Alsnog celstraf marechaussee in cokezaak Schiphol

Een voormalige wachtmeester van de Koninklijke Marechaussee heeft van het gerechtshof in Amsterdam voor zijn rol in een drugsbende alsnog vijftien maanden celstraf gekregen, waarvan zeven voorwaardelijk.
De rechtbank had hem eerder alleen een werkstraf en een voorwaardelijke celstraf opgelegd.




In tegenstelling tot de rechtbank vond het hof maandag dat de 38-jarige Ronald J. wel degelijk deel uitmaakte van de criminele organisatie, die vanuit de Dominicaanse Republiek cocaïne naar Nederland smokkelde, onder meer via Schiphol. Hij controleerde in de computersystemen van de dienst of beoogde koeriers er niet in voorkwamen en veilig konden in- en uitreizen.

Vakantie
De informatie speelde hij door aan zijn huisvriend Jeffrey B. (32), die voor zijn rol in de drugsbende zes jaar en vier maanden celstraf kreeg.
De ex-marechaussee bekende destijds al te hebben gelekt, maar te hebben gedacht dat het om onschuldige informatie ging. Zijn vriend zou als hij op vakantie ging bij hem hebben aangeklopt om te horen of de mensen met wie hij wegging zonder problemen door eventuele controles zouden komen.
De hoogste straf in de zaak was voor kopstuk Eduard V. (50). Hij kreeg acht jaar en vier maanden cel, iets hoger dan de acht jaar die de rechtbank eerder oplegde. Het hof vond negen jaar gepast, maar trok daar acht maanden vanaf omdat V. lang op zijn berechting moest wachten.

Oude straf
V. moet ook de resterende ruim 2,5 jaar van een oude straf uitzitten. Hij kwam in 2013 in Nederland onder voorwaarden vrij, nadat hij in Zwitserland wegens cocaïnesmokkel acht jaar cel aan zijn broek had gekregen.
Zijn nieuwe activiteiten kwamen al datzelfde jaar aan het licht tijdens een onderzoek naar zijn handel en wandel door de FIOD. Het onderzoek kreeg voorrang na signalen dat een marechaussee bij de zaak was betrokken.

Bron: AD / Defensie (foto illustratief)

Grote antiterrorisme-oefening in Harskamp

Het gaat er heftig aan toe op schietterrein de Harskamp waar zelfs een heel oefendorp is gebouwd. De oefening van politie en defensie is onderdeel van een grote gezamenlijke antiterrorisme-oefening. Er doen liefst 300 man politie en 300 man defensie doen mee.
Het scenario is gebaseerd op een aanslag en de gevolgen daarvan. Er wordt serieus geoefend, waarbij de oefeningen net iets moeilijker zijn dan wat er in het echt kan gebeuren, aldus defensie. En er wordt op zo realistisch mogelijk nagebootste plekken geoefend.
De focus van de oefening ligt niet alleen op de inzet door zogenoemde ‘first responders’ (hulpdiensten), maar juist ook op het bijbehorende landelijke opsporingsonderzoek naar de daders. Naast defensie en politie oefenen ook de Veiligheidsregio en het Openbaar Ministerie mee.




Wordt ons land veiliger?
De oefening in Harskamp is al de hele week gaande. Tegelijkertijd vind donderdagavond op verschillende plekken in het land de grootste antiterrorisme-oefening ooit plaats. Zeven eenheden van de politie, waaronder die van Oost-Nederland, werken samen met de marechaussee, de veiligheidsregio’s en het Openbaar Ministerie.
De Gelderse oefening wordt vaker gehouden. Maar wordt Nederland door deze anti-terrorisme oefening nou echt veiliger? ‘Dat durf ik niet te zeggen,’ zegt Hans van den Brink van de Luchtmobiele Brigade. ‘Maar het betekent wel dat wij er beter op voorbereid zijn voor het geval het mocht plaats vinden. We hopen uiteraard dat het nooit zal gebeuren.’

De politie hield gisteren de grootste antiterrorisme-oefening in Nederland ooit. 2000 mensen doen mee aan de training, die vanmiddag in Bilthoven begon met een gefingeerde aanslag op een asielzoekerscentrum. Uit het ‘azc’ klinkt even na drieën een reeks schoten, daarna volgt hulpgeroep en gekerm. Twee mannen in bivakmutsen scheuren er in auto’s vandoor.
Als de eerste agenten zijn gearriveerd, bonzen slachtoffers op de ruiten van het gebouw. “Kom ons halen, doe dan wat!” schreeuwen ze. Buiten vraagt een agent in zijn portofoon om meer informatie over de vluchtauto’s.

Waar het bij eerdere oefeningen vooral ging om de inzet van hulpdiensten, draait het vandaag om iets heel anders: het vinden van de gevluchte terroristen. Het is voor het eerst dat ook uitgebreid geoefend wordt met de opsporing van de verdachten.

Zo’n 2000 mensen deden mee met deze grootschalige antiterrorisme-oefening. Naast marechaussees, agenten en ambulancepersoneel speelden acteurs de gewonden:

Aanslagen in Europa van de afgelopen jaren laten volgens de politie zien dat het essentieel is om zo snel mogelijk de daders te vinden, om te voorkomen dat ze nieuwe aanslagen plegen. “Eerst komen hulpverleners ter plaatse en de agenten die het geweld stoppen, daarna is het van levensbelang om zo gauw mogelijk de identiteit van de daders te achterhalen”, zegt Nicole Bogers, contraterrorisme-expert bij de politie.

Voor die laatste taak beschikken de opsporingsdiensten inmiddels over speciale forensische teams. Die hebben maar één doel: onmiddellijk sporen en informatie over de daders verzamelen op de aanslagplek. Zelfs als daar nog slachtoffers liggen. “Denk bijvoorbeeld aan het zoeken naar gegevensdragers of een identiteitsbewijs”, zegt Bogers. “Zulke sporen kunnen gebruikt worden om een vervolgaanslag te voorkomen.”

Race tegen de klok
Ook in Bilthoven komen de specialisten in actie. Drie kwartier na de ‘aanslag’ gaat het Quick Identification Team het pand binnen, een groepje mannen en vrouwen met zwarte helmen die het gebouw uitkammen terwijl de slachtoffers door zwaarbewapende agenten worden geëvacueerd.

Tijdens deze race tegen de klok moeten de leden van het Quick Identification Team niet alleen bruikbare sporen verzamelen, maar de informatie ook zo snel mogelijk delen met hun politiecollega’s elders in het land en met andere opsporingsdiensten.

De oefening blijft namelijk niet beperkt tot Bilthoven, maar strekt zich uit over een groot deel van Nederland. Zo crasht ruim een uur na het incident in Rotterdam een auto, waarin mannen zitten die bij hetzelfde netwerk horen als de aanslagplegers. Ook hier gaan de forensische specialisten meteen aan de slag.

Uiteindelijk moet de informatie van een groot aantal ‘plaatsen delict’ vandaag bij elkaar gebracht worden om achter de identiteit van de voortvluchtige aanslagplegers te komen. Daarna moeten anti-terreureenheden hen nog op zien te pakken, ergens in Nederland. “De oefening is geslaagd als die puzzel helemaal wordt opgelost”, zegt Nicole Bogers. Daarvoor heeft de politie nog tot 23.00 uur de tijd.

Bron: Omroep Gelderland / NOS / Defensie (foto illustratief)