Kan onze Defensie een grootschalig conflict wel aan?

Dodenherdenking en bevrijding. Oorlog en vrede. Vrijheid! Maar wat als er wéér oorlog uitbreekt? De dreiging van de Russen neemt toe. De vrijheid ligt opnieuw onder vuur. Is onze Defensie klaar voor een grootschalig gewapend conflict?

Nee, een oorlog tussen de NAVO en Rusland lijkt niet waarschijnlijk. De spanning tussen beide machtsblokken loopt op, maar schermutselingen blijven vooralsnog beperkt tot retoriek.

Toch is de wereld de afgelopen vijf, tien jaar onveiliger, onvoorspelbaarder en complexer geworden. De militaire inlichtingendienst MIVD noemde dinsdag het optreden van Rusland en China „zorgwekkend.” Ook Iran, Syrië, Pakistan en Noord-Korea roeren zich.




De NAVO –29 lidstaten, waaronder Nederland– waakt al 70 jaar over vrede in Europa met als belangrijkste doctrine artikel 5: een aanval op één is een aanval op allen. De Europese bondgenoten hebben na het einde van de Koude Oorlog –met het verdwijnen van de Russische dreiging– fors bezuinigd op defensie. Nederland heeft twintig jaar lang de krijgsmacht voor meer dan een miljard euro kaalgeplukt.

De NAVO beschikt nog over een overwicht aan tanks en artillerie. Toch is die situatie niet alleen maar geruststellend. Want de Russische dreiging met kernwapens neemt daardoor juist toe. De vraag is of Nederland –in NAVO-verband– nog een geloofwaardige vuist kan maken.

Er gloort licht aan de horizon. Het kabinet trekt in het regeerakkoord 1,5 miljard euro extra uit voor het leger. Binnenkort volgt via de Voorjaarsnota nog eens 160 miljoen euro per jaar en 400 miljoen eenmalig. Maar is dat voldoende?

Drie defensiedeskundigen inspecteren de Nederlandse troepen. Hun bevindingen zijn ontluisterend. „Nederland kan een oorlog niet winnen.”

Landmacht mist vuurkracht
De krijgsmacht zucht nog vele jaren onder de gevolgen van zware bezuinigingen. Mocht er een ‘ouderwetse’ oorlog –van staal op staal– met Rusland uitbreken, dan is een goede afloop allerminst zeker. „De landmacht mist vuurkracht.”

Generaal b.d. Mart de De Kruif kent de Koninklijke Landmacht als geen ander. Vijf jaar (2011-2016) was de driesterrengeneraal de hoogste baas van de landmacht. Vanaf eind 2008 gaf hij een jaar lang leiding aan 45.000 ISAF-manschappen in de strijd tegen de Taliban in Zuid-Afghanistan.

Hoe staat de landmacht ervoor?

„De landmacht bevindt zich na vele jaren van krimp in een overgangsfase naar wederopbouw. Het stilzetten van een leger is een koud kunstje. Het weer opbouwen kost vele jaren. Ik waarschuw maar vast: deze klus is niet binnen drie, vier jaar geklaard.”

Hoe groot is de impact van de bezuinigingen?

„De landmacht telde ooit meer dan 1000 tanks en 10 brigades van elk 3000 à 4000 man, om maar eens wat te noemen. Daar is weinig meer van over. Tanks en veel artillerie zijn verdwenen. We kunnen een oorlog een week volhouden. Buffers van munitie, reserve-onderdelen en voertuigen zijn er niet meer.”

Wat doet dat met een generaal?

„Ik heb grote moeite gehad met de ad-hocbezuinigingen. Militair-zijn is een professie. De politiek kan besluiten tot bezuinigingen, maar militairen moeten bepalen op welke manier. De politiek is op onze stoel gaan zitten. Heel vreemd. Een operatie laat je toch ook over aan een chirurg?”

Hebt u aan de bel getrokken?

„De politiek heeft in 2013 bijvoorbeeld besloten 440 miljoen euro te bezuinigen, waarvan 40 miljoen op de landmacht. De Johan Willem Frisokazerne in Assen zou moeten sluiten. Ik kon deze stap niet verantwoorden. Want het was míjn verantwoordelijkheid én ik miste visie op de krijgsmacht.

