400 militairen bedankt voor inzet in missiegebieden

“Jullie hebben het verschil gemaakt. Beschermd wat ons dierbaar is. Gewerkt aan een veiliger wereld. En laten zien hoe je dat doet: als een sterk team, onder welke omstandigheden dan ook. Ik ben jullie daar dankbaar voor.”

Met deze woorden bedankte Plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten luitenant-generaal Martin Wijnen in Zwolle zo’n 400 militairen. Zij ontvingen de Herinneringsmedaille Internationale Missies (HIM) voor hun deelname aan uitzendingen in Afghanistan, Burkina Faso, Irak, Jordanië Koeweit en Mali.

– plaats/datum
[enter]
– algemene tekst over de fotoreportage, (wie, wat, etc.)
[enter]
– omschrijving van wat er daadwerkelijk op de foto gebeurd

Mali
Wijnen roemde de Long Range Recce Patrol Task Group van Minusma in Mali. Die bleef volgens hem “doorstomen” en inlichtingen verzamelen, ondank alle cultuurverschillen, de taalbarrière en het klimaat. Zij konden hun werk niet doen zonder de steun van het National Support Element en de logistieke ondersteuning. Daardoor konden de verkenners op elk gewenst tijdstip de poort uit gaan.

Wijnen was ook vol lof over de ondersteuning vanuit het hoofdkwartier van de missie in Bamako. “In Mali zitten niet alleen slangen, malariamuggen, giftige spinnen en schorpioenen… maar er zitten ook een boel paarse krokodillen. En dan ben je blij met een kolonel als Peter, die deze ‘beesten’ graag met zijn team te lijf ging.”

– plaats/datum
[enter]
– algemene tekst over de fotoreportage, (wie, wat, etc.)
[enter]
– omschrijving van wat er daadwerkelijk op de foto gebeurd

Irak
Ook voor het werk van de Nederlandse militairen in Irak bestaat grote waardering, aldus Wijnen. De National Training Unit en het National Support Element werkten nauw samen. “Eén drive, één doel, één team”, zei hij. Samen zorgden zij ervoor dat de Peshmerga-strijders beter voorbereid zijn op de nog latent aanwezige terroristische dreiging.

Gelijke inzet én waardering geldt volgens Wijnen verder voor de mannen van het Korps Commando Troepen. Die trainden in Bagdad in coalitieverband eenheden van de Counter Terrorism Service. Wijnen noemde ook het chirurgisch team dat ondersteuning bood in het Amerikaanse veldhospitaal op de Al Asad Airbase. “Deze teams zijn schaars en daarmee leverde Nederland in coalitieverband een geziene en zeer gewaardeerde bijdrage.”




Afghanistan
De Nederlandse militairen die in Afghanistan werkten, maakten een spannende tijd mee volgens Wijnen. De cartoonwedstrijd in Nederland, die niet doorging had toch effect op de missie. De wapenstilstand zorgde enerzijds voor hoop bij Afghanen, maar leidde ook tot geweld in Mazar-e-Sharif, Kabul en andere plekken. Dat gold ook voor de parlementsverkiezingen. “Geen standaardmissie”, aldus Wijnen. Informatie kwam vaak laat binnen en dat vroeg veel van ontplooide eenheden. “Van iedereen werd creativiteit en oplossend vermogen gevraagd om mee te denken in de planning.” Dat gold mede voor de Medical Task Force, het genietaakteam en het National Support Element.

“Ik heb enorm respect voor het feit dat jullie er elke keer toch weer staan, vaak met meerdere rotaties binnen 4 jaar”, besloot Wijnen. “Jullie hebben bijgedragen aan veiligheid in landen waar mensen vaak niet veilig over straat kunnen. Voor veel van de landen waar jullie zijn geweest, geldt dat het nog lang kan duren totdat er weer stabiliteit, veiligheid en vrijheid is. Jullie hebben elk je steentje bijgedragen, aan de hoop op veiligheid.” Wijnen sprak namens de Commandant der Strijdkrachten.




Defensiesamenwerking met Amerika van groot belang

Hoe krijgt de Amerikaans-Nederlandse samenwerking dagelijks vorm? Staatssecretaris Barbara Visser en Plaatsvervangend Commandant der Strijdkrachten Martin Wijnen zagen het deze week met eigen ogen toen ze Nederlands Defensiepersoneel in de Verenigde Staten bezochten.
Om te bekijken hoe de samenwerking verloopt en waar deze verder kan worden geïntensiveerd, is een bezoek aan Washington, Fort Hood, Tuscon en Edwards gebracht. Zo werd in Washington met diverse Amerikaanse defensiefunctionarissen gesproken over nieuwe mogelijkheden die zich in de samenwerking aftekenen.

Nieuwe technieken
Op de Nederlandse ambassade sprak het 2-tal voornamelijk met de attaches en Defensiemedewerkers die materieel verwerven. De attaches kijken ook naar nieuwe technieken die ook voor de Nederlandse krijgsmacht bruikbaar zijn. Wijnen: “Het is niet meer een kwestie van wachten totdat wij nieuwe technieken aangereikt krijgen. We moeten zelf zien waar de technologie zit en daarop anticiperen. De krijgsmacht moet veel adaptiever worden.”




Staatssecretaris Visser: “De vraag is hoe. We moeten de komende jaren goed kijken naar wat we nodig hebben qua mensen, maar ook qua materieel. Er dient een goede basis te komen om snel en efficiënt te handelen. De voorbeelden in de VS laten zien dat dit kan door de samenwerking met het bedrijfsleven op te zoeken.”


Daarna bezocht de delegatie Fort Hood. Bij het Nederlandse 302 Squadron trainen eenheden van de luchtmobiele brigade het zogenoemde air assault optreden. Dat doen ze in Texas waar ze situaties in een groot oefengebied levensecht kunnen naspelen. Het gaat om een gebied van 265 kilometer bij 175 kilometer. Vliegers die het vak al beheersen oefenen hier jaarlijks voor operationele gereedheid.
Bij het 148 Fighter Squadron in Tucson vlogen Visser en Wijnen mee in een F-16 en hoorden ze over het belang van luchtoverwicht. Ook is er gesproken over de diverse missietypen en bijbehorende taken die het jachtvliegtuig moet kunnen uitvoeren. Edwards Air Force Base was de laatste halte. Hier zit het Nederlandse detachement dat deelneemt aan de operationele testfase van de F-35. Nederland heeft hier 2 toestellen staan.

stas-visser-f-16_noventas-by-mindef

Pionierswerk
Visser: “Belangrijk om van dichtbij te zien op welke plekken we onze militairen in de VS samen met de Amerikanen trainen en opleiden. Opvallend is hoe zeer de Amerikanen de inzet en kwaliteit van onze mensen waarderen. Maar belangrijker nog is het enthousiasme en passie van onze mensen in Fort Hood en Tuscon. In Edwards was het inspirerend om te zien hoeveel pionierswerk een kleine, maar zeer gemotiveerde club Nederlandse militairen doet. Bij het testen van en de transitie naar de F-35.”

Bron: Defensie