Nederlandse bombardementen Irak en Syrië: onschuldigen stierven bij 2500 missies

De missie tegen IS was een succes, maar de Nederlandse bommen op Irak en Syrië maakten ook onschuldige slachtoffers. Verslag van een nog onvoltooide zoektocht naar de ‘collateral damage’.
21 september 2015, Mosul, Irak, na middernacht: Bassim Razzo (56), accountmanager bij een telecommunicatiebedrijf, schrikt wakker in zijn bed in een vrijstaand huis in een buitenwijk. Zijn woning trilt, hij voelt de smaak van bloed in zijn mond. Als hij naar boven kijkt, ziet hij niet het plafond van zijn slaapkamer, maar de sterrenhemel. Bewegen kan hij niet meer en als hij de naam roept van zijn vrouw Mayada en die van zijn dochter Tuqa, komt er geen antwoord. Daarna verliest hij het bewustzijn. Als Bassim weer bijkomt, ligt hij in een ziekenhuis. Zijn vrouw en zijn dochter zijn dood, zijn huis is verwoest. Net zoals het huis ernaast: waar zijn broer met zijn gezin woonde. De panden zijn geraakt door twee westerse bommen. De coalitie dacht een hoofdkwartier van IS te raken, het bleken twee gewone woonhuizen.




Dit is een verhaal over de zoektocht naar de collateral damage van de Nederlandse bombardementen op Irak en Syrië. Die militaire missie tegen terreurgroep IS eindigde op 31 december, de vier Nederlandse F-16’s zijn weer thuis. De missie was een succes, stelt het ministerie van Defensie. IS is teruggedrongen. ,,Nu moeten we de Iraakse overheid helpen om hun overwinning op IS vast te houden en te steunen in de wederopbouw”, zei minister Bijleveld van Defensie dit najaar.

Maar hoe hoog was de prijs van dat succes? Hebben Nederlandse bommen burgerslachtoffers gemaakt? En zo ja, wie waren het en heeft Nederland iets gedaan om ze te compenseren voor hun leed?

Vrij weinig
Vanaf september 2014 maakte Nederland, samen met onder meer Amerika en Groot-Brittannië, deel uit van de internationale coalitie tegen IS. Nederland vloog 2500 missies boven het strijdgebied, de vliegers gebruikten meer dan 1900 keer hun wapens. Alle coalitielanden samen gooiden ruim 100.000 bommen af. Er vielen, volgens de coalitie zelf, 1000 burgerdoden bij. Organisaties als Amnesty International en Airwars schatten dat aantal op zeker 7000.

Wat vertelt Nederland over die collateral damage? Vrij weinig. Ja, er zijn burgerslachtoffers gevallen, waarschijnlijk meerdere keren, blijkt uit openbare documenten van Defensie. Maar waar en wanneer dat gebeurde, wil het ministerie niet vertellen. Ook geeft ze geen schatting hoeveel burgers er zijn omgekomen door Nederlandse bombardementen.

In een brief aan de Tweede Kamer van april dit jaar schrijft Defensie dat het Openbaar Ministerie onderzoek heeft gedaan naar vier bombardementen waarbij mogelijk fouten zouden zijn gemaakt. Bij drie daarvan zijn mogelijk of zeker burgerslachtoffers gevallen.

In een geval rijdt er plotseling een auto in de ‘blast range van de bom’. In de twee andere gevallen gaat er meer mis. Een Nederlandse F-16 gooit een bom op een gebouw dat door IS gebruikt wordt als fabriek voor autobommen. Een legitiem doel, maar er blijken veel meer explosieven te liggen dan verwacht. ,,Door secundaire explosies wordt een aantal andere gebouwen in de omgeving vernietigd. Het is zeer waarschijnlijk dat bij deze aanval burgerdoden zijn gevallen”, schrijft het ministerie. Bij het tweede incident blijkt een verondersteld hoofdkwartier van IS een gewoon woonhuis te zijn. De inlichtingen waren ‘onjuist’. ,,Bij deze aanval zijn burgerslachtoffers gevallen.” Het OM sluit het onderzoek: dat het fout ging, was niet aan Nederland te wijten.

Wat ging er mis?
Waar precies en wanneer hebben die incidenten plaatsgevonden? Wat ging er mis in de planning? Hoeveel slachtoffers waren er? Defensie wil er geen antwoord op geven.

