Bijleveld: deel militairen in Irak en Afghanistan komt terug

Een aantal van de militairen die op missie zijn in Afghanistan en Irak keert terug naar Nederland. De trainingen in beide landen zijn stilgelegd vanwege het coronavirus.

“Een deel van de mensen zal zeker terugkomen”, zei minister Ank Bijleveld van Defensie toen zij naar het ministerieel crisisoverleg ging. Hoeveel militairen terugkeren, zei ze niet. Dat wordt later op maandag nog bekend.

De trainingsmissie in Irak is op verzoek van de lokale autoriteiten stilgelegd. Het gaat om een voorzorgsmaatregel. In het noordelijke Erbil trainen enkele tientallen militairen van de Luchtmobiele Brigade Koerdische strijders (peshmerga’s). Bij de hoofdstad Bagdad trainen en adviseren een handvol commando’s Iraakse speciale strijdkrachten.

In Afghanistan nemen zo’n 170 Nederlandse militairen deel aan NAVO-missie Resolute Support. Zij trainen, adviseren en assisteren daar Afghaanse veiligheidsdiensten.

Zit je thuis? Tijd voor een defensiebpoek

of film




F-16’s vleugellam op missie

De F-16’s van de Koninklijke Luchtmacht zijn regelmatig op missie gestuurd met zeer beperkt mandaten. De militairen waren aan handen en voeten gebonden. Zo waren onze jachtvliegers boven Libië (2011) en in laatste fase van de Afghanistan-missie vleugellam.




De F-16-vliegers geven in het recent verschenen boek Missie F-16 aan dat er in hun ogen veel te veel beperkingen waren. Zo mochten de F-16’s aan het begin van de missie in Libië helemaal niet boven Libië komen. De geweldsregels stonden alleen patrouilles toe boven zee. Onze Luchtmacht kwam in actie toen van de Libische luchtmacht na coalitiebombardementen niks meer over was. “De geweldsregels waren zo opgesteld dat de kans nul was dat je ooit een wapen zou inzetten, zelfs bij zelfverdediging. Ik mocht niet eens mijn buddy te hulp komen als die werd aangevallen.” aldus een van de piloten. En toen Nederlanders wel boven land mochten vliegen was he ten verboden om in te grijpen.

De jachtvliegers hadden het hier buitengewoon moeilijk mee. “We mochten niks doen terwijl alle andere landen bommen gooiden”. “Het is dramatisch als je tegelijkertijd ziet wat er op de grond gebeurt. Ik zag raketten een stad in vliegen, spandoeken op de grond met ‘help’ erop. Toch mocht ik helemaal niets doen. Zelfs doelen doorgeven lag moeilijk. Wel duizendmaal heb ik tegen mezelf moeten herhalen: ‘Ik ben een instrument van de politiek.” aldus de commandant van de Nederlandse F-16’s kolonel Johan van Deventer. Zelfs het doorgegeven van gegevens aan met datalink verbonden buitenlandse piloten was niet toegestaan. Dit moest over schijven via de AWACS.

Libië was geen uitzondering. Ook in Afghanistan knelde het mandaat . Jarenlang hadden Nederlandse jachtvliegtuigen boven zuidelijk Afghanistan met een ruim mandaat grondtroepen kunnen ondersteunen. In 2010 echter perkte de regering de bevoegdheden drastisch in.
Dat gebeurde toen de F-16’s werden gekoppeld aan de politietrainingsmissie in Kunduz in Noord-Afghanistan. Het kabinet vond dat de jachtvliegtuigen alleen mochten worden ingezet om eigen troepen te hulp te schieten. Vliegers hebben hier geen geen goed woord voor over. “Het mandaat was een typisch product van een links knuffelkabinet”, oordeelt vlieger Joost Luysterburg.

Het hele artikel in De Telegraaf lees je hier.

Bron: Telegraaf / Defensie (foto illustratief)