Redeploymentteam Mali klaar voor immense klus

5 jaar lang werd er volop gebouwd, gegeten, geslapen, gesport: geleefd. Maar nu Nederland zich terugtrekt uit missie Minusma, wordt Kamp Castor in Mali ontmanteld. Een schone taak voor het Redeployment Element, met nadruk op schoon. Want dat de logistiekelingen het materieel smetteloos naar Nederland vervoeren, is van levensbelang.

1 mei eindigde de Nederlandse inzet voor missie Minusma in Mali. Het 100-koppige redeploymentteam is dan al een paar weken bezig met de voorbereidingen. In september moet de klus geklaard zijn: dan moet al het Nederlandse materieel verscheept, verkocht of vernietigd zijn. “Voor ons logistiekelingen een mooie uitdaging”, vertelt 2e luitenant Elise. Die uitdaging zit ‘m volgens de pelotonscommandant vooral in personeelszorg. “We kunnen hier niet werken zoals in andere missiegebieden, omdat het extreem warm is. Het is heel zwaar om buiten te werken.”




Zuinig met water
En dus begint de dag vroeg, wanneer de zon nog niet zo sterk is. Na de allerlaatste patrouille leveren militairen van Long Range Reconaissance Patrol Task Group (LRRPTG) hun spullen in: eerst alle wapens, gereedschap, radio’s, maar ook voertuigen worden door de wasstraat gehaald. Elise: “Als iedereen op het kamp 2 minuten per dag mag douchen, begrijp je dat we zuinig moeten zijn met water. Daarom gebruiken we ‘grijs’ water, waarmee eerder is gedoucht.”

Varkenspest

Het kamp heeft geen verharde ondergrond, dus alles is doordrongen met roodbruin stoffig woestijnzand. Elise: “Dat moet eraf voor het teruggaat naar Nederland. De klompen modder onder de patrouillevoertuigen kunnen vermengd zijn met uitwerpselen. Mali is een derdewereldland waar bijvoorbeeld nog varkenspest voorkomt. Daarom zijn er strenge richtlijnen en werken we heel zorgvuldig.” De spullen gaan schoon in plastic zakken. Die gaan in dozen op pallets de containers in. Naar schatting 150 containers gaan in 5 vrachtvliegtuigvluchten en 5 roadmoves richting vrachtschepen.

Lange lijsten
Maar daar zitten lang niet alle Nederlandse items in. Op lange lijsten met duizenden spullen staat aangegeven wat verkocht, overgedragen of vernietigd wordt. Elise: “Niet alles is de moeite waard om mee terug te nemen. Coalitiepartners hebben wel interesse om bijvoorbeeld versleten containers of gereedschap over te kopen, die kunnen zij hier nog goed gebruiken. Maar natuurlijk zijn er ook zaken waar we in Nederland collega’s blij mee maken. Zoals goede voertuigen als Fenneks en Bushmasters, waar een tekort aan is.”

Bron: Defensie

Ouders omgekomen militairen Mali: ‘We willen dat iemand aansprakelijk wordt gesteld’

Kevin Roggeveld en Henry Hoving overlijden in 2016 Mali na een ongeval met een mortier. Minister Hennis-Plasschaert stapt op als blijkt dat er van alles mis was met de mortier. De ouders willen weten wie er echt verantwoordelijk was en doen aangifte.

Op 6 juli 2016 stortte de wereld van Kees Roggeveld in elkaar. “De deurbel ging en toen ik open deed stond er een mevrouw van Defensie op de stoep. Mijn nekharen gingen recht overeind staan.” Zijn zoon Kevin is bij een oefening met een mortiergranaat samen met Henry Hoving om het leven gekomen tijdens een missie in Mali.




‘Ik heb hem niet meer teruggezien’
Wanneer de jongens naar huis komen, was voor de families niet meteen duidelijk. “De media wist eerder dat ze naar Nederland kwamen dan wij, in die eerste periode is veel mis gegaan”, vertelt Greetje Groenbroek, de moeder van de andere omgekomen militair, Henry van Hoving. Op 11 juli 2016 landde het vliegtuig in Eindhoven met aan de boord de stoffelijke overschotten van de twee jongens. “Het is heel onwerkelijk, daar sta je dan en dan zie je zo’n grote KDC-10 aankomen.”

“We mochten nog een half uurtje bij de kisten, daarna gingen ze naar het Nederlands Forensisch Instituut”, vertelt Groenbroek. Roggeveld heeft zijn zoon niet meer gezien: “Ik durfde niet meer te kijken. Ik dacht dan zie ik een beeld dat raak ik nooit meer kwijt. Nu denk ik weleens ik had wel moeten gaan kijken, ik mis dat gewoon. Ik heb hem niet meer teruggezien, niet meer gevoeld, niet meer aangeraakt dat maakt het ook onwerkelijk. Dat je kunt denken hij komt gewoon weer thuis.”

Ondeugdelijk materiaal
“In eerste instantie leek het op een bedrijfsongeval, een noodlottig ongeluk en daar hadden we vrede mee”, zegt Groenbroek. Maar na onderzoek van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV) werd duidelijk dat er van alles mis was met het materieel waar zij mee werkten. Daardoor ontplofte de granaat eerder dan zou moeten en kwamen beide militairen om het leven. Een derde militair raakte zwaargewond.

Na het horen van de conclusie zijn de ouders woedend. “We waren zo boos; hoe is het mogelijk dat ze de jongens op pad sturen met ondeugdelijk materiaal, met niet gekeurd materiaal.”

Vernietigend rapport
De Onderzoeksraad voor Veiligheid publiceert op 28 september 2017 een rapport over het mortierongeval in Mali.

De conclusies zijn vernietigend: “Defensie is tijdens de missie in Mali ernstig tekort geschoten in de zorg voor de veiligheid van uitgezonden Nederlandse militairen.” Met het materiaal waar de militairen mee werkten was van alles mis, waardoor dit ongeval kon gebeuren. Zo zijn de mortieren onder druk aangekocht, zonder garanties, werden ze onder te hoge temperaturen opgeslagen en hebben ze tijdens een oefening in de zon gelegen. Dit zorgde ervoor dat de mortier vroegtijdig ontploft. Minister van Defensie Janine Hennis Plasschaert maakt tijdens het kamerdebat over het rapport bekend dat ze opstapt.

Zelf aangifte gedaan
Na het vernietigende rapport van de OvV stapt verantwoordelijk minister Hennis-Plasschaert op. Ook commandant der strijdkrachten Tom Middendorp treedt terug. Maar de families willen weten wie er écht verantwoordelijk was voor de dood van hun zonen. Daarom hebben ze aangifte gedaan en loopt er nu een strafrechtelijk onderzoek.

“Het ministerie was zelf niet van plan om uit te zoeken wie er verwijtbaar heeft gehandeld. Omdat wij dat wel willen weten, hebben we besloten aangifte te doen”, zegt Groenbroek. “We willen dat er iemand aansprakelijk wordt gesteld. Een naam of een afdeling, zodat het niet nog een keer gebeurd, zodat het veiliger wordt. Want nu heb ik het idee dat het zo nog een keer kan gebeuren.”

Bron: EenVandaag / Defensie (foto illustratief)