Luchtmacht en U.S. Strategic Command wisselen ruimtedata uit

De luchtmacht en het U.S. Strategic Command gaan zogenoemde space situational awareness-data uitwisselen, oftewel informatie over het ruimtedomein. Hiervoor ondertekenden beide partijen vandaag een overeenkomst. De afhankelijkheid van ruimtegerelateerde systemen zal met de overgang naar de zogenoemde 5e generatie-luchtmacht (met onder meer de F-35) verder groeien.

Rear Admiral Richard Correll van U.S. Strategic Command (USSTRATCOM) benadrukte dat overeenkomsten als deze de gezamenlijke situational awareness vergroten van het ruimtedomein . “Deze kennis, de basis van al onze ruimteoperaties, is essentieel voor dit overvolle domein.”




Volledig en actueel
Voor een zo volledig en actueel mogelijk beeld van een situatie is samenwerking essentieel stelt Correll: “Partnerschappen als deze vormen de basis voor internationale normen in het ruimtedomein, vergelijkbaar met de lucht-, grond-, maritieme en cyberspace-domeinen. Samenwerken bevordert het verantwoordelijke, vreedzame en veilige gebruik van de ruimte.”

De luchtmacht gaat meedoen in het bestaande SSA-data-uitwisselingprogramma. Hierin zitten 15 andere landen, meer dan 70 commerciële partijen en 2 overheids-gerelateerde organisaties. Deze laatste 2 zijn de European Space Agency en de European Organization for the Exploitation of Meteorological Satellites. De deelnemende landen zijn Australië, België, Brazilië, Canada, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Israël, Italië, Japan, Noorwegen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Arabische Emiraten en Zuid-Korea.

Cruciale informatie
De uitwisselingsovereenkomsten verbeteren de samenwerking en het proces van informatieaanvragen bij het Joint Space Operations Center van USSTRATCOM (Vandenberg Air Force Base Californië). Zo krijgen (inter)nationale operationele missieplanners cruciale informatie op het juiste moment.

Data delen
Directeur Operaties commodore Andre Steur: “Onze samenleving, economie en onze militaire operaties zijn grotendeels afhankelijk van ruimte gerelateerde systemen. Deze moeten we dus beschermen. Deze missie kunnen we beter samen volbrengen. Door binnen de coalitie zo veel mogelijk data met elkaar te delen.”

Bron: Defensie

Nederlandse militairen vechten vanuit Jordaanse woestijn door tegen IS

Geluwde strijd IS nog niet gestreden
Zo’n negen keer per week komt het werk van 150 Nederlandse militairen die in de bloedhete Jordaanse woestijn wonen en werken samen. Dan stijgen vanaf de luchtmachtbasis Al Azraq F-16’s op om te patrouilleren boven IS-gebied. Het is deelname aan een strijd die is geluwd, maar nog niet gestreden.

Dat het nog niet klaar is met het gevecht tegen het kalifaat valt op de multinationale basis, van waar ook Duitse, Jordaanse, en Amerikaanse toestellen opereren, goed te zien. Naast de startbaan is niet alleen een imposante vloot jachttoestellen opgesteld. Er is ook een groot aantal onbemande vliegtuigen: Amerikaanse Reapers. Hetzelfde type waarvan Nederland er vier heeft aangeschaft. De US Airforce zet alleen een bewapende variant in boven IS-gebied.
Tegen het vallen van de avond rijdt een Amerikaanse jeep met een aanhanger zo groot als een uit de kluiten gewassen vouwwagen vol bommen richting de hangars van de F-16’s. De projectielen zijn ter plekke in elkaar gezet. De Nederlandse F-16’s staan in hun schaduwtenten tot de tanden gewapend klaar voor actie.




Ander strijdtoneel
De Nederlanders waren een jaar weg uit Jordanië. Belgische collega’s namen de honneurs waar. De luchtmacht gebruikte 2017 om versleten materieel op orde en piloten terug op het vereiste trainingsniveau te krijgen. Toen de F-16’s begin dit jaar terugkeerden, troffen ze een ander strijdtoneel aan. Eentje waarop IS grote klappen heeft gekregen en ingrijpend aan terrein heeft ingeboet. Maar nog niet is verslagen.

