Friesland hoeft volgens staatssecretaris niet bang te zijn voor laagvliegen: ‘Kans zeer klein’

De kans dat Defensie ooit de laagvliegroute over oostelijk Friesland in gebruik neemt is ,,zeer klein’’. Maar definitief schrappen komt in het woordenboek van het ministerie niet voor.

Staatssecretaris Barbara Visser gaf dinsdagavond in de Tweede Kamer uitleg over de commotie die in Friesland is ontstaan na berichten over de laagvliegroute over het oosten van de provincie. Zij zei nogmaals dat een ambtelijk bericht van de Luchtmacht, die schreef de route opnieuw in gebruik te willen nemen, ongelukkig was geweest en prematuur.




Het ministerie van Defensie is op dit moment nog niet van plan om een oude laagvliegroute boven Noord-Nederland opnieuw in gebruik te nemen.

Dat meldt woordvoerder Peter Valstar van het ministerie aan Hart van Nederland.

Wel wordt voorbereidend werk gedaan om een nieuwe vergunningsaanvraag voor militaire vluchten in te dienen. Er is nog geen beslissing genomen of de laagvliegroute bij die aanvraag wordt opgenomen, maar de optie wordt wel onderzocht.

Opgeheven vanwege overlast en gevaar
In Friesland, Overijssel en Drenthe is groot ongenoegen ontstaan over het mogelijk opnieuw in gebruik nemen van de laagvliegroute-10a. Die route, die over Noord-Nederland loopt via Dokkum, Drachten, Meppel, Deventer en Winterswijk en waar straalvliegtuigen tot 75 meter boven de grond mogen vliegen, werd in 2002 opgeheven. Dat kwam vanwege geluidsoverlast en mogelijk gevaarlijke situaties door de ligging van luchtvaartterrein Drachten.
Omwonenden van de laagvliegroute vrezen de gevolgen als de route opnieuw wordt ingevoerd. “Nu al trillen de ramen in de kozijnen, gaan auto-alarmen af en gaat de hond ervandoor als de JSF op 75 meter overkomt”, zei Gerard Veldman eerder. Veldman is bewoner van het Friese Cornjum, waar hij onder de aan- en uitvliegroute van Vliegbasis Leeuwarden woont.

Aanvraag vergunning
Inmiddels bereidt het ministerie van Defensie de aanvraag van Natuurbeschermingsvergunningen voor militaire vliegactiviteiten voor, waarbij ook het gebruik van de luchtvaartroutes wordt onderzocht. Volgens Valstar wordt op dit moment een effectenanalyse uitgevoerd, waarvan de uitkomsten zullen worden om binnen enkele weken de vergunning aan te vragen bij het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.