Daarom doen we een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). We vragen om de after action reports van de genoemde incidenten, die plaats hebben gevonden tussen oktober 2014 en juni 2016 in Irak. Ons WOB-verzoek wordt afgewezen vanwege ‘nationale en operationele veiligheid’. ,,Verstrekking zou het risico voor de veiligheid van de militairen en de Nederlandse samenleving kunnen vergroten”, stelt Defensie.

Ook het Openbaar Ministerie, dat de incidenten onderzocht, wijst ons verzoek om documenten af. We vragen het OM ook of het onderzocht heeft hoe het kwam dat de inlichtingen die Nederland kreeg, niet klopten. Dat is niet onze taak, meldt een woordvoerder.

Het Amerikaanse hoofdkwartier Centcom in Florida dan? Zij doen de woordvoering over de acties van de coalitie. De Amerikaanse reactie: ,,We doen nooit uitspraken over bijdrages van individuele landen.” Ons beroep op de Freedom of Information Act staat momenteel op plek 624 in de wachtrij.

Gewoon woonhuis
We zoeken contact met journaliste Azmat Khan die voor The New York Times in Irak zelf onderzoek deed naar burgerslachtoffers. Samen zetten we alle bekende incidenten op een rij waarbij de coalitie dacht dat het een IS-hoofdkwartier bombardeerde, maar waar het doel uiteindelijk een gewoon woonhuis bleek. Het soort incident waarvan Nederland in de Kamerbrief erkent dat het erbij betrokken is geweest. We vinden één match in de betreffende periode: de dodelijke aanval op twee vrijstaande woningen bij Mosul op 21 september 2015, waarbij Bassim Razzo zijn familie verloor. ,,Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan ze denk”, zei Razzo, die zelf studeerde in de VS, erover in The New York Times.

Had Nederland een aandeel in die gruwelijke vergissing? Uit een Amerikaans document blijkt dat ‘de VS direct betrokken was bij deze aanval’. ,,Het doel was opgezet en goedgekeurd door het hoofdkwartier en de VS leverde airframes en munitie voor de aanval.‘’

Dat is een ‘zeer cryptische omschrijving’, stelt Peter Wijninga, een voormalige luchtmachtofficier die nu verbonden is aan het Haagse Centrum voor Strategische Studies. ,,Airframes is luchtmachtjargon voor vliegtuigen, letterlijk ‘casco’, zonder bemanning dus. Het kan erop wijzen dat de vliegtuigen werden bemand door vliegers van een andere nationaliteit. Kortom: wordt hier een coalitiepartner uit de wind gehouden of probeert men de eigen rol te verdoezelen?‘’

Als we Defensie vragen of Nederlandse piloten in toestellen van andere landen hebben gevlogen, antwoordt het ministerie dat dat boven Irak inderdaad is gebeurd. ,,In het kader van een uitwisselingsproject.‘’

Burgerslachtoffers
Het weekbericht van Defensie meldt in de betreffende week van 2015: ,,Bij een van de coalitiemissies had een Nederlandse F-16-vlieger de leiding over een luchtaanval op verschillende ISIS-doelwitten. Er namen verschillende vliegtuigen van de coalitie hieraan deel.” Meer informatie geeft niemand.

We maken ook een lijst van bombardementen die voldoen aan het tweede incident waarbij Nederland betrokken is geweest: aanvallen waarbij een bommenfabriek is getroffen, maar waarbij door ‘secondary explosions’ onbedoeld ook burgerslachtoffers zijn gevallen. We komen tot vijf aanvallen die enigszins overeenkomen, bij elk van die aanvallen vielen tussen de vijf en tien burgerdoden. Van die aanvallen is niet bekend wie ze heeft uitgevoerd.

De grootste tragedie vond plaats op 3 juni 2015 bij de stad Hawija, Irak: de coalitie bestookt daar een IS-bommenfabriek op een industrieterrein, maar omdat er veel meer explosieven liggen dan gedacht, ontstaat een ravage. Omwonenden melden aan internationale persbureaus 70 doden, onder wie veel burgers én 26 kinderen. De coalitie bevestigt de aanval, maar zegt niets over burgerdoden.

