Korporaal die op bermbom reed is moe van defensie

Korporaal Mark Haverland (29) zag zich oud worden bij defensie. Door een Afghaanse bermbom en rammelende nazorg mag het niet zo zijn. De beroepsmilitair wil het leger achter zich laten. Alleen weet hij niet meer hoe. En ook defensie lijkt er niet meer uit te komen.

Pech en geluk liggen in het bestaan van een verkenner dicht bij elkaar. Mark Haverland heeft in december 2009 geluk dat hij het er levend vanaf brengt wanneer het Bushmaster-pantservoertuig waarin hij zit op een bermbom rijdt. Normaal is hij bestuurder van een Fennek-verkenningsvoertuig. „Daarin was ik morsdood geweest”, zegt hij beslist.
Omdat de adrenaline door zijn lijf pompt, merkt hij niet dat er iets mis is met zijn rug. Terug in Kamp Holland dringt het door. Maar iedereen heeft daar last van door het gesleep met zware rugzakken. Dus traint Haverland zijn buikspieren nog strakker en vecht zich door de uitzending.




Thuis moet hij binnen een week plat. De militaire artsen kunnen niks vinden. „Ik werd veertien keer met paracetamol of ibuprofen naar huis gestuurd.” De korporaal moddert door tot na drie jaar aandringen een externe specialist vaststelt dat hij een kapotte tussenwervel heeft.
„Begin 2014 ben ik geopereerd. Nu ben ik weer fit, terwijl daar maar een kans van 40 procent op was. Wat dat betreft heb ik geluk”, vertelt hij. „Tegelijkertijd betekende de operatie het einde van mijn militaire loopbaan. Ik werd afgekeurd en mag niet meer op uitzending. Daardoor kon ik ook niet verder als militair geneeskundige, terwijl ik dat graag wilde.”

Huiverig
Achter in de twintig is Mark Haverland en de toekomst die hij voor zich zag, ligt in duigen. Wat nu? Defensie doet aan bemiddeling, maar erg veel vaart zit hier niet in. De korporaal vraagt om een geneeskundige opleiding, zodat hij als burger aan de slag kan in de zorg. Het komt niet van de grond. Ook solliciteren als ambulancechauffeur buiten de krijgsmacht leidt niet tot resultaat. Werkgevers zijn huiverig voor zijn rug.

Het maakt hem wanhopig en boos. Haverland dient een klacht in bij de Veteranenombudsman. Die maakt korte metten met defensie. Ombudsman Van Zutphen stelt vast dat de medische zorg en de verzuimbegeleiding tekort zijn geschoten. Na het rapport maakt minister Hennis (Defensie) haar excuses en belooft de zaak van Haverland en twee collega’s die ook in de Bushmaster zaten snel te laten oplossen. Het is winter 2016.
Dik twee jaar later gaat het met Mark eerder slechter dan beter. Hij heeft geen opleiding gevolgd en is niet naar een baan buiten de krijgsmacht begeleid. Door alle spanningen zag hij twee relaties stranden en de verstandhouding met zijn ouders staat onder druk. Hij voelde zich zo in de put zitten, dat hij psychische hulp zocht. Haverland weet wat echt zou helpen: niet meer hele dagen thuiszitten.

Een kolonel bij zijn oude onderdeel die ziet wat er met Mark en zijn twee collega’s gebeurt, zorgt dat ze op hun oude kazerne aan de slag kunnen als instructeur. Het klinkt goed, maar als de veteraan voor het eerst naar ’t Harde rijdt om aan de slag te gaan, knapt er iets in hem. „Ik wilde gewoon niet meer door de poort”, vertelt hij. „Na alles wat er is gebeurd, wil ik alleen nog maar weg bij defensie.”
Dat is de actuele situatie. Haverland wil dolgraag werken, maar weet niet meer hoe. Een eigen bedrijf lijkt hem de enige uitweg. Met een compagnon wil hij een autotuningfirma opzetten. Alleen is dat kostbaar. „Laptop en diagnose-apparatuur kosten duizenden euro’s per stuk”, verzucht de veteraan. Zijn droom en het bijbehorende investeringsbudget komen niet overeen met zijn salaris. Hij heeft zo veel in het bedrijf gestoken, dat hij bijna geen geld meer heeft voor levensonderhoud.

Hij stuurt afgelopen weekeinde een noodkreet aan zijn casemanager. Kan hij een voorschot krijgen op de letselschadevergoeding die hij na zijn ontslag zal ontvangen? Defensie reageert negatief. Een woordvoerder van het departement stelt dat defensie Haverland bij het vinden van een nieuwe baan helpt. „Hierover zijn met hem afspraken gemaakt. Voor hem is het nu vooral van belang om deze afspraken na te komen.”
Thuis zit Mark Haverland met een bijna lege portemonnee op de bank en hij weet niet meer hoe het verder moet. „Ik denk en hoop echt dat het goed komt”, zegt hij manmoedig. „Maar het is zo moeilijk om een dag te beginnen zonder duidelijk doel. Zonder het gevoel dat je je nuttig kunt maken. Ik zou dat zo graag weer hebben.”