Daarom heb ik belet gevraagd bij de minister en gezegd: Als dit doorgaat, stop ik. Een ongebruikelijke stap, maar ik kon niet anders. Van Tom Middendorp, destijds commandant der strijdkrachten, en toenmalig defensieminister Hennis, kreeg ik steun. Dat getuigt van moed van hen. Ik mocht die 40 miljoen zelf invullen.”

Nederland schafte z’n tanks af. Pijnlijk?

„De Russen investeerden in tanks, wij schaften ze af. Een heel rare gewaarwording. Een taak van de krijgsmacht is geweld te gebruiken als ergens ter wereld Nederlandse belangen worden geschaad. Afschaffing van de tanks stond voor mij haaks op die rol van het leger. Een krijgsmacht kan alleen geloofwaardig optreden door een vuist te maken. Je kunt moeilijk boksen zonder vuist.”

Hoe ingrijpend was afschaffing van de tank?

„Ingrijpend. Nederland ziet geweld als uiterste redmiddel, maar voor Poetin staan economisch, politiek én militair ingrijpen op dezelfde hoogte. Het Westen kan daarom geen keus maken tussen conventioneel of cyberwar, maar zal sterk moeten zijn te land, ter zee, in de lucht en in de ruimte. Want Poetin pakt ons waar we zwak zijn.

Het Duits-Nederlandse tankbataljon met 44 Leopards maakt het gemis een beetje goed. Dergelijke vormen van Europese samenwerking zijn nodig. Kleine landen kunnen niet meer in hun eentje over grote eenheden beschikken.”

Kan de landmacht nog een beetje z’n tanden laten zien?

„Als het moet, stáán we er. Dat is de discrepantie. Na het neerstorten van vlucht MH17 in Oekraïne blaast Nederland op de fluit en staan de manschappen klaar om eventueel in te grijpen. Dát is militaire professie. Maar daadwerkelijk ingrijpen vereist goede spullen en goede mensen. Personeel moet daarom veel meer aandacht krijgen. De kracht van de landmacht bestaat uit de mensen. Betere vind je niet.”

Lukt een Uruzganmissie nog?

„Voor eventjes misschien. Een paar keer eenheden elkaar laten afwisselen, meer niet.”

Mali?

„We hebben voor Mali in alle hoeken en gaten militairen moeten zoeken. Alle marges zijn weg. Toch ben ik blij met deze inlichtingenmissie, die woensdag overigens is beëindigd. De uitzending is goed geweest voor het leiderschap én voor de onderlinge samenwerking tussen landmacht, luchtmacht, marine en marechaussee.”

Hoe nu verder met de krijgsmacht?

„Het zou goed zijn objectief onderzoek te doen naar de bezuinigingen. Waar is de evaluatie van twintig jaar inkrimpen? Wat is er gebeurd? Politiek, militair? Niet om schuldigen aan te wijzen. Maar gewoon om lessen te leren en visie te ontwikkelen voor de langere termijn, dáár gaat het mij om. Het kan beter. Hoe voorkomen we dat we tanks wegdoen en weer moeten terughalen?”

Wat is de grootste zorg rond de Russische dreiging?

„Rusland investeert veel in conventionele artillerie, tanks en drones. De nieuwe generatie Russische tanks, de Armata, vormt een grote dreiging, hoewel de vraag is of deze echt kunnen wat de Russen zeggen.

Grote zorg baart mij het verschil in vuurkracht met de Russen. Nederland komt veel vuurkracht tekort. Van tanks, van zware artillerie met precisiegranaten. Bovendien laat de snelheid van troepenverplaatsingen te wensen over. In de Koude Oorlog stonden we binnen 24 uur bij het IJzeren Gordijn. Dat lukt nu amper. Mis je vuurkracht en snelheid, dan verlies je geloofwaardigheid.”

Kan de landmacht een grondoorlog nog winnen?

„Als alle spullen het zouden doen, als we vuurkracht zouden hebben én als de tanks volledig operationeel zouden zijn, dan kunnen we heel ver komen. Maar op dit moment is het heel moeilijk.”

Luchtmacht met moeite van de grond

De luchtmacht moet veel moeite doen een missie met F-16’s langere tijd vol te houden. Ook al kan Nederland –mét de NAVO– een luchtoorlog van de Russen winnen, toch is dat niet iets om vrolijk van te worden. Kernwapengekletter dreigt.

