Uddel, 15 oktober 2013.Certificering en uitreiking Pathfinderwings, tevens demo werkzaamheden Pathfinders op AOCS NM/School of Air Control.Foto: Demo en evaluatie werkzaamheden Pathfinders

Nieuwe gevechtssimulatoren voor landmacht

Defensie schaft een nieuw gevechtssimulatoren aan om militairen realistisch en efficiënt te trainen voor gevechtsomstandigheden. Het huidige zogenoemde mobile combat training centre (MCTC) is bijna aan het einde van de levensduur. Dit liet staatssecretaris Barbara Visser vandaag per brief aan de Kamer weten.




Het MCTC bestaat onder meer uit simulatieapparatuur. Hiermee worden gevechten gesimuleerd zonder munitie te verbruiken. Het systeem toont of een schot raak is en biedt een gedetailleerd overzicht van alle oefenende eenheden. Het laat de gebruikers de effecten zien van wapensystemen, maar simuleert en waardeert ook gevechtsondersteunende en logistieke activiteiten. Dat maakt een complete evaluatie van oefeningen mogelijk.

Sinds de invoering van het huidige MCTC in 2003 zijn eenheden anders samengesteld, uitgerust en bewapend. Hierdoor sluiten de MCTC-simulatoren niet meer goed aan op de werkelijkheid.

Kenmerken
Oefeningen moeten in het nieuwe systeem zo realistisch mogelijk zijn. De simulator zelf moet inzetbaar zijn in extreem warme, koude en zeer natte omstandigheden. Daarbij dient het qua stroom zelfvoorzienend te zijn en verplaatsbaar per standaard vrachtwagen.
Het MCTC moet aan te passen zijn aan nieuwe wapensystemen en capaciteiten. Ook moet het kunnen communiceren met vergelijkbare oefen- en trainingscapaciteiten van internationale partners tijdens om gezamenlijk oefeningen.

Het project wordt uitgevoerd in de periode van 2018 tot en met 2021. Hiermee is de MCTC-behoefte vervuld tot 2030.

Bron: Defensie

Wezep, 04 juli 2002.
©Peter Wiezoreck
101 NBC compagnie ressorteert in101 verdedigings genie bataljon deze eenheid houdt zich bezig met NBC bestrijding (o.a. meten en ontsmetten van voertuigen en materialen).
Foto: Een Fuchs wielvoertuig rijdt over een zandweg in het oefenterrein.

Nieuwe CBRN-verkenningsvoertuigen voor landmacht

De landmacht krijgt nieuwe CBRN-verkenningsvoertuigen (chemisch, biologisch, radiologisch, nucleair). Het krijgsmachtdeel heeft voor CBRN-verkenningen nu nog 12 Fuchs-pantserwielvoertuigen. Over enkele jaren bereiken die echter het einde van hun levensduur. Staatssecretaris Barbara Visser stuurde de Kamer vandaag een brief over het project ‘Vervanging CBRN Detectie, Identificatie en Monitoring’ .




De veiligheidssituatie op het gebied van CBRN is de afgelopen jaren verslechterd. De ontwikkeling van dergelijke strijdmiddelen zorgt voor steeds meer dreiging. Dat geldt ook voor verspreiding waardoor terroristen aan CBRN-kennis en materiaal kunnen komen. Gezien de recente gebeurtenissen in Syrië (gifgasaanval Douma) en het Verenigd Koninkrijk (vergiftiging vader en dochter Skripal) is het bovendien niet uitgesloten dat (niet-)statelijke actoren dergelijke middelen inzetten, ook in Nederland.

Niet langer toereikend
In de huidige voertuigen is de bescherming van de bemanning niet toereikend voor alle moderne dreigingen. Ook kan de detectieapparatuur niet alle moderne dreigingen opsporen. Defensie wil 12 nieuwe CBRN-verkenningssystemen en mogelijk een extra reservesysteem.

Nederland kijkt voor de aanschaf naar de mogelijkheid van internationale samenwerking. In Nederland heeft het onderzoeksinstituut TNO waardevolle kennis op de gebieden van chemische en biologische strijdmiddelen. De Belgische krijgsmacht wil zijn CBRN-verkenningscapaciteit over ongeveer 10 jaar vervangen. Defensie werkt al nauw samen met Duitsland op het gebied van CBRN-onderzoek en operationele praktijk. Qua onderzoek geldt dat ook voor Canada, Noorwegen, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

Kenmerken
De nieuwe verkenningscapaciteit moet alle CBRN-relevante stoffen kunnen detecteren en identificeren. Dat geldt ook voor straling. Voor de veiligheid van het personeel moet de detectieapparatuur op afstand te bedienen zijn. De wens is verder dat de nieuwe voertuigen inzetbaar zijn in landelijke, verstedelijkte of industriële gebieden, in havens of op vliegvelden.

Het project loopt van 2018 tot en met 2022.

Bron: Defensie