Mariniers over acht jaar naar Nieuw-Milligen

De nieuwe marinierskazerne in Kamp Nieuw-Milligen is eind 2028 klaar. De kazerne moet plaats gaan bieden aan ongeveer 2.130 mensen.




Woensdag schreef staatssecretaris Barbara Visser dit aan de Tweede Kamer. De kosten van de kazerne maakt Defensie niet bekend. Ze geeft wel aan dat het vastgoedproject een investering van tussen de 250 miljoen en 1 miljard euro betreft.

In 2012 werd besloten dat de mariniers uit Doorn naar Vlissingen zouden verhuizen. Dat leidde tot weerstand en het vertrek van veel mariniers. Daarop besloot staatssecretaris Visser vorig jaar een streep door de verhuizing naar Zeeland te zetten hetgeen weer leidde tot veel woede bij de Zeeuwen. Zij kregen een compensatie en excuses van het kabinet.

De Maritime Special Operations Forces (MARSOF) worden ook ondergebracht op de nieuwe marinierskazerne op Kamp Nieuw-Milligen (KNM). Het project voorziet in een nieuwe, toekomstbestendige kazerne voor de mariniers. Het gaat om de eenheden uit het oorspronkelijke project Michiel Adriaanszoon de Ruyterkazerne (MARKAZ) en MARSOF. Het Mariniers Opleidingscentrum (MOC) blijft in de Van Ghentkazerne in Rotterdam.

De special operations forces van de mariniers zitten nu nog op 2 locaties: Doorn en Den Helder. Beide MARSOF-eenheden moeten worden geherhuisvest, vanwege afstoting of omdat een deel van hun huidige onderkomen tijdelijk is. Vanwege de terreurbestrijdingstaak, en de bijhorende reactietijden en daarmee de noodzaak om centraal in het land te worden gevestigd, was de MARSOF-eenheid in Doorn al geen onderdeel van het oorspronkelijke project MARKAZ.

Uit onderzoek blijkt dat Nieuw-Milligen de beste locatie voor de mariniers van MARSOF is. Daarnaast zijn MARSOF en de operationele marinierseenheden sowieso sterk met elkaar verweven. De medezeggenschap (GMC vervanging en verhuizing Van Braam Houckgeestkazerne) is nauw bij het project betrokken.

Nieuwbouw
Om KNM geschikt te maken, wordt het grootste deel van het huidige, sterk verouderde vastgoed vervangen door nieuwbouw. Er komen 1- en 2 persoonslegeringskamers en verschillende soorten kantoorwerkplekken. Verder is er behoefte aan eet- en ontspanningsfaciliteiten en een geneeskundig centrum.

Er komen leslokalen en voorzieningen voor binnen- en buitensport. Voor operationele training blijven de mariniers gebruikmaken van de bestaande schietbanen en oefenterreinen in binnen- en buitenland.

Opslag, stalling en onderhoud
Ook komen er voorzieningen voor opslag- en overslagcapaciteit voor munitie, wapens, verbindingsmiddelen en persoonlijke (gevechts-) uitrusting. Dat geldt tevens voor overkapte parkeerruimte voor militaire (rups-) voertuigen en een garagewerkplaats.

Onderzoek
Voor dit project is een vergelijkingsonderzoek verplicht. Hiermee wordt bepaald welke contractvorm de meeste kwalitatieve en kwantitatieve meerwaarde oplevert. De uitkomst hiervan volgt deze zomer. Op basis van de huidige planning kan de kazerne eind 2028 worden opgeleverd.

Bron: NU.nl / Defensie (foto illustratief)

Kabinet neemt besluit over marinierskazerne

De mariniers verhuizen, als het aan Defensie ligt, niet naar Vlissingen. In plaats daarvan wordt gedacht aan een nieuwe kazerne op Kamp Nieuw Milligen bij Apeldoorn. Dat staat in het voorgenomen besluit dat het kabinet vandaag nam. Daarin stelt het kabinet ook dat Zeeland in dat geval op rechtvaardig moet worden gecompenseerd.




