Staatssecretaris Visser ‘pitcht’ defensiebelang bij bedrijfsleven VS en Nederland

“Innovatie is onze gemeenschappelijke deler. Net als de wil om samen te werken. Dat zit u allen in het bloed.” Staatssecretaris Barbara Visser sprak dinsdag in Wassenaar voor een ondernemend publiek. Haar toehoorders waren bestuursleden van grote Amerikaanse bedrijven in Nederland en Nederlandse ondernemingen met belangen in de Verenigde Staten.

Volgens Visser vraagt de veranderende veiligheidsomgeving om nieuwe oplossingen, met nieuwe technologie als onmisbaar element. Defensie heeft inmiddels ook weer financiële ruimte om te investeren in kennis en innovatie. Dat geld wordt ook gebruikt om te onderzoeken of technologie echt werkbaar is en om dreigingen van de toekomst het hoofd te bieden.




Creativiteit, kennis en lef
“Net als bij u heeft innovatie voor Defensie prioriteit.” Visser zei daarbij te geloven in de kracht van samenwerken. Defensie weet wel hoe ze het land moet verdedigen, stelde ze. Maar ondernemers hebben volgens haar net dat stukje creativiteit, kennis en lef dat helpt potentiële tegenstanders nóg slimmer af te zijn. “Wij hebben uw capaciteiten nodig.”

Als aansprekend voorbeeld noemde Visser de operationele testfase van de F-35. De Koninklijk Luchtmacht, Verenigde Staten, Groot-Brittannië én industrie ontwikkelen het toestel samen verder. Een voorbeeld op kleinere schaal is Delft Dynamics, winnaar van de laatste Defensie Innovatie Competitie. Het bedrijf ontwikkelt momenteel een prototype U-drone dat onder meer informatie onder de grond verzamelt.

Industrie versterken
Het kabinet wil sowieso Nederlandse bedrijven laten groeien in militaire kennis en technologie. Andersom zoeken de Verenigde Staten nieuwe betrouwbare leveranciers om hun industriële basis minder afhankelijk maken. Visser ziet dan ook mogelijkheden om elkaar te vinden in deze unieke sector.

Uitdaging voor gezamenlijke veiligheid
“Laat geen kansen liggen en werk samen met Defensie”, besloot ze haar betoog. “Zie de soms ongrijpbare procedures als een uitdaging. Voor onze gezamenlijke veiligheid, gezamenlijke economie en ons hechte bondgenootschap.”

Bron: Defensie

CdS Bauer wil snelheid, innovatie en samenwerking

Purple NECtar is het platform om een innovatief product te lanceren binnen de krijgsmacht. Maar hoe belangrijk ook, Commandant der Strijdkrachten (CdS) luitenant-admiraal Rob Bauer wil dat er overal bij Defensie ruimte is voor innovatie. “Ruimte voor het exploreren van en experimenteren met nieuwe concepten. We willen iedereen stimuleren continu ideeën te ontwikkelen die processen en producten verbeteren.”




Als het aan hem ligt, wordt innovatie business as usual. “Ook als het gaat om onze manier van werken, ons denken en doen. Blokkades en belemmeringen die innovatie, vernieuwing en verbetering in de weg staan, moeten verdwijnen. We hebben een andere mindset nodig. Goede ideeën moeten niet stranden, maar de organisatie instromen. En snel.” Bauer zei het op het Defensie Simulatie Symposium op de Vlasakkers in Amersfoort. De bijeenkomst hoorde bij Purple Nectar, een jaarlijks terugkerende oefening die volop ruimte biedt voor experimenteren, kennis delen en innovaties in de praktijk bekijken. Er kwamen meer dan 2.000 belangstellenden op af.

Te weinig snelheid
Snelheid is volgens Bauer het grootste probleem. “Het duurt nu te lang om van een idee tot uitvoering te komen. We kunnen in een missiegebied wel in korte tijd een volledig kamp opbouwen, inclusief waterput en goed draaiende logistiek. Maar het aanschaffen van nachtkijkers voor onze mensen lukt ons niet binnen 7 jaar. Hetzelfde verhaal geldt voor de aanschaf van een iPad of een smartphone. Als de administratieve molen eindelijk stilstaat, is het device al 1 of 2 generaties verder. We laten zo kansen liggen en worden vanzelf ingehaald door andere – goedwillende of kwaadwillende – partijen.”

Gelukkig gaat het ook regelmatig wel goed. Bauer noemde de DoMaintApp waarmee het onderhoud aan de Fennek is gedigitaliseerd. De tijd tussen aanbesteding aan ‘Lifely’ en de operationele testen bij diverse CLAS-eenheden was nog geen 9 maanden. “We kunnen het, maar moeten het alleen nog veel vaker doen. Het credo ‘mag niet, kan niet, wil niet’ moet overboord en plaatsmaken voor ‘het kan en mag als je het zo doet’.” Als 2e voorbeeld noemde hij de Fast Small Ship Simulator (FSSS) voor opleiding en training van het personeel dat opereert met de FRISC. Trainen met die supersnelle, wendbare, kleine rubberboten is niet zonder gevaar en beperkingen. MARIN, Cruden en Three C Technologies ontwikkelden in korte tijd een simulator. De marine schaft er 2 aan.

Eerst digitaal dan in het echt
Bauer pleitte voor modelling & simulation (M&S): eerst het digitale model bouwen, daarna de testen, eventueel aanpassen en dan pas een prototype bouwen. “Zo is de F-35 tot stand gekomen en ook onze nieuwe marineschepen. M&S draagt zo bij aan het versterken van het militair vermogen. En maakt het werken sneller, beter, slimmer, innovatiever, eenvoudiger en goedkoper.”

Defensie wil volgens Bauer voorop lopen met nieuwe ontwikkelingen, maar heeft daarvoor samenwerkingspartners nodig. “Kennisinstellingen, bedrijven, startups of wat dan ook zijn vaak innovatiever, gedurfder en creatiever dan wij zijn of kunnen zijn. Veel van de deelnemers aan Purple NECtar en het Defensie Simulatie Symposium werken niet bij de overheid, maar zijn actief in een van de andere 2 punten van de gouden driehoek. Mijn boodschap aan u allen is: wij hebben u nodig!”

Bauer noemde een groot nieuw project dat aansluit bij de ambitie om een informatiegestuurde krijgsmacht te zijn, opgewassen tegen technologisch hoogwaardige tegenstanders: het mobiele toekomstbestendige communicatiesysteem FOXTROT. De Nederlandse krijgsmacht werkt daarbij samen met de Duitse. “We zitten nog in de denk- en analysefase, maar de belangrijkste boodschap is: we zoeken nog partners!”

Bron: Defensie (foto illustratief)