Koninklijke Luchtmacht zegt F-16 vaarwel en gaat vanaf nu onzichtbaar vliegen in F-35

Ruim twintig jaar is er gepraat, gebouwd en getest, maar vandaag gaat bij de Nederlandse luchtmacht de vlag uit. Hun nieuwste aankoop, de Joint Strike Fighter (JSF / F-35), is eindelijk klaar voor het echte werk. Vanavond rolt het eerste operationele toestel uit de fabriek.

Ze rijden in golfkarretjes. Op kleurige fietsen. Of driewielers. De hal waar medewerkers van fabrikant Lockheed Martin in Texas sleutelen aan de nieuwste generatie straaljagers is met een lengte van 1,6 kilometer zo immens groot dat er rondlopen bijna niet te doen is.




Twintig maanden hebben ze in deze ‘kraamkamer’ nodig om de 33.000 afzonderlijke onderdelen van één F-35 in elkaar te puzzelen. Een gigantische klus waar alles draait om precisie, vertelt een medewerker tijdens een rondleiding als hij even stopt bij de spuiterij. Hier voorzien geautomatiseerde robotarmen het frame van een speciale lik verf waardoor het toestel bijna onzichtbaar is voor radar. ,,Als er te veel verf op zit is het toestel te zwaar. Zit er te weinig op dan is het niet meer onzichtbaar voor vijandelijke radar.’’
Terwijl de medewerkers onverstoorbaar doorsleutelen, maken ze in een hal verderop de eerste operationele Nederlandse F-35 klaar voor een grootse ceremonie. Hier draagt fabrikant Lockheed Martin vanavond om 17 uur Nederlandse tijd de meest omstreden aankoop in de moderne geschiedenis officieel over aan de Nederlandse luchtmacht.

Echte werk
Vijf jaar geleden al kreeg Nederland twee toestellen waarmee ze in Amerika uitvoerig hebben kunnen testen. Nu zijn de toestellen klaar voor het echte werk. Een moment waar vlieger Bert de Smit en hoofd van het F-35 project reikhalzend naar uitkijkt. Afgelopen jaren heeft hij het toestel volwassen zien worden en hij zou niets anders meer willen. ,,Ik heb nooit één moment gedacht: had ik nu de F-16 nog maar’’

Vliegen in een F-35 is een compleet andere wereld. Het toestel neemt veel werk uit handen van de piloot waardoor ze echt kunnen focussen op hun missie. Maar het meest verbluffend vindt De Smit de onzichtbaarheid op vijandelijke radar. Meermaals heeft de piloot zich in oefeningen afgevraagd hoe het kan dat hij wel alle systemen ziet die hem het leven zuur kunnen maken, maar hijzelf niet wordt opgemerkt. ,,Dat is echt heel erg wennen als je uit een F-16 komt.’’
Met de eerste acht toestellen gaat Nederland in Amerika piloten opleiden. Vanaf oktober rollen uit de Lockheedfabriek in Italië nog eens 29 toestellen die in Nederland worden gestationeerd. Eerst op luchtmachtbasis Leeuwarden, daarna op Volkel. In 2021 moeten ze dan alle 37 operationeel zijn.

Niet volmaakt
Hoewel Nederland vijf jaar na de meest omstreden aankoop uit geschiedenis nu echt op grote schaal met de F-35 aan de slag kan, is het toestel nog altijd niet volmaakt. Uit de laatste tussentijdse evaluatierapporten over de voortgang van het project blijkt dat er nog altijd problemen zijn met bijvoorbeeld het onderhoudssysteem. Het toestel zou onderhoudstaken al tijdens de vlucht naar monteurs kunnen sturen, maar de dataverbinding van het toestel is nog te gevoelig voor hackers.

