Marine zoekt naam voor schip: maar die moet wel onomstreden zijn

Er is vast enige opluchting gevoeld op de burelen van de marine. De zeventiende-eeuwse zeeheld Piet Hein blijkt ook naar de huidige maatstaven een voorbeeldig man, zo concludeerde de gemeente Rotterdam deze maand toen er een plaquette bij zijn standbeeld moest komen: niet alleen was Hein een dapper vlootcommandant, maar hij sprak zich ook nog eens kritisch uit over de behandeling van slaven in Zuid-Amerika.

Traditioneel noemt de marine veel van zijn schepen naar historische zeehelden. Maar dat kan best eens lastig worden in tijden van wegblokkades om Zwarte Piet en relletjes over de buste van Johan Willem Maurits in het gelijknamige Haagse museum.
Drie jaar geleden protesteerde de actiegroep Michiel de Rover zelfs tegen de film over Michiel de Ruyter. Bij de marine is er een fregat vernoemd naar de admiraal zelf en een naar zijn vlaggenschip De Zeven Provinciën. Van 1984 tot 2004 had de marine ook het fregat Hr.Ms. Witte de With in dienst. Rotterdamse kunstenaars wilden vorig jaar juist dat een plaatselijk cultureel centrum deze naam opgaf. De geharde zeebonk uit de Gouden Eeuw had niet zoals Coen medelijden met de inheemse bevolking, maar trad op enig moment hard op tegen Indonesische boeren door hun bomen te verbranden.




Nieuw schip
Binnenkort is het weer tijd voor nieuwe scheepsnamen. Volgend decennium wil de marine onderzeeboten, fregatten, en mijnenbestrijdingsvaartuigen aanschaffen. Maar eerst komt er in 2023 een nieuw bevoorradingsschip in de vaart. Idealiter is de naam daarvan aan het einde van dit jaar bekend, zegt overste Wilco Kramer. Hij is secretaris van de traditiecommissie bij de marine, die zich buigt over nieuwe scheepsnamen.
Zo vaak kwam het de afgelopen jaren niet voor dat de marine een nieuw schip kreeg. Dus voor iedereen die aan het nieuwe vaartuig werkt is het leuker als daar alvast een concrete naam bij hoort, en niet alleen maar een bouwnummer op de scheepswerf.

Een nieuwe Witte de With ziet Kramer niet direct komen. “In de jaren tachtig was de marine een stuk groter. Als we nu ineens twintig schepen zouden moeten vernoemen, komen Piet Hein en Witte de With wel op de rol. Deze keer denk ik dat we een andere richting ingaan.”
Wat het uiteindelijk wordt kan hij natuurlijk nog niet verklappen. Maar er zijn wel een aantal richtlijnen. Idealiter heeft een naam enige bekendheid en breken Engelstalige collega’s er hun tong niet over.

Doel kan ook zijn om de band met de samenleving te vergroten. Om deze reden zijn de patrouilleschepen de afgelopen jaren vernoemd naar de kustprovincies. Misschien is daarom een inwoner van een kustloze provincie wel eens aan de beurt, zo suggereert Kramer. “De Kortenaer was naamgever van de Kortenaer-klasse, vernoemd naar een Groningse admiraal. Nu heb je de Evertsen, naar het Zeeuwse admiraalsgeslacht. De kustprovincies lijken dus wel even bediend.”

Nieuwe provincie
Karel Doorman (Utrecht) en Jan van Amstel (Brabant) weten momenteel al een marineschip naar zich vernoemd. Oud-premier Piet de Jong (Gelderland) ligt als onderzeebootcommandant niet voor de hand bij een oppervlakteschip.
Raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt (Gelderland) speelde weliswaar een belangrijke rol bij de oprichting van de VOC, maar dat was een private organisatie. Daarom is zijn rol anders dan Johan de Witt, die mede aan de wieg stond van het Korps Mariniers. Naar hem is nu een schip vernoemd waarmee mariniers vanuit zee aanvallen op land kunnen uitvoeren.
De Pleinredactie zoekt dan ook suggesties voor het toekomstige bevoorradingsschip van de marine. U kunt zich richten tot parlement@trouw.nl. Zowel personen als plaatsen zijn toegestaan, maar wel verbonden met een kustloze provincie en het liefst met een (militaire) reputatie die anno 2019 niet al te veel gedoe oplevert.

Zeevaarders zonder scheepsnaam
1. Piet de Jong
2. Abel Tasman
3. Lodewijk van Heiden (Berend Botje)

bron: Trouw / Defensie (foto illustratief)

Marine gaat kanonnen vervangen op fregatten

Defensie gaat tussen de 100 en 250 miljoen euro uitgeven voor de vervanging van het 127 mm kanon op de vier luchtverdediging- en commandofregatten.

Aanvankelijk wilde de minister van defensie de 45 jaar oude kanonnen en de bijbehorende munitiebergplaats niet vervangen vanwege de hoge kosten. Daarna stak een storm van protest op omdat de belangrijkste fregatten dan geen wapen meer hebben tussen mitrailleurs en raketten. In verband met de escalatie van de geweldspiraal is het kanon onmisbaar. Inmiddels is minister Hennis daar ook van overtuigd.

Ze heeft de Tweede Kamer schriftelijk gemeld dat er een vervangingstraject wordt opgestart. Daarvoor is een bedrag van tussen de 100 en 250 miljoen euro vereist. De marinebelangenvereniging KVMO is blij met het besluit, maar tekent wel aan dat het nog onduidelijk is wanneer de vervanging gaat gebeuren.

Bron: Noordhollands Dagblad