De Koninklijke Luchtmacht draagt zijn steentje bij aan vrede en veiligheid. Met hangen en wurgen, dat wel. Oud-luchtmachtkolonel Peter Wijninga, verbonden aan het Haagse Centrum voor Strategische Studies (HCSS) in Den Haag, kent de luchtmacht van binnenuit. Wijninga heeft Air Power Strategy gestudeerd aan de USAF Air University in de VS.

Hoe heftig zijn de jarenlange bezuinigingen op de luchtmacht?

„Behoorlijk heftig. De luchtmacht heeft zware klappen opgelopen. De luchtmacht heeft ooit 213 F-16’s aangeschaft, nu zijn dat er nog 61. Een verschrikkelijke achteruitgang, niet voor te stellen.

In de Kosovo-oorlog in 1999 kon de luchtmacht zonder problemen langdurig twintig jachttoestellen inzetten. Nu kost het veel moeite om met vier F-16’s een missie tegen IS in Jordanië een jaartje vol te houden.”

Wat doet dat met de luchtmacht?

„Door deze moeilijke periode heeft het luchtmachtpersoneel zich jaren afgevraagd: Waar dóén we het nog voor? Het imago van de krijgsmacht, dat veel weg had van een dood paard, heeft zwaar geleden onder de bezuinigingen. Militairen hadden het vertrouwen in de politiek verloren. Het huidige gedoe rond een nieuwe cao voor militairen maakt niet alleen personeelswerving moeilijk, maar schept ook weinig vertrouwen. Herstel daarvan kost veel tijd.”

Kan de luchtmacht nog een vuist maken?

„De F-16 is het krachtigste wapen van de krijgsmacht, samen met de onderzeeboten, nu de tanks en veel artillerie zijn verdwenen. Als de Russen zouden binnenvallen, dan zet de luchtmacht alles op alles om materieel in de lucht te krijgen. Maar dat lukt met het huidige beperkte materieel niet voor lang. Zorgelijk.

De F-16’s, en straks de F-35’s, kunnen zeker een vuist maken. Ze hebben een taak in de strategische afschrikking van de NAVO met kernwapens. Heel wezenlijk.”

De luchtmacht krijgt nu extra geld.

„Er gloort licht aan het eind van de tunnel, de luchtmacht krabbelt op uit het dal. De Vliegbasis Leeuwarden krijgt dit jaar de eerste F-35’s en de MQ-9 Reaper-drones, terwijl de Cougarheli een update krijgt voor inzet met special forces. De Chinookvloot wordt deels vervangen en de Apache gemoderniseerd. Verder lanceert de luchtmacht een nanosatelliet voor observatie uit de ruimte. Die ontwikkelingen geven een nieuwe impuls. Tegelijk moet je wel mensen hebben, om die wapensystemen te bedienen. Het personeelstekort is groot.”

Hoe belangrijk is het aantreden van de F-35?

„Erg belangrijk. De luchtmacht treedt een nieuw tijdperk binnen. Met de F-35 kan de luchtmacht een fikse klap uitdelen, in situaties waarin de F-16 niet kan overleven. De F-35 is dankzij z’n stealth-eigenschappen minder zichtbaar op vijandelijke radar dan een F-16. Op radarbeelden ziet de F-35 er als het ware uit als een kaarsje, een F-16 als een helder verlichte kerstboom.”

„Lastig te voorspellen, dat is een technologische wedloop. Radar verbetert, stealth verbetert ook.”

Wat zijn de Russische dreigingen voor de luchtmacht?

„De Russen beschikken met de S-300 en de S-400 over geavanceerde luchtafweersystemen. Daarmee schieten ze elke F-16 uit de lucht. Deze veroudere toestellen maken geen schijn van kans. De NAVO en Nederland zijn nu bij eventuele operaties tegen de S-300 of S-400 nog te veel aangewezen op de Amerikanen.

Verder is de verbeterde MIG-29 nog altijd een geducht Russisch luchtwapen, evenals de nieuwere SU-31 en SU-35. De aantallen darvan zijn echter beperkt.”

Hoe ernstig is de Russische dreiging?