Het zijn zeker niet de eerste technische tekortkomen. Het toestel werd geplaagd door een lange lijst gebreken, die inmiddels wel zijn opgelost. Zo bleek in 2017 het zuurstofsysteem niet goed te werken, vielen cockpitschermen en de helm gelijktijdig waardoor het toestel zeer moeilijk werd te besturen en stortte vorig jaar zelfs nog een testtoestel neer. Er was een montagefout gemaakt met de brandstofbuis.
Dat het toestel er überhaupt is gekomen mag met zoveel onvolkomenheden bijna een wonder heten. En toch is dat een onterecht beeld, vinden luchtmachtgeneraal Dennis Luyt en Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer. Want elk project waarbij zoveel nieuwe technologie komt kijken, is gewoon ingewikkeld en heeft te maken met tegenvallers.

Toch heeft Luyt zelf ook weleens gedacht; laten we maar stoppen met het hele project. ,,Maar vooral omdat het zo politiek beladen was. Voor mij is er nooit een moment van twijfel geweest over het toestel zelf. Dit apparaat brengt ons zoveel meer dan wat we hadden’’, zegt Luyt.
Voor de legertop staat vast dat de krijgsmacht met de F-35 een grote sprong voorwaarts maakt en weer veertig jaar vooruit kan. Al was er de afgelopen jaren flink wat kritiek, met 5,2 miljard euro de duurste aankoop ooit binnen de krijgsmacht. Nederland zou zo’n hightechtoestel helemaal niet nodig hebben. Het kan nu meedoen met de grootmachten in de openingsfase van een militair conflict, maar die rol past niet het best bij Nederland, concludeerde instituut Clingendael nog in 2013. Een eenvoudiger toestel zou dan ook volstaan.

Hoogste baas
Maar bij de krijgsmacht zijn ze het daar niet mee eens. Commandant Bauer: ,,Natuurlijk hadden wij een ander toestel kunnen kopen. Maar dan waren we waarschijnlijk eerder tegen de technologische grenzen aangelopen en dan had de publieke verontwaardiging de komende jaren groot geweest. Want waarom hadden we veel geld uitgetrokken voor iets dat alweer snel zou zijn verouderd?’’
De hoogste baas is in elk geval maar wat blij dat hij de beschikking krijgt over het meest geavanceerde toestel dat er op dit moment te koop is. ,,Zonder dit vijfde generatie toestel ontzeggen we onszelf een deel van de wereld waarin we niet kunnen opereren. Russische verdedigingssytemen zijn steeds geavanceerde geworden en bovendien mobieler. Die staan ook in Syrië. In Libië. Venezuela. Hierdoor is het voor de huidige F-16’s ingewikkelder om luchtoverwicht te krijgen. Het kan wel, maar zal tot meer verliezen leiden.’’

Opdrachten
Niet alleen bij defensie zijn ze gelukkig met de komst van de F-35. Ook het bedrijfsleven blikt tevreden terug. Omdat Nederland sinds 2002 meedeed aan de ontwikkeling van het toestel is er inmiddels voor anderhalf miljard euro aan orders binnen gehaald. Zo’n honderd Nederlandse bedrijven leveren nu aan Lockheed Martin. En dat bedrag zal de komende jaren alleen maar meer worden, verwachten bedrijven. Al wordt het moeilijker om opdrachten binnen te halen. Inmiddels hebben dertien landen besloten om de JSF te kopen. Bedrijven uit die landen mogen ook allemaal meedingen naar nieuwe opdrachten van de straaljagerbouwer.

Bron: AD / Defensie (foto’s illustratief)

’Met onze F-16 training liepen we voorop’

F-16 schreef rijk hoofdstuk aan luchtmachthistorie

Als onze F-16’s uit Jordanië vertrekken, komt er een einde aan wat waarschijnlijk de laatste grote uitzending voor het toestel in Nederlandse dienst is. Het jachtvliegtuig schreef een rijk hoofdstuk in de geschiedenis van de Koninklijke Luchtmacht.
De afgelopen kwarteeuw deden de jachtvliegtuigen, met een korte adempauze vorig jaar, permanent mee aan operaties. De eerste was boven voormalig Joegoslavië in 1993. Het toestel werd gekocht midden in de Koude Oorlog, in 1979.




