België en Nederland kopen nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen

De bouw van 12 nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen door België (6) en Nederland (6) is vandaag op hoog niveau onderstreept. Vandaag tekenden staatssecretaris Barbara Visser, de Belgische defensieminister Didier Reynders, scheepsbouwer Naval Group en ECA Robotics het contract in Brussel. Laatstgenoemde bedrijf bouwt de mijnenbestrijdende dronesystemen waarmee de schepen worden uitgerust.

Het gaat om marineschepen van 2.800 ton gespecialiseerd in mijnenbestrijding. Voor deze taak zijn ze bijzonder stil en zenden weinig elektromagnetische golven uit. Beide signalen kunnen mijnen laten afgaan. Ook zijn ze schokbestendig.

Met de gezamenlijke mijnenbestrijdingscapaciteit bevestigen België en Nederland hun vooraanstaande positie op het gebied van de Defensiesamenwerking. Staatssecretaris Barbara Visser bij de ondertekening: “Ik ben het Belgische ministerie van Defensie dankbaar voor de samenwerking en de wijze waarop het project tot dusver is uitgevoerd.”

Uitgebreid pakket onbemande systemen
De schepen krijgen een uitgebreid pakket onbemande oppervlakte- en onderwatersystemen. Neem het onbemande Inspector 125 vaartuig. Dit innovatieve platform maakt dat het schip en zijn bemanning op veilige afstand kunnen opereren. Ook vergroot het de inzetbaarheid.

De Inspector 125 heeft op zijn beurt verschillende dronesystemen aan boord die zijn verbonden met het gevechtssysteem van het mijnenbestrijdingsvaartuig. Het gaat om autonome A18-M onderwatersystemen, T18-M getrokken sonarsystemen en mijnenidentificatie- en vernietigingssystemen, zoals de op afstand bestuurbare Seascan en KSTER-C. Alle drones zijn inzetbaar vanaf de Inspector 125. Bij het pakket horen ook vliegende en baggerende drones. Ieder schip krijgt in totaal zo’n 10 drones.

Belgisch-Nederlandse marinesamenwerking
De Belgisch-Nederlandse marinesamenwerking (BENESAM) gaat ver. Er zijn gezamenlijke en geïntegreerde staven, opleidingen, trainingen en operaties. En naast de gezamenlijk aanschaf van mijnenbestrijdingscapaciteit gaan de landen ook samen vrijwel identieke M-fregatten kopen. Dit maakt het mogelijk om het onderhoud van deze scheepstypen onderling te verdelen.

België is de leidende partij bij de vervanging van de mijnenbestrijdingscapaciteit en Nederland bij de M-fregatten.




Marine zoekt naam voor schip: maar die moet wel onomstreden zijn

Er is vast enige opluchting gevoeld op de burelen van de marine. De zeventiende-eeuwse zeeheld Piet Hein blijkt ook naar de huidige maatstaven een voorbeeldig man, zo concludeerde de gemeente Rotterdam deze maand toen er een plaquette bij zijn standbeeld moest komen: niet alleen was Hein een dapper vlootcommandant, maar hij sprak zich ook nog eens kritisch uit over de behandeling van slaven in Zuid-Amerika.

Traditioneel noemt de marine veel van zijn schepen naar historische zeehelden. Maar dat kan best eens lastig worden in tijden van wegblokkades om Zwarte Piet en relletjes over de buste van Johan Willem Maurits in het gelijknamige Haagse museum.
Drie jaar geleden protesteerde de actiegroep Michiel de Rover zelfs tegen de film over Michiel de Ruyter. Bij de marine is er een fregat vernoemd naar de admiraal zelf en een naar zijn vlaggenschip De Zeven Provinciën. Van 1984 tot 2004 had de marine ook het fregat Hr.Ms. Witte de With in dienst. Rotterdamse kunstenaars wilden vorig jaar juist dat een plaatselijk cultureel centrum deze naam opgaf. De geharde zeebonk uit de Gouden Eeuw had niet zoals Coen medelijden met de inheemse bevolking, maar trad op enig moment hard op tegen Indonesische boeren door hun bomen te verbranden.




Nieuw schip
Binnenkort is het weer tijd voor nieuwe scheepsnamen. Volgend decennium wil de marine onderzeeboten, fregatten, en mijnenbestrijdingsvaartuigen aanschaffen. Maar eerst komt er in 2023 een nieuw bevoorradingsschip in de vaart. Idealiter is de naam daarvan aan het einde van dit jaar bekend, zegt overste Wilco Kramer. Hij is secretaris van de traditiecommissie bij de marine, die zich buigt over nieuwe scheepsnamen.
Zo vaak kwam het de afgelopen jaren niet voor dat de marine een nieuw schip kreeg. Dus voor iedereen die aan het nieuwe vaartuig werkt is het leuker als daar alvast een concrete naam bij hoort, en niet alleen maar een bouwnummer op de scheepswerf.

Een nieuwe Witte de With ziet Kramer niet direct komen. “In de jaren tachtig was de marine een stuk groter. Als we nu ineens twintig schepen zouden moeten vernoemen, komen Piet Hein en Witte de With wel op de rol. Deze keer denk ik dat we een andere richting ingaan.”
Wat het uiteindelijk wordt kan hij natuurlijk nog niet verklappen. Maar er zijn wel een aantal richtlijnen. Idealiter heeft een naam enige bekendheid en breken Engelstalige collega’s er hun tong niet over.

Doel kan ook zijn om de band met de samenleving te vergroten. Om deze reden zijn de patrouilleschepen de afgelopen jaren vernoemd naar de kustprovincies. Misschien is daarom een inwoner van een kustloze provincie wel eens aan de beurt, zo suggereert Kramer. “De Kortenaer was naamgever van de Kortenaer-klasse, vernoemd naar een Groningse admiraal. Nu heb je de Evertsen, naar het Zeeuwse admiraalsgeslacht. De kustprovincies lijken dus wel even bediend.”

Nieuwe provincie
Karel Doorman (Utrecht) en Jan van Amstel (Brabant) weten momenteel al een marineschip naar zich vernoemd. Oud-premier Piet de Jong (Gelderland) ligt als onderzeebootcommandant niet voor de hand bij een oppervlakteschip.
Raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt (Gelderland) speelde weliswaar een belangrijke rol bij de oprichting van de VOC, maar dat was een private organisatie. Daarom is zijn rol anders dan Johan de Witt, die mede aan de wieg stond van het Korps Mariniers. Naar hem is nu een schip vernoemd waarmee mariniers vanuit zee aanvallen op land kunnen uitvoeren.
De Pleinredactie zoekt dan ook suggesties voor het toekomstige bevoorradingsschip van de marine. U kunt zich richten tot parlement@trouw.nl. Zowel personen als plaatsen zijn toegestaan, maar wel verbonden met een kustloze provincie en het liefst met een (militaire) reputatie die anno 2019 niet al te veel gedoe oplevert.

Zeevaarders zonder scheepsnaam
1. Piet de Jong
2. Abel Tasman
3. Lodewijk van Heiden (Berend Botje)

bron: Trouw / Defensie (foto illustratief)