„In de Koude Oorlog hadden de Russen een overwicht aan conventionele wapens. Tanks, vliegtuigen, schepen. De NAVO bevond zich daarbij in een situatie waarin het nodig zou kunnen zijn als eerste kernwapens tegen deze overmacht in te zetten.

De situatie is nu omgekeerd. De NAVO heeft een conventioneel overwicht. Maar dat is niet per se iets om vrolijk van te worden. Poetin heeft al eens gedreigd als eerste kernwapens in te zetten tegen het Westen, wetend dat hij conventioneel zwakker is. Dát is gevaarlijk.

De Russen stationeren Iskanderraketten in Kaliningrad, de Russische enclave tussen Polen en Litouwen. Deze raketten met een bereik van 500 kilometer kunnen worden uitgerust met kernkoppen die veel Europese hoofdsteden kunnen bereiken.”

Is de NAVO nog afschrikwekkend genoeg?

„De afschrikking heeft ernstig geleden onder bezuinigingen. Afschrikking staat of valt met geloofwaardigheid. Rusland maakt van z’n zwakte een deugd en hanteert daarom een nieuwe doctrine. Moskou probeert met hybride oorlogen, cyberwar en desinformatie verdeeldheid te creëren in Europa.”

Kan de luchtmacht een luchtoorlog nog winnen?

„Ik denk het wel. De NAVO is in staat luchtoverwicht te creëren. De luchtmacht kan met 37 F-35’s zeker geen langdurige operaties volhouden. Daarom is het van groot belang dat er vijftien F-35’s bij komen. Niet alleen voor nationale en internationale taken, maar ook voor NAVO-taken. Baltic Air Policing bijvoorbeeld, het bewaken van de Baltische staten.”

Marine kan slecht van zich afslaan

De Koninklijke Marine staat voor een decennium van zwakte. Als er nu een oorlog uitbreekt, komt die voor de zeestrijdkrachten op „het allerslechtste” moment. Veel marineschepen naderen het einde van hun levensduur, nieuwe oorlogsbodems stromen nog niet in.

De marine is zo ongeveer op de halve wereld actief om de Nederlandse belangen te beschermen. Tegen de Russen, tegen piraten, tegen drugssmokkelaars. Marine-expert Jaime Karremann volgt de zeestrijdkrachten op de voet. Zijn site marineschepen.nl staat te boek als gezaghebbend op militair-maritiem gebied. Karreman is auteur van ”In het diepste geheim” (2017) en ”Orka” (2018) over de wereld van de marine.

Hoe staat de marine ervoor?

„De marine is totaal gedecimeerd. Ooit beschikte de marine over 24 fregatten, een handvol onderzeeboten, tientallen vliegtuigen en een vliegdekschip. De slagkracht van de vloot bestaat door enorme bezuinigingen nu nog uit zes fregatten, vier onderzeeboten en zes mijnenjagers. Minder dan een derde!

Veel marineschepen naderen het eind van hun levensduur. Eén mijnenjager, de Makkum, dateert uit 1985. Een oldtimer. Niemand gebruikt nog een telefoon uit 1985, toch?”

„Het personeel is ongeduldig. Defensie krijgt nu meer geld, maar zij zien er nog weinig van. Defensieminister Ank Bijleveld krijgt daarom een vier als rapportcijfer van militairen. De uitstroom is hoog met een aantrekkende economie.”

Een somber beeld?

„Ja, heel somber. De marine voelt nog decennia de bezuinigingen die sinds de jaren 90 zijn doorgevoerd. Nederland beschikte in de jaren 80, 90 over een complete marinevloot én marine-industrie. Wij konden alles zelf. Marineschepen ontwerpen, bouwen, onderhouden en inzetten. Er is enorm veel kennis verloren gegaan. Zoek je een bepaalde marine-expert, dan kun je er hooguit nog één of twee vinden, terwijl er vroeger hele afdelingen op hun deelgebied actief waren.”

Wat betekent dat voor de slagkracht van de marine?

„Voor de marine breekt een decennium van zwakte aan. Als er nu een oorlog uitbreekt, komt die voor de marine op het allerslechtste moment.”

De marine moderniseert toch ook?

„Inderdaad, er zijn ook lichtpuntjes. De marine moderniseert de vier luchtverdedigings- en commandofregatten, de vier onderzeeboten en de twee amfibische transportschepen, terwijl op korte termijn nieuwe wapens worden aangeschaft.

