Bij laatste strijders tegen ISIS zat het venijn in de staart

In de strijd tegen ISIS zagen vliegers dat de situatie op de grond met de jaren zienderogen was veranderd. “ISIS had grote verliezen geleden”, zei Commandant der Strijdkrachten (CDS) luitenant-admiraal Rob Bauer op Vliegbasis Leeuwarden. Hij sprak tot de militairen die als laatsten de Air Task Force Middle East in Jordanië vormden, maar ook tot het detachement dat vervolgens de boel afbouwde en inpakte. Ze kregen gisteren de Herinneringsmedaille Internationale Missies.

Bauer vervolgde te vertellen dat het gebied dat ISIS had veroverd met de dag kleiner werd. Daardoor liep het aantal missies terug en waren er veel minder bommen nodig dan voorheen. Hij herhaalde de vraag van eind vorig jaar. Was een elfde detachement nog wel nodig?

Niet afbouwen
Bauer: “Het antwoord was ja. En hoe… Ze zeggen niet voor niets: het venijn zit in de staart.” Het laatste detachement ging niet zoals gedacht afbouwen, maar werd zelfs meer ingezet dan eerder in de strijd tegen ISIS. “Het munitiecomplex was tot 2 maal toe nagenoeg helemaal leeg. Er moest met spoed worden bevoorraad.”




Volgens de CDS was het geen wonder dat het 11e als ‘Final Eleven’ op veel belangstelling kon rekenen. Niet alleen journalisten kwamen het werk van het detachement ter plekke bekijken. Ook cabaretier Javier Guzman, Andre Kuipers en Bauer zelf bezochten de militairen.

Grote wonden
De manier waarop het team samenwerkte, joint en internationaal, vormde volgens Bauer de basis voor een eenheid die stond als een huis. “Dit was in het bijzonder merkbaar op oudejaarsdag. De dag waarop de F-16’s hun laatste missies vlogen. Hun laatste bommen in de strijd tegen ISIS lieten vallen. Na bijna 4 jaar kwam er dan nu echt een einde aan onze F-16 inzet vanuit Jordanië. De inzet die door de collega’s op het hoofdkwartier in Qatar werd ondersteund. Bijna 4 jaar tegen een tegenstander die mensen op barbaarse wijze onderdrukte en terroriseerde. Op een wijze die grote wonden achter laat. Achterover leunen en niets doen was geen optie”, zei Bauer.

“Op die bewuste 31 december keerden de F-16’s voor de laatste keer terug uit de strijd. Het zat erop. Een markering in de Nederlandse geschiedenis van de Koninklijke Luchtmacht en Defensie als geheel.”

Logistiek allesbepalende factor
Nu begon het werk voor de redeployment task force. “We vergeten soms gemakshalve dat logistiek een allesbepalende factor is voor het slagen van een missie. Want géén missie zonder logistiek. Zonder materialen, geen vlucht. Zonder water en eten, geen militairen. Zonder post, geen glimlach op het gezicht van diezelfde militairen.

Maar wat we optuigen voor een operatie, moet ook weer terug. Met dezelfde chirurgische precisie als de missie werd uitgevoerd. En u zorgde daarvoor. Ieder vanuit z’n eigen expertise. Een speciaal samengesteld team vanuit de gehele organisatie. Vanuit de luchtmacht. Het Defensie Ondersteuningscommando. En het 10 Natresbataljon.”

Volgens Bauer was een redeployment niet eerder zo soepel is verlopen. “Binnen 2 maanden had u 929.864 kilo materieel vervoerd, verdeeld over 119 containers en 8 transportvliegtuigen. Dan hebben we het over 7.104 verschillende artikelen.”

De redeployment task force deed de deur dicht in Jordanië. ”Na u kon de motor daar, die op volle toeren draaide, worden uitgezet.”

