Onbemande systemen bieden Koninklijke Landmacht toegevoegde waarde

De Koninklijke Landmacht heeft een nieuwe afdeling opgezet. Deze afdeling onderzoekt in samenwerking met het bedrijfsleven en kennisinstituten de potentie van robots en autonome systemen voor militaire doeleinden. Testen met drones zijn al eerder gestart om snel kennis en ervaring met dit soort systemen te kunnen opbouwen. Belangrijk aandachtspunt bij het testen van onbemande voertuigen: cybersecurity.

De inzet van robots en autonome systemen binnen de Koninklijke Landmacht biedt naar verwachting een grote meerwaarde. De systemen kunnen onder meer ondersteunen bij het veiliger, efficiënter en effectiever uitvoeren van specifieke operaties en vormen een mogelijke deeloplossing voor het tekort aan menselijke capaciteit. Welke mogelijkheden bestaande oplossingen bieden én waar het noodzakelijk is om door te ontwikkelen, wordt in de aankomende twee tot drie jaar onderzocht binnen een hiervoor speciaal opgerichte afdeling RAS: Robots en Autonome Systemen.




Projectleider majoor Martijn Hädicke: ‘Tijdens een inventarisatiefase hebben we specifieke toepassingsgebieden van robots gedefinieerd waarop we ons de komende tijd gaan richten. Bijvoorbeeld onbemande grondvoertuigen die zelfstandig een bepaalde last kunnen vervoeren, onbemande vliegtuigjes met antennes om het communicatiebereik te vergroten of te verbeteren, sensoren en lucht- en landvoertuigen waarmee snel en beter ‘situational awareness’ is te creëren en oplossingen waarmee we signalen kunnen verhullen of verstoren om onze zichtbaarheid te minimaliseren. Daarbij is ook aandacht voor onderzoek naar communicatiemogelijkheden en -beperkingen, cyber security en artificial intelligence nodig waarmee onder andere beslissingsmodellen kunnen worden ontwikkeld.’

Testen in militaire context
Na de inventarisatiefase volgt dit najaar het daadwerkelijk testen van de potentie van vooralsnog bestaande oplossingen. ‘We gaan daarbij pragmatisch te werk en verspillen geen tijd aan langdurig onderzoek en het uitgebreid specificeren van de eisen. We gebruiken systemen direct tijdens experimenten in de militaire context. Hiermee kunnen we op de snelste manier kennis en inzicht verzamelen. Op basis daarvan nemen we uiteindelijk investeringsbeslissingen met betrekking tot aanschaf of doorontwikkeling.’

Beter inzicht
Voorafgaand aan het oprichten van RAS heeft de Concept Development & Experimentation groep van de Landmacht al een begin gemaakt. Tijdens diverse oefeningen in Nederland, Duitsland en Mali is bijvoorbeeld een populaire en relatief goedkope commerciële mini quad copter (DJI Mavic Pro getest). Met deze drone waren de eenheden in staat om snel en goedkoop experimenten met de nieuwe technologie uit te voeren. De drone is vooral gebruikt als vliegende camera om ter plekke een betere informatiepositie op te bouwen. Met kunstmatige intelligentie kan de data snel worden geanalyseerd en worden omgezet naar informatie op basis waarvan betere besluiten kunnen worden genomen. Zo kunnen de eenheden de opgenomen beelden bijvoorbeeld met de Pix4D software aan elkaar plakken om zo een 3D-terreinmodel te creëren dat militairen meer en beter inzicht in het terrein verschaft.

Majoor Hädicke: ‘Een gebleken bruikbare oplossing dus waarmee we meer informatie in ontoegankelijke gebieden en over een langere tijd kunnen verzamelen. Vooral binnen kleine eenheden draagt de toevoeging van kleine drones bij aan het vergroten van de situational awareness. . Op basis van deze conclusies heeft Defensie nu besloten dat eenheden zelf dit soort systemen kunnen aanschaffen. ‘Eenheden ontvangen hiervoor in de toekomst een overzicht van systemen die ze zelfstandig kunnen bestellen.’ Op basis van deze conclusies ontwikkelt Defensie nu een catalogus waaruit de eenheden binnenkort zelf dit soort systemen kunnen aanschaffen.’

