Staatssecretaris informeert Kamer over inwijdingsrituelen

Staatssecretaris Barbara Visser heeft de Kamer afgelopen vrijdag nader geïnformeerd over hoe de krijgsmacht met inwijdingsrituelen omgaat. Dat deed ze naar aanleiding van een debat op 29 maart over deze rituelen.
De bewindspersoon geeft in de Kamerbrief aan dat inwijdingsrituelen niet worden verboden. In een organisatie als de krijgsmacht hebben deze een duidelijke toegevoegde waarde.

Visser: “Wij verwachten veel van onze militairen. Het succes van het militaire optreden wordt niet bepaald door de sterkte van het individu, maar door de samenwerking in het team. Groepscohesie, doorzettingsvermogen, gedeelde waarden en normen, trots en wederzijds vertrouwen zijn daarom essentieel voor militairen. De inwijdingsrituelen dragen hier aan bij. Maar iedereen moet ervan doordrongen zijn deze rituelen nooit mogen leiden tot vernedering, discriminatie of ander ongewenst gedrag.”




Verschil
Om te zorgen voor de gewenste veiligheid zijn er duidelijke regels gesteld aan inwijdingsrituelen. Deze regels zijn verwoord in een aanwijzing van de Commandant der Strijdkrachten (CDS). Binnen de kaders van de Gedragscode Defensie geeft deze aanwijzing richtlijnen voor de voorbereiding, uitvoering, evaluatie en controle. Ook moeten inwijdingsrituelen functioneel zijn. Zo moeten ze bijvoorbeeld doelstellingen als zelfdiscipline, groepsethiek, doorzettingsvermogen en improvisatievermogen bevorderen.

Hiermee is ook direct duidelijk waarom ontgroeningen verboden zijn. Dit zijn niet-gereguleerde activiteiten zonder enig doel, waarbij personen onder druk worden gezet om bepaalde activiteiten uit te voeren met de suggestie dat men hiermee wordt opgenomen in een groep. Hierbij kan misbruik gemaakt worden van de positie in de eenheid om (kwetsende) activiteiten ten opzichte van de nieuwe leden te plegen. Dit terwijl de inwijdingsrituelen, juist bedoeld zijn om de kernwaarden van de krijgsmacht te versterken met duidelijke leer- en vormingsdoelen die getoetst worden voor en achteraf op het respecteren van de geestelijke en fysieke integriteit. En waarbij alle activiteiten onder begeleiding plaatsvinden en achteraf worden geëvalueerd.

Mocht er ondanks het verbod toch iemand onder de noemer van ontgroening kwetsende activiteiten ten opzichte van zijn collega’s plegen dan spreekt de commandant de direct betrokkenen hierop aan en neemt indien nodig tuchtrechtelijke maatregelen of doet aangifte ten behoeve van strafrechtelijk onderzoek.

Aanwijzing
De CDS-aanwijzing is opgesteld in 2013. Recentelijk hebben alle Defensieonderdelen hun inwijdingsrituelen getoetst aan de CDS-aanwijzing. Bovendien is het plan van aanpak ‘Een veilige defensieorganisatie’ gepresenteerd en binnenkort wordt de Gedragscode Defensie aangepast. De CDS-aanwijzing zal hiermee in lijn worden gebracht.

Bron: Defensie (foto illustratief)