Trek lessen uit missie Uruzgan

Het meest tastbare resultaat van de Nederlandse wederopbouw in Afghanistan is de ontsluiting van de provincie Uruzgan. Dat stelt Jan Willem Petersen in zijn onderzoeksrapport. Hij onderzocht de nalatenschap van de Nederlandse projecten in Uruzgan, met als doel ervan te leren.
10 jaar nadat de Task Force Uruzgan (TFU) begon, verkende hij de resultaten van de wederopbouwprojecten tussen 2006 en 2010. De studie geeft een grondig inzicht in 4 jaar opbouwwerk. “Ik lever deze bijdrage uit optimisme”, zei Petersen die gisteren zijn rapport overhandigde aan Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp.

Fundament voor vooruitgang
Voordat de internationale gemeenschap in Uruzgan arriveerde, was de provincie een van de meest afgelegen, achtergestelde en geïsoleerde gebieden van het land. Toen de TFU begon ontbraken verharde straten, televisie, telefoon, verbindingswegen en bruggen. Ook publieke voorzieningen waren afwezig of functioneerden nauwelijks. Anno 2016 is de provincie Uruzgan fysiek en sociaal verbonden met Afghanistan. De Nederlanders zorgden voor verbeterde bereikbaarheid van de provincie. Dat legde een fundament voor zelfstandige vooruitgang. “Elk openbaar gebouw dat er staat, is er door westerse hulp gekomen.”

Wisselende resultaten
Maar er zijn ook kanttekeningen bij de Nederlandse inzet. Zo zijn de resultaten van de diverse projecten zeer wisselend. Totaal zijn 30 projecten onderzocht, waarvan er 20 in de studie zijn opgenomen. Om uiteenlopende redenen functioneert een deel van de projecten niet of maar ten dele.

middendorp-met-studie-peteren_noventas-by-mindef

Nog veel te winnen
Met een verbeterde inzet is er op het gebied van wederopbouw nog veel te winnen, concludeert Petersen. “Ik ben kritisch met de intentie om betere resultaten te boeken voor toekomstige missies”. Hij noemt het verschil tussen de Nederlandse ambities en de afstemming op de lokale situatie. Dat te overbruggen is volgens hem de grootste uitdaging. Petersen: “Voor een zinvolle nalatenschap is het belangrijk om goed te checken wat de lokale behoeften en gewoonten van de gebruiker zijn.” De onderzoeker geeft in zijn studie concrete aanknopingspunten voor een effectievere wederopbouw.

Bijzondere plek

In de Nederlandse militaire geschiedenis neemt de missie in Uruzgan een bijzondere plek in. Dat kwam onder meer door de grootscheepse militaire inzet, de intensieve samenwerking met coalitiepartners en het aantal wederopbouwprojecten. Ook de mate van verantwoordelijkheid als lead nation woog zwaar, net als de maatschappelijke impact die het had in eigen land. Volgens Petersen heeft Nederland veel voor elkaar gekregen maar is het nu zaak lering te trekken.

Bereidheid te leren
Het ministerie van Buitenlandse Zaken ondersteunde het onderzoek van Petersen. “Geen enkele ISAF-coalitiepartner nam eerder deze stap om de resultaten achteraf in een dergelijk onderzoek te beschrijven. Het getuigt van de bereidheid te leren uit de 4 jaar dat Nederland verantwoordelijk was in het gebied”, aldus Petersen.

Bron: Defensie

‘Legermaat’ Admilson R. in beeld bij justitie

Justitie heropent het onderzoek naar een moordaanslag met een handgranaat op een Nederlands pantservoertuig in Afghanistan. Dit onderzoek volgt op recente berichtgeving in De Telegraaf dat de destijds beschuldigde veteraan Erik Groenendijk niet bij de opzettelijk veroorzaakte granaatexplosie in 2010 in Camp Coyote betrokken kan zijn geweest.Groenendijk probeerde in het verleden al aangifte tegen R. te doen vanwege een poging tot moord, maar justitie wees hem toen de deur. In mei pakte de Telegraaf het dossier op.

Er zijn sterke aanwijzingen dat Groenendijks collega, de latere seriemoordenaar Admilson R., de ontploffing veroorzaakte door een granaat in de Bushmaster op scherp te zetten. R. had destijds Groenendijk wijs gemaakt dat diens iPod in de Bushmaster lag en liet hem daar zoeken, terwijl hij zelf op veilige afstand stond toen de granaat explodeerde. Groenendijk overleefde ternauwernood de aanslag en liep ernstig rugletsel op.

Groenendijk is verheugd na de mededeling van het militaire OM in Arnhem dat de zaak opnieuw onder de loep te nemen. „Ik ben daar reuzeblij mee en hoop dat het recht zal zegevieren. Voor mij is belangrijk dat de waarheid boven tafel komt. Dat houdt hopelijk ook in dat R. alsnog zijn straf krijgt.”

Uit het dossier van Groenendijk blijkt dat de marechaussee destijds bij het onderzoek in Afghanistan belangrijke feiten tegen R. buiten beschouwing liet. Pal voor de aanslag was R. al bij drie andere incidenten met handgranaten betrokken. Zo verdween kort voor de moordaanslag een handgranaat bij een wachtpost waar R. op dat moment wacht liep. Nadat R. van zijn Afghanistan-missie terugkeerde, pleegde hij met zijn broer Marcos drie moorden.

Bron: Telegraaf / Veteraneninstituut