Defensie verplaatst mogelijk militairen in Irak, maar haalt niet terug naar NL

Defensie haalt geen militairen in Irak terug naar Nederland, maar houdt wel rekening met eventuele verplaatsingen binnen het missiegebied. Het gaat dan om personeel dat niet per se op de huidige locatie nodig is. Over welke en hoeveel mensen het gaat doet Defensie vanwege de veiligheid geen mededelingen.

De Nederlandse trainingsactiviteiten in Irak waren al stilgelegd vanwege de veiligheidssituatie door de oplopende spanningen tussen de Verenigde Staten en Iran.

Inmiddels voerde Iran in onder meer het Noord-Iraakse Erbil en in Bagdad raketaanvallen uit. Die waren bedoeld als vergelding voor de dood van de Iraanse generaal Qassem Soleimani. Die kwam in Irak om het leven bij een Amerikaanse raketaanval. De Nederlandse militairen in beide plaatsen bleven ongedeerd.

In Erbil nemen Nederlandse militairen deel aan de Capacity Building Mission Iraq en trainen de Koerdische strijdkrachten die ISIS-strijders op de grond bevechten.

Bij Bagdad traint een aantal Nederlandse militairen van de Special Operations Forces Iraakse collega’s.




Defensie erkent burgerslachtoffers bij bombardement Irak

Defensie heeft de plaats, datum en tijd bekend gemaakt van 2 bombardementen door Nederlandse F-16’s in Irak. De Nederlandse regering stelde zelf vast dat hierbij zeker dan wel zeer waarschijnlijk burgerslachtoffers zijn gevallen. Defensie schat dat het om 74 mensen gaat. Dat meldt minister Ank Bijleveld-Schouten vandaag per brief aan de Tweede Kamer.

Van oktober 2014 tot en met juni 2016 en heel 2018 namen Nederlandse F-16’s deel aan de anti-ISIS coalitie en vlogen circa 3000 missies. Daarbij zijn meer dan 2100 keer wapens ingezet.

Hawija
In de nacht van 2 op 3 juni 2015 werd in Hawija (Irak) een faciliteit aangevallen waar door ISIS geïmproviseerde autobommen werden gefabriceerd. Deze fabriek lag in een industriegebied. Er waren voorafgaand aan de aanval op basis van de bij Nederland beschikbare inlichtingen geen indicaties dat door de effecten van de wapeninzet burgerslachtoffers zouden vallen. Dit omdat er zich in de directe nabijheid van het doel geen burgers waren. De dichtstbijzijnde woonhuizen stonden buiten het vooraf voorziene schadegebied. Na de aanval waren er echter meer en grotere secundaire explosies dan door eerdere ervaringen met het uitschakelen van dit type doel waren te verwachten. Hierdoor was er sprake van een groter schadegebied. Het bleek namelijk dat in de fabriek veel meer explosieven waren dan bij Nederland bekend was of viel in te schatten op basis van de toen beschikbare inlichtingen van de anti-ISIS coalitie. Hierdoor werd ook een groot aantal andere gebouwen in de omgeving vernietigd. Uit nader onderzoek van het coalitiehoofdkwartier bleek dat bij deze explosies zeer waarschijnlijk burgerslachtoffers vielen te betreuren. Er waren namelijk zeer waarschijnlijk burgers in het door de secundaire explosies getroffen gebied. Op basis van de door het coalitiehoofdkwartier aangehaalde bronnen zijn bij deze aanval ongeveer 70 slachtoffers gevallen, zowel burgers als ISIS-strijders. Om hoeveel omgekomen ISIS-strijders of burgerslachtoffers het ging was achteraf niet vast te stellen.

Mosul
In de nacht van 20 op 21 september 2015 is er een vermeend ISIS-hoofdkwartier in Mosul aangevallen. Achteraf stelde het coalitiehoofdkwartier Nederland ervan op de hoogte dat dit een woonhuis met burgers betrof. Later is vastgesteld dat inlichtingen van de anti-ISIS coalitie, die hebben geleid tot het identificeren van het doel, onjuist waren. Op basis van de door het coalitiehoofdkwartier aangehaalde open bronnen zijn bij deze aanval zeer waarschijnlijk 4 burgerslachtoffers gevallen.

Beide bovenstaande gevallen zijn later door het Openbaar Ministerie zelfstandig onderzocht. Het OM zag uiteindelijk geen aanleiding voor vervolgonderzoek.




Zo min mogelijk nevenschade
Bijleveld ‘betreurt het ten zeerste’ dat er burgerslachtoffers zijn gevallen. “Het hele proces dat voorafgaat aan wapeninzet is erop ingericht om zo min mogelijk nevenschade te maken, zeker als het om burgerslachtoffers gaat. Er wordt daarom altijd enorm zorgvuldig gekeken naar de plaatselijke situatie en beschikbare informatie. Helaas is het in een oorlog nooit volledig uit te sluiten dat er burgerslachtoffers vallen.”

Vliegers
Afgelopen donderdag sprak de minister met F-16-vliegers over het openbaar maken van de luchtaanvallen. In het gesprek gaf Bijleveld aan dat ze het belangrijk vindt zo transparant mogelijk te zijn over de inzet van Nederlandse F-16’s en burgerslachtoffers. Vanuit de vliegers was er ruimte om vragen, opmerkingen en zorgen te delen met de minister.

Verslaan van het kalifaat
Bijleveld benadrukt dat ze pal achter de ingezette F-16-vliegers staat. “Onze vliegers hebben voor onze veiligheid gevochten tegen ISIS. Ze hebben dat zorgvuldig en professioneel gedaan, terwijl er veel verantwoordelijkheid en druk op hun schouders rustte. Ik ben er trots op dat onze militairen hebben bijgedragen aan het verslaan van het kalifaat.”