Tegelijkertijd is de marine nog erg goed op een aantal deelterreinen. Bijvoorbeeld de verdediging tegen ballistische raketten, de bestrijding van onderzeeboten, de ruiming van mijnen en het leiden en uitvoeren van amfibische operaties.

Verder krijgt Nederland twee nieuwe fregatten, een nieuwe tanker en vier nieuwe onderzeeboten. Maar die zijn niet direct inzetbaar en het is puur vervanging, géén uitbreiding. Wil Nederland zijn vitale handelsbelangen in de wereld blijven veiligstellen, dan is uitbreiding van de vloot noodzakelijk. Zeker gezien de toenemende dreiging in de wereld.”

De Russen zijn erg actief. Wat zijn de grootste bedreigingen?

„Een bedreiging vormen de Russische supersone en hypersone wapens, die vijf keer sneller dan het geluid gaan. De NAVO kan daar niets tegenover stellen. De Amerikanen, Fransen en Britten ontwikkelen hypersone wapens, maar daarmee zijn ze voorlopig nog niet aan boord van marineschepen.

Verder beschikken de Russen sinds kort over zeecontainers met raketlanceerinstallaties voor op vrachtschepen.”

Hoe zorgelijk is de situatie?

„De Russische marine kan van zich af slaan met offensieve wapens. Als de Russen een NAVO-vloot aanvallen met honderd raketten, heeft de NAVO er de handen vol aan om die weg te koppen. In een oorlogssituatie wil je slagkracht hebben om ook de afzender van die raketten aan te pakken.

De Nederlandse marine is te veel gericht op verdediging. De fregatten beschikken over defensieve wapens: de SM-2-luchtverdedigingsraketten voor de middellange afstand, de ESSM-luchtdoelraketten en het Goalkeeper-snelvuurkanon voor de korte afstand.

Een fregat kan alleen van zich afslaan met Harpoons die laag over het water vliegend vijandelijke schepen moeten uitschakelen. Maar deze antischeepsraketten dateren uit de jaren 70. Het kanon aan boord, een tweedehandsje, is vijftig jaar oud.”

Het is toch niet onlogisch dat Nederland en de NAVO defensief zijn ingesteld?

„Nee. Maar de doctrines stammen uit de tijd van de Koude Oorlog, waarbij de marine Amerikaanse konvooien tussen de VS en Europa op de Atlantische Oceaan moest beschermen. De vraag is wat de marine daarmee kan bij een conflict op bijvoorbeeld de Middellandse Zee. Of bij een bezetting van de Caraïbische eilanden. Dan moet de marine ook wapens hebben om terug te slaan. Het wapenarsenaal voor aanval en verdediging is uit balans.”

Wint de NAVO een zeeslag van Rusland?

„Ja, de NAVO kan op papier een zeeoorlog vrij gemakkelijk winnen. Maar alleen omdat het bondgenootschap sterk leunt op Amerikaanse vliegdekschepen en nucleaire onderzeeboten. Rusland en China zullen het daarom ook nog niet op zo’n krachtmeting laten aankomen. Rusland is sterk in het voeren van vage, diffuse oorlogen met onduidelijke strijdgroepen, zoals in Oekraïne. En China breidt z’n marine snel uit.

Komt de marine nu niet met een antwoord op deze nieuwe uitdagingen, dan dreigt over tien jaar een tweede decennium van zwakte.”

Bron: reformatorisch dagblad / Defensie (foto’s illustratief)

’Onze landmacht is een zieke oude man’

1 op 4 functies is niet ingevuld
De weg naar herstel is voor de Koninklijke Landmacht nog lang. Ondanks de 1,5 miljard euro extra die dit kabinet na jaren bezuinigingen uittrok, bestaan er enorme personeelstekorten. Uit interne overzichten van defensie blijkt dat bijna één op de vier functies niet is ingevuld.