Bron: Defensie (foto illustratief)

Nederlandse bombardementen Irak en Syrië: onschuldigen stierven bij 2500 missies

De missie tegen IS was een succes, maar de Nederlandse bommen op Irak en Syrië maakten ook onschuldige slachtoffers. Verslag van een nog onvoltooide zoektocht naar de ‘collateral damage’.
21 september 2015, Mosul, Irak, na middernacht: Bassim Razzo (56), accountmanager bij een telecommunicatiebedrijf, schrikt wakker in zijn bed in een vrijstaand huis in een buitenwijk. Zijn woning trilt, hij voelt de smaak van bloed in zijn mond. Als hij naar boven kijkt, ziet hij niet het plafond van zijn slaapkamer, maar de sterrenhemel. Bewegen kan hij niet meer en als hij de naam roept van zijn vrouw Mayada en die van zijn dochter Tuqa, komt er geen antwoord. Daarna verliest hij het bewustzijn. Als Bassim weer bijkomt, ligt hij in een ziekenhuis. Zijn vrouw en zijn dochter zijn dood, zijn huis is verwoest. Net zoals het huis ernaast: waar zijn broer met zijn gezin woonde. De panden zijn geraakt door twee westerse bommen. De coalitie dacht een hoofdkwartier van IS te raken, het bleken twee gewone woonhuizen.




Dit is een verhaal over de zoektocht naar de collateral damage van de Nederlandse bombardementen op Irak en Syrië. Die militaire missie tegen terreurgroep IS eindigde op 31 december, de vier Nederlandse F-16’s zijn weer thuis. De missie was een succes, stelt het ministerie van Defensie. IS is teruggedrongen. ,,Nu moeten we de Iraakse overheid helpen om hun overwinning op IS vast te houden en te steunen in de wederopbouw”, zei minister Bijleveld van Defensie dit najaar.

Maar hoe hoog was de prijs van dat succes? Hebben Nederlandse bommen burgerslachtoffers gemaakt? En zo ja, wie waren het en heeft Nederland iets gedaan om ze te compenseren voor hun leed?

Vrij weinig
Vanaf september 2014 maakte Nederland, samen met onder meer Amerika en Groot-Brittannië, deel uit van de internationale coalitie tegen IS. Nederland vloog 2500 missies boven het strijdgebied, de vliegers gebruikten meer dan 1900 keer hun wapens. Alle coalitielanden samen gooiden ruim 100.000 bommen af. Er vielen, volgens de coalitie zelf, 1000 burgerdoden bij. Organisaties als Amnesty International en Airwars schatten dat aantal op zeker 7000.

Wat vertelt Nederland over die collateral damage? Vrij weinig. Ja, er zijn burgerslachtoffers gevallen, waarschijnlijk meerdere keren, blijkt uit openbare documenten van Defensie. Maar waar en wanneer dat gebeurde, wil het ministerie niet vertellen. Ook geeft ze geen schatting hoeveel burgers er zijn omgekomen door Nederlandse bombardementen.

In een brief aan de Tweede Kamer van april dit jaar schrijft Defensie dat het Openbaar Ministerie onderzoek heeft gedaan naar vier bombardementen waarbij mogelijk fouten zouden zijn gemaakt. Bij drie daarvan zijn mogelijk of zeker burgerslachtoffers gevallen.

In een geval rijdt er plotseling een auto in de ‘blast range van de bom’. In de twee andere gevallen gaat er meer mis. Een Nederlandse F-16 gooit een bom op een gebouw dat door IS gebruikt wordt als fabriek voor autobommen. Een legitiem doel, maar er blijken veel meer explosieven te liggen dan verwacht. ,,Door secundaire explosies wordt een aantal andere gebouwen in de omgeving vernietigd. Het is zeer waarschijnlijk dat bij deze aanval burgerdoden zijn gevallen”, schrijft het ministerie. Bij het tweede incident blijkt een verondersteld hoofdkwartier van IS een gewoon woonhuis te zijn. De inlichtingen waren ‘onjuist’. ,,Bij deze aanval zijn burgerslachtoffers gevallen.” Het OM sluit het onderzoek: dat het fout ging, was niet aan Nederland te wijten.

