Dappere mede-krijgsgevangene Wim Kan postuum geëerd met 3 onderscheidingen

Het was gisteren een bijzondere dag op de kazerne in Oirschot. De commandant van 17 Bataljon Prinses Irene reikte postuum 3 onderscheidingen uit aan luitenant-kolonel Louis Vriesman. Deze in 1961 overleden officier verbleef samen met Wim Kan in verschillende Jappenkampen. Hij betekende veel voor de carrièrestart van de cabaretier.

Met ceremonieel eerbetoon kende Defensie Vriesman het Mobilisatie Oorlogskruis, het Ereteken Orde en Vrede en het Nieuw-Guinea Kruis toe. Zijn zoon, die óók officier werd, nam de onderscheidingen in ontvangst.

Orde en rust
Als KNIL-officier zat Vriesman bijna 3,5 jaar in krijgsgevangenschap. Hij was onder meer geïnterneerd in het Tjimahi-treinkampement op Java. Daar was hij verantwoordelijk voor de orde en rust. En hij leerde er Wim Kan kennen.




Burma Dagboek
In zijn Burma Dagboek 1942-1945 noemt de cabaretier Vriesman meerdere keren als degene die hem hielp in het kamp te blijven optreden. “Gisteravond groot succes gehad met de voorstelling. Bijna 300 man binnen. Overste Vriesman + staf. Vele complimenten.” Vriesman en Kan werden later ook tewerkgesteld in de beruchte Birma-kampen.

Dappere en kleine overste
Overste Vriesman wordt ook aangehaald in het wetenschappelijke werk De Verre Oorlog van prof. Nicolaas Beets. Die noemt hem “een dappere en kleine overste die de leiding had over een treinkampement, voordat hij op transport werd gesteld naar Burma.”

Nieuw-Guinea
Na de oorlog, in 1949, ging Vriesman als landmachtoverste ook nog naar Nieuw-Guinea. Het bataljon waarvan hij toen commandant was, viel onder het Regiment Prinses Irene.

Louis Vriesman keerde in 1951 terug naar Nederland. De teller van zijn diensttijd in de tropen staat dan op 39 jaar, een uitzonderlijk lange periode.

Bron + Foto: Defensie

Mobilisatie-Oorlogskruis voor verzetsstrijder en matrozen

De 96-jarige verzetsstrijder J.J. van Eil ontving gisteren het Mobilisatie-Oorlogskruis. Chef Kabinet Defensiestaf kolonel Detlev Simons speldde hem het ereteken op. Matrozen Cornelis en Gerrit den Hoedt kregen de onderscheiding postuum. Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht, tevens Inspecteur der Veteranen luitenant-generaal Hans van Griensven overhandigde de versierselen aan nabestaanden van de broers.




Wanneer in West-Brabant de avond viel, gingen Van Eil en zijn medeverzetsstrijders van de Ordedienst op zoek naar Duitse soldaten. Die leverden zij aan de andere kant van de Maas uit aan de Engelse strijdkrachten. Dat deed de Ordedienst steeds vaker, omdat de geallieerden grote vooruitgang boekten in West-Brabant. De Ordedienst verborg ook de bemanning van een neergestort Engels vliegtuig en bracht ze achter de eigen linies.

Zeer trots
Nadat Van Eil vanuit zijn onderduikadres had deelgenomen aan de verzetsgroep, diende hij van 1946 tot 1947 bij de Mijn- en Munitieopruimingsdienst. In die periode ruimde de dienst 27.930 mijnen.

Voor geen van deze zaken kreeg Van Eil ooit erkenning. Hij zou ook nooit zelf erin vragen, maar zei zeer trots te zijn op het Mobilisatie-Oorlogskruis.

Matrozen
De broers Cornelis en Gerrit den Hoedt werkten in de oorlog als matroos bij de Koninklijke Rotterdamse Lloyd. Cornelis kwam 18 september 1944 om. Een Engelse onderzeeboot torpedeerde het schip waarmee hij als krijgsgevangene werd vervoerd. Broer Gerrit overleefde de ramp, maar overleed later door ontberingen bij de aanleg van de Sumatra-spoorweg. Hij is begraven op het ereveld Leuwigajah te Cimahi op Java. Familieleden van de broers namen het Mobilisatie-Oorlogskruis in ontvangst.

Koopvaardij
In de beide matrozen eerde luitenant-generaal Van Griensven al het koopvaardijpersoneel. Weinigen weten dat de koopvaardijschepen en alle opvarenden tijdens de Tweede Wereldoorlog door de overheid waren gevorderd. De schepen werden wereldwijd ingezet voor materieel- en troepentransport van de geallieerden. Zij kregen hiervoor de veteranenstatus en leverden een grote bijdrage aan de uiteindelijke overwinning. Maar zij leden ook zwaar. In dienst van Nederland kwamen 3.400 Nederlandse opvarenden om bij het uitvoeren van hun belangrijke en gevaarlijke taak.

Bron: Defensie