Op social media zijn geen beelden van de resten van de bom te vinden die kunnen helpen bij identificatie. De nabestaanden van de burgerdoden in Hawija hebben geen idee door welk land hun geliefden zijn gebombardeerd.

Oorlogsrecht
,,Bij luchtaanvallen mogen, volgens het oorlogsrecht, burgerslachtoffers vallen. Als er maar zo veel mogelijk wordt gedaan om het te voorkomen”, stelt advocate Liesbeth Zegveld, gespecialiseerd in mensenrechtenschendingen. ,,Maar we zijn ook verplicht de doden te registreren en we weten niets over de slachtoffers die we met onze bombardementen in Irak en Syrië maken.”

Zegveld vertegenwoordigt Mohammed Ahmed, een Irakese student die op 26 januari 2015 van Mosul met een taxi naar Bagdad probeerde te komen. De bom die de taxi raakte, doodde zijn moeder. Mohammed heeft geen idee welk land de bom heeft afgeworpen. Zegveld vroeg het de Nederlandse overheid, maar kreeg de informatie niet. Begin 2019 start ze in Nederland een rechtszaak namens Ahmed, in de hoop dat er dan gegevens boven tafel komen. ,,Het is bizar dat deze mensen nu in het duister tasten.‘’

Als de herkomst van de bom bekend is, kan Ahmed om verantwoording en eventueel om compensatie vragen. Dat laatste is nu een ondoorzichtig traject. Nabestaanden en andere slachtoffers moeten bij de Irakese overheid aankloppen voor schadevergoeding. Het systeem dat daarvoor is opgezet, werkt amper, stellen deskundigen. Nederland heeft dit voorjaar bij de coalitie geopperd een centraal coalitiemeldpunt op te zetten waar burgerslachtoffers zich kunnen melden. De andere leden zagen er niets in.

Zegveld: ,,Het zou goed zijn als dat meldpunt er wel komt. Mijn cliënt heeft op zich niets tegen de rol van de coalitie in de oorlog in zijn land, maar dan moet die coalitie wel haar verantwoordelijkheid nemen. Het geldt ook voor Nederland: we willen meedoen met de grote jongens, maar dan moet je na A ook B zeggen.”

Immense verdriet
Maart, 2017. Bassim Razzo is de eerste Irakees die tijdens de oorlog tegen IS door het Amerikaanse leger wordt ontvangen om te praten over een schadevergoeding. Razzo heeft zijn materiële schade berekend: bijna 550.000 dollar, voor de verwoeste huizen, inventaris, auto’s en medische kosten. Het staat nog los van het immense verdriet over het verlies van zijn familie. ,,We willen ons medeleven uitspreken”, zegt een vertegenwoordiger van het Amerikaanse leger tijdens de bijeenkomst in Erbil, Irak. ,,Als excuses voor uw verlies bieden we u 15.000 dollar.” Razzo kijkt de militair vol ongeloof aan. ,,Sorry, dat kan ik niet aannemen. Dat is een belediging.”

Voor dit verhaal is onder meer gebruikgemaakt van de productie The Uncounted van The New York Times. Heeft u meer informatie over de Nederlandse bombardementen op Syrië en Irak? Anoniem en veilig delen kan via ad.publeaks.nl

Nederlandse F-16’s vertrokken in januari 2018 van vliegbasis Volkel naar het Midden-Oosten om daar mee te doen aan de strijd tegen terreurorganisatie Islamitische Staat. De toestellen zullen opereren vanuit Jordanië.

Bron: AD / Defensie (foto illustratief)

Afscheid van alleskunner F-16

Nederlandse F-16-vliegers kunnen na 2500 missies met tevreden gevoel naar huis
Een gevoel van nostalgie heeft zich meester gemaakt van de Nederlandse F-16-vliegers in Jordanië. Na veertig jaar komt er een einde aan de inzet van het roemruchte gevechtsvliegtuig bij een grote missie. Maar ze bewijzen op het nippertje nog hun waarde: mede dankzij de Nederlandse F-16’s staat Islamitische Staat op het punt uit de laatste stad in Syrië te worden verdreven.