Wat ging er mis?
Waar precies en wanneer hebben die incidenten plaatsgevonden? Wat ging er mis in de planning? Hoeveel slachtoffers waren er? Defensie wil er geen antwoord op geven.

Daarom doen we een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB). We vragen om de after action reports van de genoemde incidenten, die plaats hebben gevonden tussen oktober 2014 en juni 2016 in Irak. Ons WOB-verzoek wordt afgewezen vanwege ‘nationale en operationele veiligheid’. ,,Verstrekking zou het risico voor de veiligheid van de militairen en de Nederlandse samenleving kunnen vergroten”, stelt Defensie.

Ook het Openbaar Ministerie, dat de incidenten onderzocht, wijst ons verzoek om documenten af. We vragen het OM ook of het onderzocht heeft hoe het kwam dat de inlichtingen die Nederland kreeg, niet klopten. Dat is niet onze taak, meldt een woordvoerder.

Het Amerikaanse hoofdkwartier Centcom in Florida dan? Zij doen de woordvoering over de acties van de coalitie. De Amerikaanse reactie: ,,We doen nooit uitspraken over bijdrages van individuele landen.” Ons beroep op de Freedom of Information Act staat momenteel op plek 624 in de wachtrij.

Gewoon woonhuis
We zoeken contact met journaliste Azmat Khan die voor The New York Times in Irak zelf onderzoek deed naar burgerslachtoffers. Samen zetten we alle bekende incidenten op een rij waarbij de coalitie dacht dat het een IS-hoofdkwartier bombardeerde, maar waar het doel uiteindelijk een gewoon woonhuis bleek. Het soort incident waarvan Nederland in de Kamerbrief erkent dat het erbij betrokken is geweest. We vinden één match in de betreffende periode: de dodelijke aanval op twee vrijstaande woningen bij Mosul op 21 september 2015, waarbij Bassim Razzo zijn familie verloor. ,,Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan ze denk”, zei Razzo, die zelf studeerde in de VS, erover in The New York Times.

Had Nederland een aandeel in die gruwelijke vergissing? Uit een Amerikaans document blijkt dat ‘de VS direct betrokken was bij deze aanval’. ,,Het doel was opgezet en goedgekeurd door het hoofdkwartier en de VS leverde airframes en munitie voor de aanval.‘’

Dat is een ‘zeer cryptische omschrijving’, stelt Peter Wijninga, een voormalige luchtmachtofficier die nu verbonden is aan het Haagse Centrum voor Strategische Studies. ,,Airframes is luchtmachtjargon voor vliegtuigen, letterlijk ‘casco’, zonder bemanning dus. Het kan erop wijzen dat de vliegtuigen werden bemand door vliegers van een andere nationaliteit. Kortom: wordt hier een coalitiepartner uit de wind gehouden of probeert men de eigen rol te verdoezelen?‘’

Als we Defensie vragen of Nederlandse piloten in toestellen van andere landen hebben gevlogen, antwoordt het ministerie dat dat boven Irak inderdaad is gebeurd. ,,In het kader van een uitwisselingsproject.‘’

Burgerslachtoffers
Het weekbericht van Defensie meldt in de betreffende week van 2015: ,,Bij een van de coalitiemissies had een Nederlandse F-16-vlieger de leiding over een luchtaanval op verschillende ISIS-doelwitten. Er namen verschillende vliegtuigen van de coalitie hieraan deel.” Meer informatie geeft niemand.

We maken ook een lijst van bombardementen die voldoen aan het tweede incident waarbij Nederland betrokken is geweest: aanvallen waarbij een bommenfabriek is getroffen, maar waarbij door ‘secondary explosions’ onbedoeld ook burgerslachtoffers zijn gevallen. We komen tot vijf aanvallen die enigszins overeenkomen, bij elk van die aanvallen vielen tussen de vijf en tien burgerdoden. Van die aanvallen is niet bekend wie ze heeft uitgevoerd.