Grondgebonden systeem
Het testen van de eerste oplossingen binnen RAS vindt plaats bij de 13 Lichte Brigade in Oirschot. Het gaat daarbij om een accu- of diesel aangedreven onbemand grondvoertuig (Milrem Themis), een grondvoertuig voor extreem ruig terrein (de Argo J6) en een drone (Atlas). Het eerstgenoemde voertuig is modulair opgebouwd en hierdoor te combineren met uiteenlopende elementen afgestemd op een specifieke taak. Bijvoorbeeld het vervoeren van munitie, voedsel, water of materialen voor de genie naar een specifieke plek. Ook kunnen ze worden uitgerust met tools als camera’s, werktuigen voor het ruimen van obstakels of wapensystemen. RAS verwacht veel van de mogelijkheden om met het voertuig te communiceren. Zo is augmented reality toe te passen waarmee militairen een beter beeld van de situatie kunnen schetsen op basis van realtime informatie afkomstig van het voertuig. Daarbij is het voertuig aan te sturen op basis van remote control of waypoints.

Mate van zelfstandigheid
Majoor Hädicke: ‘Naast het onderzoeken van de technische aspecten en mogelijkheden, hebben wij als defensie ook te maken met de vraag: hoe en voor welke doelstelling we de systemen kunnen inzetten binnen onze militaire omgeving. Volledig zelfstandig opereren is geen oplossing; de mens zal altijd de beslissingsbevoegdheid houden en moeten bepalen waar het acceptabel of noodzakelijk is om een onbemand systeem meer of minder zelfstandigheid te geven. Daarvoor moeten uiteindelijk dus ook protocollen worden ontwikkeld en afspraken gemaakt. Het specifiek maken van de invulling van betekenisvolle menselijke controle is onderdeel van het RAS onderzoek.
Bovendien is er expliciete aandacht nodig voor de veiligheid en betrouwbaarheid van datacommunicatie; de cyber security. Dat blijft in deze altijd een spanningsveld. Enerzijds wil je graag informatie ontsluiten en een link hebben met de robot, anderzijds wil je zo gesloten en onafhankelijk en dus autonoom mogelijk blijven om niet te worden opgemerkt.’

Samenwerken
Na het uitvoeren van de experimenten is het voor majoor Hädicke zaak om te rapporteren welke oplossingen potentie hebben en eventueel direct kunnen worden aangeschaft, welke systemen te weinig meerwaarde bieden binnen de Landmacht én waar aanvullend onderzoek nodig is.
‘Zowel ten aanzien van bestaande systemen als het ontwikkelen van nieuwe of aanvullende oplossingen, zoeken we specifiek aansluiting met het bedrijfsleven en kennisinstituten’, geeft majoor Hädicke aan. ‘We werken inmiddels samen met TNO, de drie TU’s, branchevereniging FME en waar mogelijk met bedrijven. Daarbij maken we een onderscheid in toeleveranciers die bestaande producten ‘off the shelf’ leveren en bedrijven waarmee we een partnerschap aangaan. Specifiek voor Defensie is het belangrijk dat onze partners heel goed begrijpen in welke omgeving en voor welk doel hun oplossingen uiteindelijk bestemd zijn. Om vast te stellen of we dezelfde ambities hebben, nemen we potentiële partners graag mee zodat zij in de praktijk kunnen ervaren welke context dit is. Wanneer dit van beide kanten bevalt, kunnen we verder gaan en streven naar een win-win situatie.’

Bron: PT Industrieel Management.nl / Milrem Robotics / Qinetiq-North-America.jpg (foto’s illustratief)

Vervolg discussie boek Marco Kroon

Een nieuwe dag, een nieuwe onthulling over Marco Kroon. Dit maal in de vorm van een gevechtsrapportage die afwijkt van wat de ridder Militaire Willemsorde in zijn boek Danger Close heeft geschreven. Het is weer een aantasting van de majoor zijn geloofwaardigheid; wellicht een volkomen onterechte.