Volgens generaal b.d. en voormalig F-16-vlieger Jouke Eikelboom was de kist revolutionair omdat het twee toestellen ineen waren: een jachtbommenwerper en een jager die vijandelijke toestellen onderschept. Nederland koos ervoor de vliegers voor beide taken te trainen. „Daarmee liepen we voorop, zelfs de Amerikanen deden het nog niet”, vertelt Eikelboom.

Dankzij de uitgebreide training waren de vliegers in 1993 klaar voor deelname aan de operatie Deny Flight. Tijdens deze campagne moest het luchtruim boven Bosnië-Herzegovina vrij van vijandelijke toestellen worden gehouden. Daarnaast waren de F-16’s inzetbaar voor luchtsteun aan VN-militairen op de grond. „Doordat we beide taken konden vervullen waren onze toestellen zeer in trek”, vertelt generaal Eikelboom.

Dat bleef volgens de huidige Commandant Luchtstrijdkrachten en voormalig F-16-piloot Dennis Luyt zo doordat de F-16 permanent updates kreeg. „Van de buitenkant is het een klassieker. Onder de carrosserie is het toestel dankzij nieuwe computers, software en sensoren nog bij de tijd.”

Een belangrijke stap in de modernisering was de update die het toestel in staat stelde lasergestuurde bommen af te werpen. Ze werden door een groepje Nederlandse piloten voor het eerst gebruikt in de luchtoorlog boven Kosovo.

Daarbij moesten de F-16-vliegers al hun vaardigheden inzetten. Piloot Peter Tankink schreef historie door een vijandelijke Mig-29 neer te halen. Collega’s toonden grote moed bij het – onder zware luchtafweer – aanvallen van gronddoelen zoals Servische vliegvelden. Voor deze acties kregen zes vliegers dit jaar, bijna twee decennia na dato, het Vliegerkruis toegekend. „Door Allied Force werden we weer krijgers”, zegt piloot Niki die tot de gedecoreerden behoort.

Daarna verschoof het inzetten richting steun aan grondoperaties. Of het nu assistentie verlenen aan troepen in Afghanistan of het bombarderen van vijandelijke doelen in IS-gebied. „Die inzetten laten zien dat de F-16 nog steeds relevant is”, vindt generaal Luyt. „Tegelijkertijd kent hij beperkingen. Met name in gebieden waar de nieuwste luchtafweer staat, kan hij niet veilig opereren.”

Volgend jaar herfst komen de eerste Joint Strike Fighters naar Leeuwarden. De squadrons schakelen in vijf jaar fasegewijs over op de nieuwkomer. Helemaal uitsluiten doet de luchtmachtbaas een uitzending van F-16’s in die tijd niet. Vooral doordat de luchtmacht veel tijd en personeel kwijt is aan de omschakeling, lijkt de kans daarop niet erg groot.

Zijn de officieren van wie de loopbanen vergroeid zijn met de F-16 ook niet een beetje verdrietig dat de F-16 plaats moet maken? „Natuurlijk. Ik heb er 22 jaar mee gevlogen en het blijft een prachtige kist”, zegt Jouke Eikelboom.

Ook Dennis Luyt kijkt terug met enige nostalgie. „Dat kan niet anders wanneer je bijna het hele tijdperk hebt meegemaakt. Het was een geweldig toestel dat generaties vliegers overal heeft gebracht en gediend”, zegt de commandant. „Tegelijkertijd zie ik wanneer ik terugdenk direct de gezichten voor me van de mannen die met een F-16 zijn omgekomen. Om die harde kant kun je niet heen. We gaan een tijdperk afsluiten. Gelukkig heb ik zelf al kunnen zien wat voor moois de toekomst ons brengt.”

Bron: Telegraaf / Defensie (foto illustratief)