Staatssecretaris Visser van Defensie liet eerder deze week in een gesprek met Zeeuwse bestuurders weten dat ze grote aarzelingen kent om de bouw van de kazerne in Vlissingen door te laten gaan. De staatssecretaris gaf aan dat die bezwaren op het personele, operationele en financiële vlak lagen. Zij heeft afgelopen jaar in de Tweede Kamer herhaaldelijk haar zorgen geuit over de relatief hoge uitstroom bij het Korps Mariniers. Het gaat daarbij met name om ervaren onderofficieren en jonge officieren.

Het aantal ervaren mariniers dat onvoorzien vertrekt bij het Korps Mariniers is de afgelopen jaren hoger dan gewenst en de onrust onder het personeel over de verhuizing is toegenomen naar mate de verhuizing dichterbij kwam. Naar aanleiding hiervan groeiden de zorgen over de toekomstbestendigheid en continuïteit van het Korps Mariniers. Daarom is het besluit uit 2012 om naar Vlissingen te verhuizen opnieuw onder de loep genomen. Onderzocht is of er eventueel alternatieve verhuismogelijkheden voor het Korps Mariniers zijn.

Daarbij ging het om de volgende uitgangspunten: de continuïteit van het Korps Mariniers, de toekomstbestendigheid, de realisatie van een fit for purpose kazerne en de kosten.

Allereerst is voor Nederland een goed gevuld en inzetbaar Korps Mariniers van belang, zeker gezien in de huidige mondiale en nationale veiligheidssituatie. Daarnaast is de realisatie van een kazerne die voldoet aan de operationele behoeften, zoals nabijheid van voldoende geschikte oefen- en trainingslocaties belangrijk. Tot slot spelen financiën ook een rol. De realisatie van een nieuwe marinierskazerne vraagt om een aanzienlijke investering van Rijksmiddelen die doelmatig besteed moeten worden. Na het bekijken van 16 locaties, waaronder Vlissingen en Doorn, komt Kamp Nieuw Millingen bij Apeldoorn als meest geschikt naar voren.

Hoe nu verder?
Het kabinet realiseert zich dat het voorbije proces en het voorgenomen besluit om de kazerne niet in Vlissingen te bouwen in strijd is met de gesloten bestuursovereenkomsten en er daarom noodzaak is tot compensatie voor Zeeland en Vlissingen. Hiermee ligt er een opgave voor het kabinet. Het kabinet hecht aan een zorgvuldig vervolgproces dat gezamenlijk met de provincie Zeeland, de gemeente Vlissingen en het waterschap Scheldestromen wordt doorlopen. Het kabinet heeft daarom ook het voorgenomen besluit genomen tot compensatie die hieraan op een rechtvaardige wijze tegemoet komt. Het kabinet heeft daartoe in overleg met de provincie, gemeente en waterschap besloten een speciaal adviseur te benoemen, die onder regie van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nog voor de zomer zal onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om die compensatie vorm te geven.

Deze adviseur krijgt daarbij de opdracht de compensatie langs drie sporen te bezien. Allereerst brengt de adviseur de kosten die partijen hebben gemaakt in de uitvoering van de gesloten bestuursovereenkomsten in kaart. Ten tweede dient deze adviseur, rekening houdend met gerechtvaardigde verwachtingen, een pakket aan concrete maatregelen voor te bereiden waarmee de economische structuur in Zeeland en Vlissingen kan worden versterkt. Ten derde dient de adviseur de mogelijkheden om het beeld van het vestigingsklimaat in Zeeland te versterken, in zijn advies te betrekken. Dit advies moet leiden tot een voor zowel Zeeland, Vlissingen als kabinet aanvaardbaar compensatiepakket dat recht doet aan de geleden directe schade, alsook perspectief biedt op duurzame sociaaleconomische effecten voor de regio vergelijkbaar met wat de beoogde komst van de marinierskazerne de regio zou hebben gebracht.

Bron: Defensie