De rapportage heeft betrekking op gevechten in Uruzgan tussen 19 en 23 juni 2006. Ze maakten onderdeel uit van de inzet in Afghanistan die toen nog kapitein Kroon de Militaire Willemsorde opleverden. Anders dan een serie andere acties is deze niet tegen het licht gehouden door de commissie die gaat over de toekenning van de hoogste dapperheidsonderscheiding van ons land.
In het verslag van zijn hand staat hoe de commando’s zware slag leverden met de tegenstanders. De officier schrijft dat de gebeurtenissen zo heftig waren dat niet viel bij te houden wie met wat heeft gevuurd. Wanneer deze redenatie wordt gevolgd, zou ook niet duidelijk zijn wie welke tegenstanders heeft uitgeschakeld.




In zijn boek Danger Close schetst de ridder een heel ander beeld. Daarin meldt hij gedetailleerd zelf twee tango’s (terroristen red.) te hebben uitgeschakeld. ,,Bam, bam .. bam. Double tap kill, twee in de borst, één door het hoofd. Ik verschiet vijf tot zes patronen. Tango’s down.” Volgens Kroon kon hij in zijn boek dit verhaal wel kwijt omdat aan deze publicatie niet dezelfde objectieve eisen worden gesteld als aan de gevechtsrapportage. Hij stelt dat het wel degelijk zo is gegaan.

De conclusie is snel getrokken dat Kroon zijn bijdrage aan het gevecht heeft aangedikt. Geluiden in die richting waren er maanden terug al toen de majoor in opspraak raakte vanwege een tien jaar lang verzwegen actie in hetzelfde Afghanistan. Hij zou een tegenstander op eigen initiatief hebben gedood. Onderzoeken van Defensie en justitie leverden geen bewijs op dat het daadwerkelijk is gebeurd. Of niet.

Het probleem met het hoofdstuk uit Danger Close is opvallend gelijk aan Kroons verklaring over de verzwegen actie. Er valt niet objectief vast te stellen wie er gelijk heeft. Het zou prima kunnen zijn gegaan zoals Kroon in zijn boek omschrijft. Het kan ook dat de collega’s die anoniem hun vraagtekens erbij zetten gelijk hebben.

De waarheid rond het verleden van Marco Kroon is alleen inmiddels verworden tot een legpuzzel voor gevorderden. Waarbij veel partijen met hun eigen belangen stukjes aandragen die op het eerste gezicht perfect lijken te passen. Maar bij nader onderzoek twijfelachtig of zelfs vals blijken te zijn.

Doordat Defensie overwegend zwijgt, kunnen en zullen er nieuwe verhalen blijven komen die Marco Kroon, het ridderschap en Defensie beschadigen. Minister Bijleveld (Defensie) heeft aangekondigd binnenkort een gesprek met hem te voeren over zijn toekomst. Om verdere beschadigingen van alle partijen tegen te gaan, is het van het grootste belang dat Defensie daarna zo open mogelijk is.

Minister Bijleveld: “boek Kroon ’een soort roman’”
Het boek van oorlogsheld Marco Kroon is volgens minister Bijleveld (Defensie) „een soort roman”. Dat zegt de bewindsvrouw in reactie op commotie over het boek Danger close.
Kroon, drager van de militaire Willems-Orde, claimde in zijn boek dat hij in operatie Jung III persoonlijk meerdere Talibanstrijders uitschakelde. Die details zijn volgens het AD echter niet terug te vinden in de geweldsrapportage over die missie die geheim was, maar nu door Defensie is vrijgegeven.

Herinneringen
„Hij heeft zelf een boek geschreven, dat is een soort roman. Het is op basis van zijn herinneringen”, reageert Bijleveld. De bewindsvrouw legt uit dat de Willems-Orde op basis van feiten is beoordeeld. „Je kent nooit iets toe op basis van herinneringen.”

De minister reageerde ook op de onthulling in De Telegraaf dat Defensie voor 300.000 euro aan advocaatkosten betaalde voor Kroon. Bijleveld: „Bij beide zaken is gewogen dat hij in een bijzondere positie is gebracht door Defensie en daardoor in de publiciteit is gekomen. En meer is er niet over te zeggen.”

Bron: Telegraaf / ANP