’KLACHTEN GOED BLIJVEN VOLGEN’
Uruzgan was voor de Nederlandse krijgsmacht de grootste missie na de Tweede Wereldoorlog. In totaal werd 20.000 man uitgezonden naar de extreem instabiele Afghaanse provincie. Militairen kwamen met grote regelmaat in zware gevechten terecht. Wat voor sporen liet dat na?

Het beeld hiervan is nog incompleet, maar uit een langjarig onderzoek van de Universiteit Utrecht blijkt dat één op de tien veteranen vijf jaar na de uitzending kampt met geestelijke problemen. Op dit moment loopt de ’tien jaar na dato-meting’. Professor Eric Vermetten verwacht eind dit jaar de resultaten.

De kolonel-arts sluit niet uit dat dit percentage nog zal stijgen omdat dergelijke geestelijke klachten zich vaak pas jaren na de uitzending manifesteren. ,,Daarom is het van het grootste belang dat we dit goed blijven volgen.”

Bron: telegraaf / Defensie (foto illustratief)

Marco Kroon blijft koelbloedig

Oorlogsheld, uithangbord voor defensie en vooral iemand die pal staat voor ’zijn’ kerels. Ridder Willemsorde Marco Kroon die tien jaar na dato heeft gemeld dat zijn eenheid in Uruzgan een vijand doodde en dat destijds niet rapporteerde, is een militair in hart en nieren. Hij doorstond stormen en denkt ook deze te doorstaan.
Met veteraan Marco ging het niet goed. Zijn leven liep uit de rails na het zien van aanslagen met bermbommen waarbij collega’s om het leven kwamen. Hij eindigde op een onderkomen voor veteranen in Assen. Daar ontmoette hij die andere Marco. Het klikte meteen tussen de twee.
Majoor Marco Kroon, oud-commando, gedecoreerd met de hoogste dapperheidsonderscheiding. De misschien wel bekendste Uruzgan-veteraan die de Willemsorde dankt aan heldendaden tijdens verkenningen in Afghanistan (2006). In zijn huidige rol als medewerker van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht koppelde de majoor zijn naamgenoot aan een opleiding voor explosievenhonden. Zo kreeg de oud-strijder een taak in een leven dat maar langzaam weer crescendo gaat.

Missie
Tijdens de overhandiging van de pup vertelde Kroon hoe mooi hij het vindt om met zijn bekendheid en netwerk dit soort dingen mogelijk te maken. Leger en bedrijfsleven aan elkaar knopen. Klaar staan voor veteranen. Dat ziet Kroon nu als zijn missie. „Ik ben laatst aan het sterfbed van een veteraan geweest. Dat is zwaar ja”, vertelde hij De Telegraaf vorig jaar juli. „Maar als iemand dat heel graag wil, wie ben ik om dan niet te gaan?”




Voor Kroon liep het ondanks de Willemsorde na Afghanistan ook niet allemaal op rolletjes. Krap een jaar na zijn met veel ceremonieel omklede benoeming raakte hij in een strafzaak verzeild. De militair zou cocaïne en een illegaal wapen hebben bezeten. Hij werd alleen veroordeeld voor het stroomstootwapen, maar het was een flinke deuk in zijn heldenimago, dat door defensie zo zorgvuldig was neergezet. Kroon werd ridder nadat defensie niet zoals gepland het hele Korps Commando Troepen die eer kon bewijzen omdat een groep elitemilitairen in Oostenrijk bij een kroeggevecht betrokken raakte.

Als echte commando die wel tegen een stootje kan, knokte Kroon zich terug. Hij ging naar officiële gelegenheden waar je als ridder geacht wordt te verschijnen en stond er met kaarsrechte rug. Hij leek zich niet al te druk te maken om wat anderen over hem dachten. Tijdens zijn laatste interview met De Telegraaf in december gaf hij eerlijk toe dat alle publiciteit rond de strafzaak niet prettig was geweest. Maar het hoort erbij. Kroon koesterde geen wrok. Hij bleef in de kern de gewone jongen uit Den Bosch die held met de bijbehorende status werd. Bijna per ongeluk.

Gevaar
De schriftelijke verklaring die Kroon liet uitgaan, ademt dezelfde rust. Zelfs al heeft hij die wellicht afgelegd omdat iemand anders dreigde naar buiten te treden. Zoals een gerucht luidt. „Ik heb als commandant een vijand moeten uitschakelen die een ernstig gevaar vormde voor de operatie en het leven van mijn mannen en mijzelf. Gelet op de grote politieke en militaire gevoeligheid en het hoge afbreukrisico heb ik dit incident lange tijd geheim moeten houden. Ik wilde en kon de operatie niet in gevaar brengen. De uitkomst van onderzoek van het OM zie ik met vertrouwen tegemoet. Ik heb naar eer en geweten gehandeld.”

Bron: Telegraaf / Defensie