’Met onze F-16 training liepen we voorop’

F-16 schreef rijk hoofdstuk aan luchtmachthistorie

Als onze F-16’s uit Jordanië vertrekken, komt er een einde aan wat waarschijnlijk de laatste grote uitzending voor het toestel in Nederlandse dienst is. Het jachtvliegtuig schreef een rijk hoofdstuk in de geschiedenis van de Koninklijke Luchtmacht.
De afgelopen kwarteeuw deden de jachtvliegtuigen, met een korte adempauze vorig jaar, permanent mee aan operaties. De eerste was boven voormalig Joegoslavië in 1993. Het toestel werd gekocht midden in de Koude Oorlog, in 1979.




Volgens generaal b.d. en voormalig F-16-vlieger Jouke Eikelboom was de kist revolutionair omdat het twee toestellen ineen waren: een jachtbommenwerper en een jager die vijandelijke toestellen onderschept. Nederland koos ervoor de vliegers voor beide taken te trainen. „Daarmee liepen we voorop, zelfs de Amerikanen deden het nog niet”, vertelt Eikelboom.

Dankzij de uitgebreide training waren de vliegers in 1993 klaar voor deelname aan de operatie Deny Flight. Tijdens deze campagne moest het luchtruim boven Bosnië-Herzegovina vrij van vijandelijke toestellen worden gehouden. Daarnaast waren de F-16’s inzetbaar voor luchtsteun aan VN-militairen op de grond. „Doordat we beide taken konden vervullen waren onze toestellen zeer in trek”, vertelt generaal Eikelboom.

Dat bleef volgens de huidige Commandant Luchtstrijdkrachten en voormalig F-16-piloot Dennis Luyt zo doordat de F-16 permanent updates kreeg. „Van de buitenkant is het een klassieker. Onder de carrosserie is het toestel dankzij nieuwe computers, software en sensoren nog bij de tijd.”

Een belangrijke stap in de modernisering was de update die het toestel in staat stelde lasergestuurde bommen af te werpen. Ze werden door een groepje Nederlandse piloten voor het eerst gebruikt in de luchtoorlog boven Kosovo.

Daarbij moesten de F-16-vliegers al hun vaardigheden inzetten. Piloot Peter Tankink schreef historie door een vijandelijke Mig-29 neer te halen. Collega’s toonden grote moed bij het – onder zware luchtafweer – aanvallen van gronddoelen zoals Servische vliegvelden. Voor deze acties kregen zes vliegers dit jaar, bijna twee decennia na dato, het Vliegerkruis toegekend. „Door Allied Force werden we weer krijgers”, zegt piloot Niki die tot de gedecoreerden behoort.

Daarna verschoof het inzetten richting steun aan grondoperaties. Of het nu assistentie verlenen aan troepen in Afghanistan of het bombarderen van vijandelijke doelen in IS-gebied. „Die inzetten laten zien dat de F-16 nog steeds relevant is”, vindt generaal Luyt. „Tegelijkertijd kent hij beperkingen. Met name in gebieden waar de nieuwste luchtafweer staat, kan hij niet veilig opereren.”

Volgend jaar herfst komen de eerste Joint Strike Fighters naar Leeuwarden. De squadrons schakelen in vijf jaar fasegewijs over op de nieuwkomer. Helemaal uitsluiten doet de luchtmachtbaas een uitzending van F-16’s in die tijd niet. Vooral doordat de luchtmacht veel tijd en personeel kwijt is aan de omschakeling, lijkt de kans daarop niet erg groot.

Zijn de officieren van wie de loopbanen vergroeid zijn met de F-16 ook niet een beetje verdrietig dat de F-16 plaats moet maken? „Natuurlijk. Ik heb er 22 jaar mee gevlogen en het blijft een prachtige kist”, zegt Jouke Eikelboom.

Ook Dennis Luyt kijkt terug met enige nostalgie. „Dat kan niet anders wanneer je bijna het hele tijdperk hebt meegemaakt. Het was een geweldig toestel dat generaties vliegers overal heeft gebracht en gediend”, zegt de commandant. „Tegelijkertijd zie ik wanneer ik terugdenk direct de gezichten voor me van de mannen die met een F-16 zijn omgekomen. Om die harde kant kun je niet heen. We gaan een tijdperk afsluiten. Gelukkig heb ik zelf al kunnen zien wat voor moois de toekomst ons brengt.”

Bron: Telegraaf / Defensie (foto illustratief)

Kamer: Geen Nederlandse JSF’s voor motoronderhoud naar Turkije

De Tweede Kamer wil dat het kabinet maatregelen neemt om te zorgen dat Nederland voor het onderhoud van de nieuwe JSF-vliegtuigen niet afhankelijk wordt van Turkije. ChristenUnie, VVD, CDA en SGP zien liever dat het motoronderhoud in Nederland wordt uitgevoerd
Turkije is, net als Noorwegen en ons land, door de Amerikanen – die het toestel produceren – aangewezen als land dat in het motoronderhoud van in Europa gestationeerde gevechtsvliegtuigen mag doen. Dat vindt ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind onverstandig. ,,Dat maakt je op het moment van spanningen ontzettend afhankelijk.’’ Hij wijst er op dat er ook in het Verenigd Koninkrijk zorgen zijn over het Turkse motoronderhoud.




Op zijn initiatief werd bij het debat over de defensiebegroting een motie ingediend die het kabinet oproept dat onderhoud alleen in Nederland wordt gedaan. Nederland gaat de huidige F-16 gevechtsvliegtuigen vervangen voor F-35-toestellen, zoals de straaljager officieel heet.

Ruzie
Voordewind roept in herinnering dat Nederland in maart 2017 een hoogoplopende diplomatieke ruzie met het land kreeg, waardoor de banden tussen ons land en Turkije werden verbroken. Pas in juli van dit jaar werden de diplomatieke betrekkingen hersteld. ,,Wat zou er gebeuren als onze F-35’s daar staan? Krijg je die dan terug? Of worden de toestellen dan gegijzeld?’’

Volgens Voordewind moet Nederland ‘in ieder geval een plan-B hebben’. ,,De Amerikanen doen het onderhoud voor hun eigen toestellen ook zelf.’’ Volgens staatssecretaris Barbara Visser van Defensie is er geen sprake van dat Nederland afhankelijk wordt van Turkije. Wel steunt ze het pleidooi van de Kamer om zoveel mogelijk onderhoudswerk door Nederland te laten doen. ,,Het moet ook voor andere landen heel aantrekkelijk zijn om voor onderhoud in Woensdrecht terecht te kunnen.’’

Bron: AD / Defensie (foto illustratief)