De grootste tragedie vond plaats op 3 juni 2015 bij de stad Hawija, Irak: de coalitie bestookt daar een IS-bommenfabriek op een industrieterrein, maar omdat er veel meer explosieven liggen dan gedacht, ontstaat een ravage. Omwonenden melden aan internationale persbureaus 70 doden, onder wie veel burgers én 26 kinderen. De coalitie bevestigt de aanval, maar zegt niets over burgerdoden.

Op social media zijn geen beelden van de resten van de bom te vinden die kunnen helpen bij identificatie. De nabestaanden van de burgerdoden in Hawija hebben geen idee door welk land hun geliefden zijn gebombardeerd.

Oorlogsrecht
,,Bij luchtaanvallen mogen, volgens het oorlogsrecht, burgerslachtoffers vallen. Als er maar zo veel mogelijk wordt gedaan om het te voorkomen”, stelt advocate Liesbeth Zegveld, gespecialiseerd in mensenrechtenschendingen. ,,Maar we zijn ook verplicht de doden te registreren en we weten niets over de slachtoffers die we met onze bombardementen in Irak en Syrië maken.”

Zegveld vertegenwoordigt Mohammed Ahmed, een Irakese student die op 26 januari 2015 van Mosul met een taxi naar Bagdad probeerde te komen. De bom die de taxi raakte, doodde zijn moeder. Mohammed heeft geen idee welk land de bom heeft afgeworpen. Zegveld vroeg het de Nederlandse overheid, maar kreeg de informatie niet. Begin 2019 start ze in Nederland een rechtszaak namens Ahmed, in de hoop dat er dan gegevens boven tafel komen. ,,Het is bizar dat deze mensen nu in het duister tasten.‘’

Als de herkomst van de bom bekend is, kan Ahmed om verantwoording en eventueel om compensatie vragen. Dat laatste is nu een ondoorzichtig traject. Nabestaanden en andere slachtoffers moeten bij de Irakese overheid aankloppen voor schadevergoeding. Het systeem dat daarvoor is opgezet, werkt amper, stellen deskundigen. Nederland heeft dit voorjaar bij de coalitie geopperd een centraal coalitiemeldpunt op te zetten waar burgerslachtoffers zich kunnen melden. De andere leden zagen er niets in.

Zegveld: ,,Het zou goed zijn als dat meldpunt er wel komt. Mijn cliënt heeft op zich niets tegen de rol van de coalitie in de oorlog in zijn land, maar dan moet die coalitie wel haar verantwoordelijkheid nemen. Het geldt ook voor Nederland: we willen meedoen met de grote jongens, maar dan moet je na A ook B zeggen.”

Immense verdriet
Maart, 2017. Bassim Razzo is de eerste Irakees die tijdens de oorlog tegen IS door het Amerikaanse leger wordt ontvangen om te praten over een schadevergoeding. Razzo heeft zijn materiële schade berekend: bijna 550.000 dollar, voor de verwoeste huizen, inventaris, auto’s en medische kosten. Het staat nog los van het immense verdriet over het verlies van zijn familie. ,,We willen ons medeleven uitspreken”, zegt een vertegenwoordiger van het Amerikaanse leger tijdens de bijeenkomst in Erbil, Irak. ,,Als excuses voor uw verlies bieden we u 15.000 dollar.” Razzo kijkt de militair vol ongeloof aan. ,,Sorry, dat kan ik niet aannemen. Dat is een belediging.”

Voor dit verhaal is onder meer gebruikgemaakt van de productie The Uncounted van The New York Times. Heeft u meer informatie over de Nederlandse bombardementen op Syrië en Irak? Anoniem en veilig delen kan via ad.publeaks.nl

Nederlandse F-16’s vertrokken in januari 2018 van vliegbasis Volkel naar het Midden-Oosten om daar mee te doen aan de strijd tegen terreurorganisatie Islamitische Staat. De toestellen zullen opereren vanuit Jordanië.

Bron: AD / Defensie (foto illustratief)