Luchtmacht bereidt zich voor op inzet in Mali

2 C-130 Hercules transportvliegtuigen vliegen van vandaag tot en met 25 april laag boven het noorden, zuiden en midden van Nederland. Dat is nodig om het droppen van parachutisten en ladingen te trainen. Met deze oefeningen bereidt de luchtmacht zich voor op een inzet in Mali, later dit jaar.

Vanwege COVID-19 is het nog steeds niet of slechts beperkt mogelijk in het buitenland te oefenen. Noodzakelijke voorbereidingen, zoals voor de missie in Mali, spelen zich daarom ook in en boven Nederland af. Dit gebeurt onder de noemer ‘Orange Bull’. Deze oefening wordt voor een deel ook in het luchtruim boven België en Duitsland gehouden.

Een Hercules dropt vandaag parachutisten in de omgeving van Rotterdam. Dat gebeurt tijdens de anti-terrorisme oefening ‘Port Defender’, die tot 14 april duurt. Hierbij werken de Koninklijke Marine, DSI, de Kustwacht en het Defensie Helikopter Commando nauw samen. Bij ‘Port Defender’ zijn vliegtuigen, helikopters en grondeenheden betrokken. Naast Rotterdam wordt er ook geoefend boven de monding van de nieuwe Waterweg, de Maasvlakte en de Noordzee. De bedoeling is geïntegreerd te opereren zodat de eenheden als een geoliede machine op elkaar zijn ingespeeld mocht het erop aankomen.

Jachtvliegtuigen
Een andere oefening, vanaf vandaag tot en met 22 april, is Deviant Dragon. Ongeveer 50 gevechtsvliegtuigen van België, Denemarken, Duitsland, Nederland en de Verenigde Staten (vanuit Engeland) trainen grootschalige luchtgevechten. Van maandag tot en met donderdag vliegen grote formaties één (middag)wave per dag. De toestellen komen vanaf hun eigen basis. Ze trainen gezamenlijk boven de Noordzee en het oefengebied boven het noorden van Nederland. Dergelijke trainingen zijn belangrijk om in coalitieverband te opereren, zoals eerder gebeurde bij het bestrijden van ISIS-doelen in Irak en Syrië.

De luchtmacht vliegt vrijwel dagelijks om bemanningen en squadrons inzetbaar te houden. Hierbij kan ook intensief worden geoefend met eenheden van bijvoorbeeld de marine of de landmacht.

Naar Buiten 2021Naar Buiten 2021

Militairen naar Noord-Irak en Mali

100 tot 150 militairen gaan in Noord-Irak de internationale luchthaven van Erbil beveiligen. In Mali zal een C-130-transportvliegtuig met bemanning en ondersteunend personeel de Minusma-missie versterken. Dat heeft de ministerraad vandaag besloten.

Na trainingen aan Koerdische strijdkrachten, schakelt de anti-ISIS-coalitie over op het adviseren van regionale militaire autoriteiten. Die taak staat vanaf volgend jaar onder Nederlandse leiding. Het is de bedoeling dat Irak terreurorganisatie ISIS op termijn zelf bestrijdt.

De coalitie opereert voor een belangrijk deel vanaf Erbil. De Nederlandse force protection beschermt daar samen met de Verenigde Staten personeel en materieel. De 1e militairen vertrekken naar verwachting begin januari.

Minister Ank Bijleveld-Schouten: “ISIS vormt nog altijd een bron van instabiliteit aan de randen van Europa. Na het verlies van het kalifaat in maart 2019 ging de terreurorganisatie in Irak en Syrië over tot een ondergrondse guerrillastrijd. ISIS pleegt maandelijks tientallen aanslagen tegen de Iraakse overheid, veiligheidstroepen en bevolking.”

Mali
De nieuwe bijdrage in Mali sluit aan op de bestaande Nederlandse inzet in het West-Afrikaanse land en in de Sahel. Daar verslechtert de veiligheids- en humanitaire situatie. Met deze schaarse transportcapaciteit ondersteunt Nederland de missie op logistiek gebied.

De inzet van het C-130-transportvliegtuig gebeurt in rotatieverband met Noorwegen, Denemarken en Portugal. Naar verwachting levert Nederland het toestel vanaf november 2021 voor een periode van 6 maanden. Bemanning en ondersteunend personeel bestaat naar schatting uit 70 tot 130 militairen.

Black Friday 2020Black Friday 2020