Samenspel van land- en luchtmacht in Amerikaanse Yuma ‘Desert Bull’

Marine Corps Air Station Yuma is 3 weken lang het toneel van oefening ‘Desert Bull’. In Arizona worden alle registers opengetrokken. Samen met ‘groene’ collega’s oefent het voltallige 336 Squadron met 2 van zijn C-130-transportvliegtuigen. In 3 waves per dag droppen de luchtmachtmilitairen vracht, parachutisten en trainen laagvliegen.
Bijzonder is dat nooit eerder de agenda’s van het hele Squadron zijn geblokt voor een dergelijke oefening.




Met 160 man reisde de transporteenheid uit Eindhoven onlangs af naar de Verenigde Staten. Een ‘paarse’ club, waar naast de luchtmachters ook collega’s van het Korps Commandotroepen en de Luchtmobiele Brigade aanhaakten.

Naar joint operationeel concept
Voor detachementscommandant luitenant-kolonel Jorrit de Gruijter een langgekoesterde wens die uitkomt. “Wij zitten momenteel in transitie van de logistieke taak, die we tot voor kort primair deden, een joint operationeel concept. Dat gebeurt met de landmacht. Deze 3 weken trainen we dat met elkaar.”

Geef het een naam
Samen, hand in hand, joint, geef het een naam. Voor De Gruijter komt het allemaal op één belangrijk hoofddoel neer: met z’n allen deze oefening tot een goed einde brengen. Want alleen met je eigen clubje kom je er volgens hem niet.

Onwijs mooi
“Zonder pathfinders op de grond kunnen we geen vracht droppen. Zonder voorbereiding van de bevoorraders is die vracht niet gereed en zonder kennis van de loadmasters kun je de kist niet goed beladen. Het is een groot samenspel. Doordat we nu samen op een postzegel zitten krijg je veel meer inzicht in het eindproduct en de inspanning die verschillende secties daar in stoppen. Onwijs mooi om te zien. ”

Desert Bull loopt tot 15 december.

Bron: Defensie

Generaal blij met samenvoeging mariniers en commando’s

De verschillen tussen de elitemilitairen van het Korps Mariniers en Korps Commandotroepen (KCT) verdwijnen grotendeels. De crème de la crème van land- en zeemacht gaat op nagenoeg dezelfde manier worden getraind en krijgt voor zover mogelijk gelijke uitrustingen.

Dit zegt generaal Theo ten Haaf. Hij is de eerste commandant van het Special Operations Command (SOCOM) dat vandaag officieel van start gaat. De komst van één operationeel commandant voor alle elitemilitairen was een zaak van de lange adem, omdat de eenheden zwaar hangen aan hun eigen historie en tradities. Volgens de generaal gaven de Koninklijke Marine en Koninklijke Landmacht niet graag de zeggenschap over hun kroonjuwelen uit handen.
„Maar nu is er unanieme steun, omdat iedereen beseft dat dit de beste manier is om onze elite-eenheden aan te sturen”, aldus Ten Haaf. „In de VS en andere landen gebeurt het al, en met succes. Internationaal gezien staan we er goed op, er is respect voor wat we deden in Afghanistan en Somalië. Onder één commando denken we nog beter te kunnen worden.”




Winst
De winst zit hem volgens Ten Haaf in het gelijk trekken en daardoor verbeteren van opleidingen en oefeningen. Het meest zichtbaar wordt dit in de speciale schiettraining. De twee elitekorpsen kenden 42 verschillende vaardigheden die werden bijgebracht. Door te uniformeren werden het er 18. Daarnaast is er een vaste groep instructeurs en toezichthouders ingesteld.

Die stap is belangrijk tegen de achtergrond van het schietongeval bij het KCT dat in 2016 aan commando Sander Klap het leven kostte. Het ongeval had plaats in een schiethuis dat volgens de Onderzoeksraad voor Veiligheid niet aan de eisen voldeed, maar ook het toezicht op de oefening voldeed niet.

Wat materieel betreft gaan mariniers en commando’s zoveel mogelijk met gelijke spullen werken. Dezelfde wapens, communicatie- en nachtzichtapparatuur gebruiken, drukt volgens generaal Ten Haaf kosten en maakt het mogelijk voor iedereen de beste spullen te kopen. Alleen voor afwijkende taken zullen nog speciale spullen worden gekocht.

Innoveren
„Denk aan duikapparatuur voor de MARSOF-mariniers die uit onderzeeboten moeten kunnen opereren”, zegt de generaal. „Door samen te werken denken we beter en sneller te kunnen innoveren. Op het gebied van operaties en zeker als het gaat om materieel.”

Verder vooruit kijkend sluit Ten Haaf niet uit dat de samenstelling van speciale eenheden gaat veranderen. Hij zegt warm voorstander van vrouwen in de groepen te zijn; iets wat nog te beperkt aan de orde is. Daarnaast suggereert hij dat de selectiecriteria meer variabel moeten worden, omdat het volgens hem niet meer nodig is dat elke marinier of commando aan dezelfde zware fysieke normen moet voldoen.

„Cyber en elektronische oorlogsvoering worden steeds belangrijker, dus moeten we ook goede ict’ers in onze clubs krijgen. Die mensen zullen alleen niet voorop hoeven te gaan als ergens een deur wordt ingetrapt. Dan is het niet nodig dat ze – zoals ik weleens grappend zeg – op een stuk berkenschors kunnen overleven”, legt de commandant uit.
„Hetzelfde geldt voor vrouwen. Je ziet dat het accent van speciale operaties meer verschuift naar het stadium voordat het oorlog is. Dan zijn commando’s actief om de situatie in kaart te brengen. Dat doe je vaak een stuk makkelijker wanneer je ergens een man en vrouw laat rondlopen dan wanneer twee jonge kerels rondscharrelen.”

Bron: Telegraaf / Defensie (foto illustratief)