Waarom werd Vliegbasis Soesterberg niet de thuisbasis van mariniers? “Het zit bijna naast elkaar”

De mariniers moeten verhuizen naar Vlissingen, maar het Korps had makkelijk naar Vliegbasis Soesterberg kunnen verplaatsen. Dat zegt defensie-econoom Eric De Bakker. Hij vindt het gek dat het “nooit een optie is geweest”. Volgens De Bakker liepen de discussie van verhuizen uit Doorn en het vrijgeven van de vliegbasis vrijwel gelijktijdig.

Vliegbasis Soesterberg werd in 2008 gesloten en overgedragen aan de provincie Utrecht. In 2011 verschenen de eerste berichten dat de mariniers moesten verhuizen. De Bakker: “Maar de discussie over krapte in Doorn en verhuizen liep al toen ik in 2005 de dienst uitging.”




De grond van de vliegbasis was van het Rijk en werd gebruikt door de luchtmacht. Het had simpelweg van gebruiker kunnen wisselen: het Korps Mariniers. Dat was een simpele oplossing die minder geld zou kosten dan grond verwerven en een nieuwe kazerne bouwen in Zeeland. Maar dat gebeurde niet. De Provincie Utrecht nam het over en het Utrechts Landschap heeft er een natuurgebied van gemaakt.

Meerdere mariniers zeggen RTV Utrecht dat er weleens “bij de koffieautomaat” over gesproken is, maar er nooit concrete plannen op tafel lagen. Of dat zo is, is niet te checken. Het ministerie van Defensie zegt dat de vliegbasis geen optie is geweest. Een woordvoerder van de Provincie Utrecht bevestigt dat het “nooit aan de orde is geweest”. Van begin af aan was het duidelijk dat de vliegbasis natuur zou moeten worden.

MIDDEN VAN HET LAND
Toch vindt De Bakker het gek dat het nooit een optie is geweest. Defensie maakt namelijk regelmatig overzichten van welke gebouwen en spullen ze willen afstoten of aankopen. “Soesterberg en Doorn zitten bijna bij naast elkaar. Het blijft gek dat geen enkele militair er iets van heeft gezegd”, aldus de defensie-econoom. Vooral binnen het Korps. Mariniers zeggen al lange tijd dat ze graag in het midden van het land willen blijven. Oefenterreinen zijn goed hier en een antiterreureenheid moet centraal in het land zitten. Kamp Zeist noemden ze om die reden al een “droomlocatie”. De vliegbasis zou in die zin ook een optie zijn.

Maar waarom is het dan nooit geopperd? Volgens defensie-econoom De Bakker heeft dat waarschijnlijk een simpele reden. Op Vliegbasis Soesterberg werd onze luchtmacht groot. De eerste vlucht van het Nederlandse leger werd er in 1913 gemaakt: “Het is de bakermat van de luchtmacht. Een generaal heeft vast gezegd: over m’n lijk! Maar voor hetzelfde geld is het simpelweg over het hoofd gezien.”

DUUR
Zonde is het wel, vindt de Bakker. De plannen die nu gemaakt zijn kosten veel geld. In Vlissingen wordt een nieuwe marinierskazerne gebouwd op grond die de Provincie Zeeland geld kost. In totaal is er een budget van 200 miljoen euro. Maar iedereen gaat ervan uit dat de kazerne een stuk duurder wordt. Dat terwijl “veel zaken op Soesterberg door de mariniers weer gebruikt konden worden”. De defensie-econoom vindt het gek dat de Tweede Kamer er nooit vragen over heeft gesteld.

Naast natuur is op de vliegbasis nu een tak van de marechaussee gevestigd en de Nederlandse Bank bouwt er aan een depot. Defensie gaat hun materieel er ook opslaan in een nieuw te bouwen magazijn. Volgens De Bakker is er nog één manier om de Vliegbasis ook een plek van het Korps te maken: heroverwegen. “Dat kost natuurlijk geld. Je moet het Utrechts Landschap en Zeeland betalen. Maar het lijkt me in ieder geval zinnig om de rekenarij uit te voeren. Dat kan niet zo moeilijk zijn, lijkt me.”

Staatssecretaris Barbara Visser van Defensie heeft eerder al aangegeven dat stoppen met de verhuizing naar Zeeland zeker 37,5 miljoen euro kost. Hoeveel de verhuizing naar de vliegbasis extra zou kosten is niet bekend.

Voorlopig staat de verhuizing naar Zeeland op losse schroeven. De bouw van de nieuwe kazerne in Vlissingen is opnieuw vertraagd. Meer verhalen over de verhuizing van mariniers van Doorn naar Vlissingen vindt u in ons dossier.

Bron: RTV Utrecht / Defensie NIMH (foto illustratief)

Minister en mariniers doorsnijden Schotse hoogvlakte

Minister Ank Bijleveld-Schouten bezocht de afgelopen dagen de bergtraining van de 2nd Marine Combat Group in de Schotse bergen. Ze zag met eigen ogen en ondervond aan den lijve wat het is om onder zware omstandigheden te trainen.
Op dit moment oefenen ongeveer 300 mannen en vrouwen in de bergen. Nog eens 100 militairen zorgen voor de ondersteuning. Bijleveld noemde het indrukwekkend om te zien hoe de militairen samenwerken. “Het is niet gemakkelijk om onder deze extreme omstandigheden te overleven, laat staan te vechten.”, zei ze.




De minister liep mee met een groep mariniers die een zogenoemde ‘advance to contact’-oefening deden. Daarbij gaan mariniers voorwaarts tot er contact wordt gemaakt met de (oefen) vijand. De harde wind, de slagregen en het onherbergzame terrein vroegen het uiterste van de mariniers. “Het zijn zware omstandigheden waaronder de mariniers trainen, maar als je van de natuur en het buitenleven houdt, is het ook een uitzonderlijk mooie ervaring. Die prachtige vergezichten blijven mij althans nog lang bij.”

Gesprekken
Naast meekijken en –lopen ruimde Bijleveld veel tijd in voor gesprekken met de mariniers. Ze wilde niet alleen horen wat er goed gaat, maar ook wat er beter kan. Zaken als zorgen over het aantal vacatures, de arbeidsvoorwaarden en ook de kazerne in Vlissingen passeerden de revue. Ook het materieel stond op de gespreksagenda, want goed materieel draagt bij aan het moraal van de militairen. Bijleveld: ‘Ik vind het belangrijk om op de werkvloer met elkaar in gesprek te gaan. We moeten samen werken aan het verder op orde brengen van de krijgsmacht.’

Volgende week start de eindoefening en komt er een einde aan 5 weken bergtraining.

Bron: Defensie