’Europees leger is een verzameling zzp’ers’ (opiniestuk)

Terwijl de wereld de adem inhoudt bij het brisante conflict tussen Rusland en Oekraïne, is in Nederland de vraag actueel of het moet deelnemen aan een Europees leger, naast de NAVO. Oud-militair Niels Roelen schetst waarom hij sceptisch is over zo’n krijgsmacht.

Het piepte en knarste in het kabinet afgelopen dagen, nadat vicepremier Ollongren zich op een bijeenkomst in Denemarken een voorstander toonde van een Europees leger. „Laat ik helder zijn”, reageerde minister Bijleveld (Defensie), ,,dit kabinet, inclusief de vicepremier, vindt dat er geen sprake kan zijn van een Europees leger dat de nationale legers vervangt.”




Tegen samenwerking heeft Bijleveld geen bezwaar. Maar Nederland is een soeverein land, dat zelf beslist over de inzet van militairen. Wie ervaring heeft met internationale militaire samenwerking weet dat de discussie een hoog Haags gehalte heeft. Een Europees leger is een papieren tijger. Samen oefenen is geen probleem, maar voor een daadwerkelijke inzet moeten alle betrokken kabinetten een besluit nemen. Dan wordt het ingewikkeld. Zelfs een enkele Nederlandse militair onder vreemde vlag wordt dan problematisch.

Dat bleek toen Nederland deelnam aan de missie in Afghanistan en een Engelse luchtmobiele compagnie werd uitgezonden naar de provincie Helmand. De compagnie werkte samen met Nederland. De samenwerking bestond uit de uitwisseling van exact één kapitein. Terwijl iedereen, inclusief de kapitein zelf, ervan overtuigd was dat hij soepel en snel op missie zou gaan, liep het anders. Om met zijn team mee op missie te mogen, waren commandanten, juristen, een duimendik dossier en een besluit van de minister nodig.

Dat dit geen incident is, wisten ze bij het Korps Mariniers al. Een Nederlandse compagnie maakte deel uit van een Brits mariniersbataljon dat naar Irak vertrok, maar de Nederlanders bleven achter. „We zien jullie wel op het moment dat de oorlog voorbij is en er krentenbollen moeten worden gesmeerd”, kregen ze spottend toegefluisterd. Het was geen sneer van de Britten. Ze wisten van de Nederlandse collega’s dat ze bereid zijn om overal ter wereld missies uit te voeren. Maar voor de Nederlandse politiek is de wereld soms niet groter dan het plein.

Dat Europese landen al struikelen over de toestemming van een enkele militair, zegt veel over de daadwerkelijke gezamenlijke slagkracht. Voor de Russische president Poetin is het een signaal dat hij op de Krim vrij spel heeft. Zolang Europese naties op hun soevereiniteit blijven hameren, zijn we voor de ongekroonde tsaar geen bedreiging.

De politieke druk van Merkel, Macron en de andere Europese leiders om tot een vreedzame oplossing te komen, legt Poetin schouderophalend naast zich neer. Wij zijn zzp’ers die geen bedreiging vormen voor de Russische multinational, die tegen alle verdragen in ook even een nieuwe rakettenfabriek heeft geopend.

„De NAVO blijft de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid. Dat is van belang omdat we nu eenmaal in roerige tijden leven”, zegt minister Bijleveld.

Of we vanuit de Verenigde Staten mogen rekenen op die steun, is onzeker. Hoewel de defensiebegroting voor het eerst sinds jaren is gestegen, betalen we nog steeds zes miljard (een dikke 35%) op jaarbasis te weinig premie aan deze verzekeringspolis. Om over achterstallige contributie maar niet te spreken. Op zijn Trumps: We don’t put our money where our mouth is.

Bron: Telegraaf; Niels Roelen, oud-legermajoor en schrijver / Defensie (foto illustratief)

NAVO-norm 2% vraagt om nieuwe forse stappen

De veranderde veiligheidssituatie vraagt van de NAVO bondgenoten om meer te investeren in Defensie. Een evenwichtige trans-Atlantische lastenverdeling vraagt dus ook om een verhoging van de Nederlandse Defensie-uitgaven. Het was de belangrijkste conclusie na de NAVO-top van afgelopen zomer. Vanavond spraken de NAVO-ministers in Brussel over het vervolg.
Al in 2014 is bezegeld de uitgaven in 10 jaar richting NAVO-norm te bewegen: 2% van het bruto binnenlands product (BBP). De lastenverdeling stond ook nu weer centraal.




Onderaan lijstje bungelen
Volgens minister Ank Bijleveld-Schouten deelt Nederland het gevoel van urgentie de krijgsmacht te moeten moderniseren en aanpassen voor onze eigen veiligheid. “Er zijn dus nieuwe forse stappen nodig. We zijn nu bijna halverwege op weg naar 2024. Maar we komen ondanks de extra investeringen nog lang niet in de buurt van die 2%. Van alle landen bungelen we zelfs onderaan het lijstje.”

Begrotingsfonds
Een van die stappen is het opstellen van een nationaal plan voor de uitvoering van de NAVO-afspraken. Tijdens de vorige top is afgesproken te komen tot ‘geloofwaardige nationale plannen’. Op 31 december 2018 moeten ze er liggen.

Bijleveld: “Wij maken dit plan op basis van onze eigen behoeften, de capaciteitendoelstellingen van de NAVO en die van de EU.” Daartoe wordt, zoals is afgesproken, in Nederland een begrotingsfonds ingesteld om meerjarig te kunnen plannen. Dat fonds wordt de basis van het plan voor de NAVO en maakt toekomstige investeringen en exploitatiekosten minder gevoelig voor de jaarlijkse begrotingscyclus. Bijleveld zegde eerder toe dat plan voor de laatste dag van dit jaar met de Kamer te delen.

Afschrikking en verdediging
Morgen staat de verdere versterking van NAVO’s afschrikking en verdediging op de agenda. Denk daarbij aan het op orde brengen van het reactievermogen, de gereedheid van nationale krijgsmachten en de aanpassing van de NAVO-commandostructuur. Nederland stelt ongeveer 50 extra mensen beschikbaar voor functies in de logistiek en op het gebied van cyber.

Militaire mobiliteit
Met de EU Hoge Vertegenwoordiger Federica Mogherini wordt gesproken over onderwerpen die zowel voor NAVO als EU belangrijk zijn. Dat geldt zeker voor militaire mobiliteit, een speerpunt van Nederland. Dat wil dan ook dat de landen nu snel concrete stappen nemen om de verplaatsing van materieel en troepen door Europa makkelijker te maken.

Bron: Defensie / NAVO