Hoogste militair VS benoemd tot commandeur Orde Oranje-Nassau

De hoogste militair van de Amerikaanse krijgsmacht generaal Joe Dunford is vandaag benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje Nassau met de zwaarden. Hij kreeg de hoge onderscheiding uit handen van minister Ank Bijleveld-Schouten. Dat gebeurde in het ministerie.




Dunford kreeg de onderscheiding “voor zijn uitmuntende en van onschatbare waarde zijnde verdiensten voor de internationale vrede en veiligheid.” De generaal speelde en speelt een verenigende en inspirerende rol binnen diverse internationale coalities zoals ISAF en de anti-ISIS-coalitie. Ook staat hij constructief en positief ten aanzien van de Nederlandse strijdkrachten.

Oefeningen en uitwisselingsprogramma’s
“U bent boven alles een verbinder”, aldus minister Bijleveld en citeerde daarbij de Nederlandse ambassadeur in de VS. “U bent een subtiel pleitbezorger voor Nederland met als resultaat dat we in verschillende internationale fora worden gehoord.”

Toen Dunford commandant was van het US Marine Corps zette hij zich in voor samenwerking met de korpsen mariniers van Groot-Brittannië en Nederland. “Dat resulteerde in gezamenlijke oefeningen, uitwisselingsprogramma’s voor personeel en het delen van kennis en ervaringen”, zei Bijleveld. Onder Amerikaanse leiding vinden de zogenoemde Tri Marine Corps Staff Talks plaats. Dit zijn jaarlijkse stafbesprekingen op generaalsniveau tussen de Amerikaanse, Britse en Nederlandse korpsen om aan de bestaande samenwerking optimaal invulling te geven.

Anti-ISIS-coalitie
Dunford nam in 2014 het initiatief voor de anti-ISIS-coalitie, waaraan inmiddels 80 landen deelnemen. Bijleveld: “U betrok er ook civiele instellingen bij, omdat u erin gelooft dat er meer nodig is dan alleen een militaire oplossing. Het betekent dat ISIS effectief kon worden bevochten. Het resultaat was het countering violent extremist organisations Framework. Zonder uw persoonlijke steun en toegewijde harde werk was dit nooit mogelijk geweest. Het is mijn hoop dat het militaire netwerk in de komende jaren nog veel profijt oplevert.”

Met het toekennen van de hoge onderscheiding onderstreept Nederland het belang dat zij hecht aan de transatlantische band en de relaties met de Verenigde Staten.

Bijzonder bezoek
Dunford was in Nederland voor een werkbezoek. Een bijzonderheid, want het is een zeldzaamheid dat de hoogste militair van de Verenigde Staten Nederland aandoet. Na de officiële ontvangst op het Binnenhof en de uitreiking van de onderscheiding volgde een rondetafelgesprek tussen Bauer en Dunford en hun delegaties.

Bron: Defensie

Trek lessen uit missie Uruzgan

Het meest tastbare resultaat van de Nederlandse wederopbouw in Afghanistan is de ontsluiting van de provincie Uruzgan. Dat stelt Jan Willem Petersen in zijn onderzoeksrapport. Hij onderzocht de nalatenschap van de Nederlandse projecten in Uruzgan, met als doel ervan te leren.
10 jaar nadat de Task Force Uruzgan (TFU) begon, verkende hij de resultaten van de wederopbouwprojecten tussen 2006 en 2010. De studie geeft een grondig inzicht in 4 jaar opbouwwerk. “Ik lever deze bijdrage uit optimisme”, zei Petersen die gisteren zijn rapport overhandigde aan Commandant der Strijdkrachten generaal Tom Middendorp.

Fundament voor vooruitgang
Voordat de internationale gemeenschap in Uruzgan arriveerde, was de provincie een van de meest afgelegen, achtergestelde en geïsoleerde gebieden van het land. Toen de TFU begon ontbraken verharde straten, televisie, telefoon, verbindingswegen en bruggen. Ook publieke voorzieningen waren afwezig of functioneerden nauwelijks. Anno 2016 is de provincie Uruzgan fysiek en sociaal verbonden met Afghanistan. De Nederlanders zorgden voor verbeterde bereikbaarheid van de provincie. Dat legde een fundament voor zelfstandige vooruitgang. “Elk openbaar gebouw dat er staat, is er door westerse hulp gekomen.”

Wisselende resultaten
Maar er zijn ook kanttekeningen bij de Nederlandse inzet. Zo zijn de resultaten van de diverse projecten zeer wisselend. Totaal zijn 30 projecten onderzocht, waarvan er 20 in de studie zijn opgenomen. Om uiteenlopende redenen functioneert een deel van de projecten niet of maar ten dele.

middendorp-met-studie-peteren_noventas-by-mindef

Nog veel te winnen
Met een verbeterde inzet is er op het gebied van wederopbouw nog veel te winnen, concludeert Petersen. “Ik ben kritisch met de intentie om betere resultaten te boeken voor toekomstige missies”. Hij noemt het verschil tussen de Nederlandse ambities en de afstemming op de lokale situatie. Dat te overbruggen is volgens hem de grootste uitdaging. Petersen: “Voor een zinvolle nalatenschap is het belangrijk om goed te checken wat de lokale behoeften en gewoonten van de gebruiker zijn.” De onderzoeker geeft in zijn studie concrete aanknopingspunten voor een effectievere wederopbouw.

Bijzondere plek

In de Nederlandse militaire geschiedenis neemt de missie in Uruzgan een bijzondere plek in. Dat kwam onder meer door de grootscheepse militaire inzet, de intensieve samenwerking met coalitiepartners en het aantal wederopbouwprojecten. Ook de mate van verantwoordelijkheid als lead nation woog zwaar, net als de maatschappelijke impact die het had in eigen land. Volgens Petersen heeft Nederland veel voor elkaar gekregen maar is het nu zaak lering te trekken.

Bereidheid te leren
Het ministerie van Buitenlandse Zaken ondersteunde het onderzoek van Petersen. “Geen enkele ISAF-coalitiepartner nam eerder deze stap om de resultaten achteraf in een dergelijk onderzoek te beschrijven. Het getuigt van de bereidheid te leren uit de 4 jaar dat Nederland verantwoordelijk was in het gebied”, aldus Petersen.

Bron: Defensie