Koning brengt werkbezoek aan de Mijnendienst en Duikgroep van de Koninklijke Marine

Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander heeft dinsdagmiddag 14 mei een werkbezoek gebracht aan de Mijnendienst en de Defensie Duikgroep van de Koninklijke Marine.

De Koning kreeg bij de Mijnendienst een presentatie over de Nederlandse en Europese strategische belangen van een vrije doorgang op zee. Vervolgens sprak de Koning met deskundigen over mijnendreiging en hoe de marine deze nu en in de toekomst aanpakt.




Tijdens de rondleiding door het Duikbedrijf demonstreerden specialisten diverse middelen en moderne zoekmethodes om mijnen te vinden en te ruimen. Daarnaast liet een duiker in een onderwatertank zien hoe onderhoud en reparaties aan marineschepen worden verricht middels onderwaterlassen. Ook nam de Koning een kijkje in duiksimulator ‘Medusa’. Duikers gebruiken deze simulator als test- en trainingsruimte. Het Duikmedisch centrum benut de Medusa als hyperbare behandelruimte. In deze behandelruimte is de druk groter dan de luchtdruk op zeeniveau, waardoor duikers bijvoorbeeld kunnen worden behandeld aan duikerziekten, terwijl ze 100% zuurstof inademen.

Het werkbezoek werd afgesloten met een bezoek aan het duikvaartuig Nautilus. Het duikvaartuig beschikt over een decompressietank voor meerdere personen. Na de rondleiding op het schip sprak de Koning met duikers en bemanningsleden.

Met de koning werd onder meer gesproken over de huidige en toekomstige dreiging van mijnen.

De mijnenbestrijdingscapaciteit van nu is al versterkt met nieuwe REMUS-systemen. Personeel van de Defensie Duikgroep toonde de koning hoe deze onderwaterrobot met hoogwaardige sonarapparatuur werkt. Ook demonstreerden militairen het lassen onder water en het gebruik van een decompressietank.

Simulator
De koning nam verder een kijkje in duiksimulator Medusa. Behalve als trainingsruimte wordt die ook gebruikt om ziekten die duikers kunnen oplopen te behandelen. Koning Willem-Alexander sprak eveneens met de bemanning van duikvaartuig Nautilus.

Duikwereld Defensie
Commandant van de Defensie Duikgroep luitenant-kolonel der mariniers Edwin Hofma was blij dat hij de koning even kon meenemen in de duikwereld van Defensie. “Wij waarderen zijn betrokkenheid.”

Bron: RVD / Defensie

Koning bezoekt internationale oefening JPOW

Koning Willem-Alexander bezocht vrijdag het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC) in Vredepeel. Hij kwam speciaal voor de multinationale luchtverdedigingsoefening Joint Project Optic Windmill (JPOW). Dat is de grootste lucht- en raketverdedigingsoefening van Europa.

Het DGLC beschermt vanaf de grond belangrijke Nederlandse en bondgenootschappelijke objecten, eenheden en gebieden tegen aanvallen uit de lucht door vliegtuigen, helikopters, raketten en kruisvluchtwapens. Tijdens het bezoek sprak de koning met militairen van het DGLC over de intensieve samenwerking met Duitsland. Bij JPOW sprak hij met Nederlandse en buitenlandse luchtverdedigers.

Exercise Director commodore Madelein Spit was blij met het bezoek van koning Willem-Alexander. “Wij zien zijn bezoek als bekroning van het werk van iedereen die bijdraagt aan het succes van de oefening Joint Project Optic Windmill.”

De meeste deelnemers zaten achter beeldschermen. Sommigen, zoals deze Stingerschutter waren te velde. Staatssecretaris Visser bezocht eerder deze week JPOW.

Trainen via computerwetwerken
Tijdens de 2-jaarlijkse lucht- en raketverdedigingsoefening trainen de deelnemers in een virtuele gevechtsruimte. Hierdoor is het mogelijk de nieuwste technologieën te testen en concepten door te ontwikkelen. Tevens wordt er getraind via computernetwerken op locaties elders in de wereld. Daarnaast bood de oefening de mogelijkheid tot deelname van (gesimuleerde) vliegende eenheden. De deelnemers testten zowel bestaande als toekomstige doctrines. De oefenleiding en het overgrote deel van de spelers bevindt zich op de Luitenant-generaal Bestkazerne, thuisbasis van het DGLC

JPOW is zo succesvol, omdat zowel het laagste tactische niveau (de mensen op de wapensystemen) als het operationele niveau (de commandant van het Joint Forces Air Component Command) meedoen. Aan het eind van elke dag volgt een debrief door het JPOW Joint Analyse Team. Zij behandelen de bevindingen van die dag. Hierdoor is het mogelijk om tijdens de oefening geleerde zaken, de volgende dag al in de praktijk te brengen.




Geen alternatief voor
Er deden dit jaar zo’n 900 militairen aan mee. JPOW, in 1996 voor het eerst gehouden, groeide uit tot de toonaangevendste oefening op het gebied van geïntegreerde raket- en luchtverdediging binnen Europa. Er bestaat geen Europees alternatief voor. De deelnemers kwamen dit jaar uit Duitsland, Frankrijk, Nederland, Noorwegen, Polen, Spanje, de Verenigde Staten en Zweden.

Het NAVO-hoofdkwartier in Mons (België) heeft JPOW geïntegreerd in de NAVO-oefening reeks Steadfast Armor 19 (STAR19). Hierdoor groeit JPOW door en is de belangrijke nichecapaciteit van Nederland, voor de toekomst gewaarborgd.

JPOW begon als een experiment van de voormalige Groep Geleide Wapens (GGW) van de Koninklijke Luchtmacht. De aanleiding voor de oefening waren de ervaringen bij de inzet van het Patriot-luchtverdedigingssysteem tijdens het Golfconflict in 1991.

De oefening duurt tot volgende week donderdag.