Het gevolg voor de missie is dat minder vaak een beroep op de wapens hoeft te worden gedaan. Sinds begin dit jaar gebeurde dit volgens Defensie negentig keer. Ter vergelijk: tussen 2014 en 2016 gebruikten de jachtvliegtuigen dik tweeduizend keer wapengeweld; vooral bommen.

Die inzetten zijn te verdelen in twee soorten: luchtsteun aan grondtroepen die hulp nodig hebben en geplande aanvallen op strategisch belangrijke doelen zoals militaire installaties. Een exacte onderverdeling wil Commandant Luchtstrijdkrachten Dennis Luyt niet geven, maar hij stelt dat het zwaartepunt nu bij de vuursteun ligt. Beide taken worden aangestuurd vanuit het coalitiehoofdkwartier in Qatar.

De Nederlanders gebruiken een breed scala aan projectielen. Van de zwaarst mogelijke bommen tot volgens Luyt vrij lichte varianten met vleugeltjes die door middel van laser en gps heel nauwkeurig naar hun doel worden geleid. „Daarmee is het mogelijk een specifieke verdieping van een gebouw aan te grijpen zonder andere te beschadigen. Die toenemende nauwkeurigheid is een goede ontwikkeling”, stelt de generaal. Volgens hem zijn bij Nederlandse aanvallen zover bekend geen burgerslachtoffers gevallen. Een zeer heet hangijzer in de strijd tegen IS.

Evenveel vlieguren
Minder bommen gooien betekent niet dat de toestellen minder vaak in in de lucht zijn boven Irak en Oost-Syrië. Volgens detachementscommandant Michael van Zuijdam staan de jachtvliegtuigen voor net zoveel uren op het rooster als tijdens eerdere uitzendingen. Dit jaar maakten ze drieduizend vlieguren. „Je stapt er ook niet op een andere manier door in de kist”, aldus de officier die zelf ook nog regelmatig vliegt.

Vanuit Jordanie vliegen nederlandse F-16’s in de strijd tegen IS.

„Elke keer wanneer je de area in gaat waarvoor wij verantwoordelijk zijn blijft er spanning”, vertelt hij. „Je bent in een oorlogsgebied met een vliegtuig met een motor die het ineens niet meer kan doen. Dat blijft spannend. Zeker als je, zoals ik in 2006, er een keer uit hebt moeten springen door een motorstoring. Ik merk dat ook aan alle collega’s hier.”

Bosbrand
Zowel Luyt als zijn detachementscommandant vergelijkt de actuele situatie in de strijd tegen IS met een bosbrand. Het vuur is op de meeste plekken uit, maar er zijn nog plekken waar het af en toe opflakkert. En er bestaat het risico dat het een ondergrondse veenbrand wordt.

Het maakt dat er goede redenen zijn voor militaire aanwezigheid. De vraag is alleen hoe lang die moet duren? Nederland heeft zich gecommitteerd aan Inherent Resolve, de operatie in het Midden-Oosten tegen IS, tot eind dit jaar. Daarna is nog niet duidelijk hoe het verder gaat. Het kabinet neemt daar volgens de generaal binnenkort een besluit over.
Langer blijven staat op gespannen voet met de bedrijfsvoering van het krijgsmachtsdeel die komend jaar in een kritische fase komt. Terwijl er nog steeds personeelstekorten zijn, krijgt ons land de eerste nieuwe F-35’s geleverd waarvoor personeel moet worden omgeschoold. Daarnaast moeten vliegers worden getraind op andere essentiële vaardigheden dan luchtsteun aan grondtroepen verlenen. Gevechten tegen vijandelijke toestellen bijvoorbeeld. Generaal Luyt denkt daarom dat een verlenging van de aanwezigheid moeilijk zal zijn.

Bron: Telegraaf / Defensie