De Gezamenlijke Officierenverenigingen (GOV) noemen de landmacht ’een zieke oude man’. Alleen met nog veel meer extra miljoenen voor tanks, artilleriekanonnen en luchtverdedigingsraketten zal het krijgsmachtdeel volgens de organisatie aan de NAVO-normen voldoen. De Telegraaf zet de stand van zaken binnen de krijgsmacht deze maand op een rij.
Commandant Landstrijdkrachten Leo Beulen vindt dat het inmiddels de goede kant op gaat, maar waarschuwt dat het op krachten komen tijd kost. „Lang was ons credo dat we wel personeel, maar geen geld hadden. Nu is het geld er, maar hebben we moeite personeel te krijgen.”

Het is een grapje dat onder hoge landmachtofficieren gaat. „We waren lang een leger zonder spullen, maar als we niet oppassen, worden we spullen zonder leger.” Zoals in veel gevallen van galgenhumor zit er een stevige kern van waarheid in. Van de bijna 18.300 functies bij de landmacht zijn er volgens defensie 2400 vacant. Naast het vullen van deze gaten moeten de wervers de komende jaren nog eens 1800 mensen vinden voor nieuwe functies.

Machteloos
Personeelstekort en materiële gebreken maken de landmacht feitelijk machteloos, zo blijkt uit interne overzichten van defensie en een aanvullende analyse die de Gezamenlijke Officierenverenigingen (GOV) op verzoek van De Telegraaf onder leden uitvoerde. De conclusies zijn schokkend. Van de drie brigades die onze landmacht vormen, is er niet eentje volledig gevuld, opgeleid, getraind en daarmee klaar om de in de Grondwet vastgelegde eerste hoofdtaak te vervullen: het verdedigen van ons grondgebied en dat van onze bondgenoten binnen de NAVO.

Vanwege de arbeidsvoorwaarden en het ontbreken van de juiste uitrusting en oefenmogelijkheden is personeel volgens duovoorzitter Ruud Vermeulen van de GOV massaal gedemotiveerd weggelopen. „Daardoor beschikken de bataljons waaruit de brigades zijn opgebouwd nog maar over vijftig procent van het noodzakelijke aantal getrainde manschappen”, zegt de brigadegeneraal b.d. Van de zeven manoeuvrebataljons is er met moeite één operationeel gereed, wat wil zeggen: direct inzetbaar.
„De Koninklijke Landmacht staat er slechter voor dan welke andere sector of bedrijfstak dan ook”, is de conclusie van Vermeulen. „De vraag is of de mooie woorden uit de defensienota om personeel centraal te zetten, worden omgezet in daden. Alleen dan heb je perspectief.”

Ook qua materieel staat de landmacht er slecht voor, ondanks de eerste financiële reparaties onder het vorige kabinet. Dat is vooral duidelijk terug te zien in het voertuigpark. Zonder gepantserde troepentransporters en gevechtsvoertuigen zijn eenheden letterlijk nergens. Uit de laatste gereedheidsrapportage die aan de Tweede Kamer werd gestuurd, blijkt dat 35 tot 50 procent van de CV90-gevechtsvoertuigen, het Fennek-verkenningsvoertuig en de Boxer-manschappentransporters kapot in de werkplaats staan.
Ook van de schaarse onbemande Raven-vliegtuigjes, die nodig zijn om informatie over vijanden en hun posities te vergaren, en de zware pantserhouwitser-kanonnen is op zijn best maar twee derde beschikbaar. Dat is ver onder de gereedheidsnorm. En dan gaat het nog om gevechtseenheden die door de defensieleiding tijdens de bezuinigingen zoveel mogelijk werden ontzien.

Het beeld bij de ondersteunende onderdelen, zoals de geneeskundige troepen, inlichtingen en genie, is nog beroerder. Van de drie luchtmobiele geniepelotons was er in 2016 niet één direct inzetbaar. Ook hier zijn onderbemanning en materieelgebrek de boosdoeners. Bovendien treffen de problemen niet alleen de landmacht. De Koninklijke Landmacht levert ook de gevechtsondersteuning van de twee mariniersbataljons en het Helikopter Commando, waardoor ook hun inzetgereedheid wordt aangetast.

Meer nodig
De slotconclusie van de officieren is even hard als nuchter.