Tegen het vallen van de avond zet kapitein Michiel zijn toestel aan de grond op de luchtmachtbasis. Hij heeft zojuist een van zijn laatste missies gevlogen voordat de Nederlandse operatie over twee weken eindigt. Het betekent niet alleen een afscheid van de Jordaanse woestijn, maar ook van de F-16 waarvan hij als kind al droomde om in te vliegen.




„Een prachtig toestel”, zegt Michiel, een beetje natrillend. „Het is toch elke keer alsof je in een mooie Porsche uit 1979 stapt. Maar straks krijgen we er een gloednieuwe sportauto voor terug.” Hij doelt op de F-35, die de komende jaren de F-16 gaat vervangen.

Michiel wordt op de basis opgewacht door minister Blok (Buitenlandse Zaken), die tijdens zijn bezoek aan Jordanië ook onze jongens en meisjes komt inspecteren. Blok is apetrots op de vliegers die de afgelopen jaren een belangrijke rol speelden bij het verslaan van het gruwelijke kalifaat. Waren het in het begin zware bombardementen op IS-doelen, nu bieden zij vooral nog luchtsteun aan een lokale troepenmacht.

Die kan elk moment, met steun van Amerikaanse special forces, het stadje Hajin in het oosten van Syrië innemen. Commandanten meldden vrijdag al de zege, maar gisteren werden er toch nog bombardementen uitgevoerd, waaronder op een moskee die IS als basis gebruikt. Er wordt al maanden hevig gevochten om de laatste kruimel van het kalifaat. Een belangrijke operatie, ook omdat sommige Iraakse functionarissen ervan overtuigd zijn dat IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi zich daar verschanst.

“Er is een hoop nostalgie, maar technisch lopen de F-16’s op hun einde. Het is gewoon een oud toestel.”

Dat zou een mooie kroon zijn op het werk van de Nederlanders, die na in totaal ruim 2500 vliegmissies met een tevreden gevoel naar huis kunnen gaan. Toch vindt detachementscommandant Ralph het jammer om te vertrekken. „We doen hier mooi en nuttig werk. Maar de overgang naar de F-35 kost veel energie en geld. We moeten logistiek een pas op de plaats maken.”

Pratend over zijn geliefde F-16 maakt ook hij de vergelijking van een oldtimer die wordt ingeruild voor een ’vette sportwagen’. „We gaan van de ene James Bond-auto naar de andere.” Alleen heeft ’Q’ in de F-35 de meest geavanceerde snufjes gebouwd. Snufjes, zoals geavanceerde radars, die de afgelopen jaren in Syrië en Irak soms wel werden gemist in de F-16, zeker met slecht weer. „Als ik dan een wapen afvuur, is het toch de vraag of hij wel terechtkomt waar ik wil.”

Maar nu het einde van de F-16 nadert, moet hij toch wel een traantje laten. Want gaat kapitein Michiel straks in de nieuwe F-35 vliegen, luitenant-kolonel Ralph is bang dat dat er gezien zijn rang niet meer inzit. „Mijn angst is om de eeuwige F-16-vlieger te zijn die verhalen over vroeger vertelt, terwijl de nieuwe generatie in de moderne F-35 stapt.” Maar de overstap is broodnodig volgens hem. „Er is een hoop nostalgie, maar technisch lopen de F-16’s op hun einde. Het is gewoon een oud toestel.”

Kapitein Leon beaamt dat. Het hoofd van de technische dienst staat op de gigantische luchtmachtbasis waar ook Jordaniërs, Amerikanen en Duitsers actief zijn, naast een F-16 die sinds een week aan de grond wordt gehouden. De technici hebben een minuscuul scheurtje ontdekt, een kwaal die wel vaker voorkomt bij de verouderde toestellen. De F-16 is als een oude kerstboom die is opgetuigd met de nieuwste slingers en kerstballen, maar de boom is vol en begint zijn naalden te verliezen.

„Er is geen plek meer voor nieuwe apparatuur”, aldus Leon, die ergens wel bedroefd is dat de techneuten straks een stuk minder aan de toestellen zullen sleutelen. De F-35 wordt door een computer uitgelezen.

Dat toestel zal volgens Ralph in ieder geval niet meer tegen IS worden ingezet.

„Die ondernemen geen grote, gecoördineerde acties meer. We zien nu vooral aanvallen met slechts een auto. Daar is geen luchtmacht voor nodig.”

Bron: Telegraaf / Defensie