet passen bij het tempo van het herstel van de krijgsmacht en moet steeds voldoen aan onze veiligheidseisen”, benadrukte ze. “Het verbeteren van de veiligheid vraagt ook om een gedragsverandering. Dit geldt voor iedereen bij Defensie, van hoog tot laag.”
Wat de minister betreft is dan ook geen tijd te verliezen. ”Veiligheid brengen is onze core business, hier en elders in de wereld. En dat begint bij de veiligheid van onze eigen mannen en vrouwen.”

Bron: Defensie