„Na de bezuinigingen is de Koninklijke Landmacht een zieke oude man”, stelt generaal-majoor b.d. Harm de Jonge. Hij is voorzitter van de denktank Defensiebeleid & Krijgsmacht van de GOV. De defensienota van minister Bijleveld ziet hij als een eerste stap richting genezing. Om van de patiënt een gezonde krijger te maken die zich kan meten met zichzelf versterkende grootmachten als Rusland, is volgens hem een stuk meer nodig.
„Vanaf 2020 is veel meer budget nodig. Wij moeten ons goed realiseren dat de landmacht ná deze defensienota en in lijn met de NATO Defence Planning Capability Review nog een forse uitbreiding met wapensystemen en logistieke eenheden nodig heeft. De brigades moeten weer worden uitgerust met tanks, artilleriekanonnen, luchtverdedigingsraketten, logistieke bevoorraders, sensoren en elektronische afweercapaciteit”, aldus De Jonge.
„Dat gaat dus zitten in het pakket maatregelen dat Bijleveld heeft aangekondigd met de herijking defensienota 2020. Als die stappen dan niet genomen worden, blijft de slagkracht ver onder de NAVO-maat en totaal irrelevant voor onze bondgenoten. Wij blijven dan de, enigszins opgekrabbelde, maar toch erg verzwakte patiënt.”

Reactie Landmacht

Commandant: personeel eerste prioriteit
Commandant Landstrijdkrachten Leo Beulen is de eerste om toe te geven dat zijn krijgsmachtsdeel nog heel veel moet doen om op orde te komen. Maar bij de generaal is het glas half vol. Hij ziet de munitiedepots weer vol raken en de planken met reservedelen weer gevuld.
Met de gedachte aan eeuwige vrede in Europa verschoof na de val van de Berlijnse muur de krijgsmacht zijn aandacht van de verdediging van het eigen en bondgenootschappelijke grondgebied naar het bevorderen van de internationale rechtsorde. Tegelijkertijd ging het mes in de defensiebegroting.
„We zijn gaan snijden in de ondersteuning, in logistiek, artillerie, genie. Was dat handig? Nee. Wanneer je tijdens een buitenlandse missie opereert vanuit je eigen kamp was het minder een probleem. Je weet waar de bad guy zit, en of je hem over twee of over drie dagen pakt, dat maakt niet zo veel uit.”
„Bij grootschalige verdediging van je grondgebied heb je de tijd niet aan jezelf. Probeer maar eens een gevecht te winnen wanneer de brandstof en munitie niet op tijd op de goede plek zijn en zonder genie en artillerie om de weg vrij te maken. Daarom investeren we nu als eerste in het herstellen van die ondersteunende onderdelen.”

Omschakeling
Het op orde hebben van de hele keten van de man die de kogels bestelt, tot de soldaat die ze verschiet, is extra van belang omdat het Nederlandse leger weer klaar moet zijn om een grote aanval uit het Oosten te kunnen afslaan. Dat is een omschakeling die de hele krijgsmacht maakt. „We gaan ons meer richten op de eerste hoofdtaak: het verdedigen van het eigen grondgebied. We gaan weer vechten met brigades.”
Beulen wil vaart maken bij de aanschaf van nieuw materieel. In de defensienota is er voor de landmacht vooral geld bestemd voor het aanvullen van de voorraad reservedelen, gevechtsondersteuning en logistiek, de aanschaf van nieuwe snuffelvoertuigen tegen chemische en biologische wapens en het moderniseren van grote wapensystemen zoals de pantserhouwitser, voertuigen als de Bushmaster en het CV90-pantserrupsvoertuig.

Maar toch. Straks heeft hij misschien wel materieel, maar geen personeel om het te bemensen. Met zichtbare ergernis vertelt Beulen dat de Koninklijke Landmacht nog maar een paar jaar terug vrijwel alle functies bezet had. Vanwege de krappe budgetten was de selectie streng als contractverlenging aan de orde was. Goede mensen gingen de poort uit. Mannen en vrouwen die nu heel hard nodig zijn. „Toen hadden we te veel mensen en te weinig geld, nu hebben we te weinig mensen en wél geld.”

Betere beloning
Daarom heeft personeel nu eerste prioriteit, vertelt de commandant. „We doen ons best voor behoud door mensen beter te belonen en hun de goede spullen te geven. Van het pak dat je aan je hebt, tot het voertuig waarmee je moet werken. Dat is heel belangrijk voor je werkplezier. Daarnaast zijn we soepeler geworden bij het toepassen van regels.”

Bron: Telegraaf / Defensie (foto illustratief)