Waarom een Europees leger er (vooralsnog) niet komt

Merkel en Macron willen het, Rutte moet er niet aan denken: een Europees leger. De discussie laait zo af en toe op en afgelopen week droeg D66-Tweede Kamerlid Salima Belhaj er een steentje aan bij met een nieuw plan. In aanloop naar de EU-verkiezingen eind mei zal het er vaker over gaan, maar hoe groot is de kans dat het er echt van komt?

In eerste instantie wil Belhaj het Nederlandse leger openstellen voor andere EU-burgers (andere landen doen dat al), meer gezamenlijke trainingen en Europese militaire missies. Uiteindelijk zou dat volgens haar moeten leiden tot een gezamenlijke krijgsmacht, voor “meer veiligheid, meer slagkracht en minder dubbel werk”.




Minister Bijleveld van Defensie is niet enthousiast. “U weet dat ik niet voor een Europese krijgsmacht ben”, zei ze gisteren voorafgaand aan de ministerraad.” De CDA-bewindsvrouw zei, niet voor het eerst, dat Nederland zelf moet kunnen beslissen over inzet van Nederlandse militairen.

En premier Rutte denkt er net zo over. Hij noemt ook de samenwerking met de VS en de NAVO. “Die heeft ons na de Tweede Wereldoorlog veel veiligheid gebracht. (…) Europa kan zichzelf op dit moment niet verdedigen. Dat is ondenkbaar”, zei hij eerder.

Maar Nederland kan zichzelf ook helemaal niet alleen verdedigen, stelt Trineke Palm. Ze doet onderzoek naar de rol van de EU in de wereld. “Wat betekent soevereiniteit als je uiteindelijk niet in staat bent de Nederlandse veiligheid te garanderen? Om soeverein te blijven, moet Nederland bereid zijn tot vergaande samenwerking met andere EU-landen als het gaat om veiligheid en defensie.”

Palm begrijpt het argument van Rutte over de NAVO en de VS. “Als je hecht aan die verbanden, dan kan je een andere samenwerking natuurlijk zien als een soort bedreiging. Maar dat is een soort schijntegenstelling, want de NAVO en een Europees leger kunnen elkaar ook versterken.”

Vergezicht
Behalve D66 is geen enkele Nederlandse partij voor een EU-leger, maar Europese zwaargewichten Frankrijk en Duitsland zijn dat wel. “We moeten onszelf beschermen tegenover China, Rusland en zelfs de VS”, zei Macron in november. “We moeten toewerken naar een echt Europees leger”, zei Merkel een week later.

Maar een Europees leger is voorlopig nog een vergezicht. Ook Frankrijk en Duitsland hebben geen concreet plan. Wel komt er steeds meer samenwerking op verschillende vlakken. Zo hebben Nederland en Duitsland een gezamenlijk tankbataljon en bewaken Nederland en België per toerbeurt elkaars luchtruim met F-16’s. En twee weken geleden nog is er in Brussel een akkoord bereikt over forse uitbreiding van de Europese grensbewaking Frontex.

Dat soort samenwerking is prima en moet worden geïntensiveerd. Daarover zijn veel partijen het eens. “Voor een euro koop je in Europa meer impact op defensiegebied, dan wanneer je het alleen doet”, zei CDA-lijsttrekker in Europa, Esther de Lange afgelopen week in een verkiezingsdebat. “Samen zaken aanschaffen”, voegde haar VVD-collega Malik Azmani toe. “Maar een Europees leger, daar ben ik op tegen.”

PVV-lijsttrekker Marcel de Graaff stelde dat de veiligheid van Nederland al decennia wordt gewaarborgd door de NAVO. “Het is flauwekul om dan nu te zeggen: we zijn al die jaren veilig, maar we hebben wel een leger nodig. Wat is nou de noodzaak van een EU-leger?”

Vredesmissies
Ayhan Tonca van Denk vindt dat Europa zich moet wapenen tegen het gevaar van China, Rusland en de terugtrekkende VS met een sterk Europees buitenlandbeleid. “En daarbij hoort ook een leger. Niet voor oorlogen, maar juist voor vredesmissies.” Lidstaten moeten volgens de Denk-lijsttrekker wel zeggenschap houden over hun eigen militairen.

Ook niet echt een aanzet voor een soevereine Europese krijgsmacht dus. Zeventig jaar geleden was die er overigens wel bijna gekomen. “Dat was tegen de achtergrond van de Korea-oorlog en de Russische dreiging”, vertelt Palm.

West-Duitsland had geen leger (meer), maar Frankrijk wilde de bondgenoot toch bewapenen om het communistische gevaar een halt toe te roepen, via een Europees leger. Dat leidde zelfs tot een verdrag, maar na vier jaar onderhandelen schrokken de Fransen toch terug en stemden ze het weg. “Als er ooit momentum was, dan was dat toen.”

Bron: NOS / Defensie (foto illustratief)

’Europees leger is een verzameling zzp’ers’ (opiniestuk)

Terwijl de wereld de adem inhoudt bij het brisante conflict tussen Rusland en Oekraïne, is in Nederland de vraag actueel of het moet deelnemen aan een Europees leger, naast de NAVO. Oud-militair Niels Roelen schetst waarom hij sceptisch is over zo’n krijgsmacht.

Het piepte en knarste in het kabinet afgelopen dagen, nadat vicepremier Ollongren zich op een bijeenkomst in Denemarken een voorstander toonde van een Europees leger. „Laat ik helder zijn”, reageerde minister Bijleveld (Defensie), ,,dit kabinet, inclusief de vicepremier, vindt dat er geen sprake kan zijn van een Europees leger dat de nationale legers vervangt.”




Tegen samenwerking heeft Bijleveld geen bezwaar. Maar Nederland is een soeverein land, dat zelf beslist over de inzet van militairen. Wie ervaring heeft met internationale militaire samenwerking weet dat de discussie een hoog Haags gehalte heeft. Een Europees leger is een papieren tijger. Samen oefenen is geen probleem, maar voor een daadwerkelijke inzet moeten alle betrokken kabinetten een besluit nemen. Dan wordt het ingewikkeld. Zelfs een enkele Nederlandse militair onder vreemde vlag wordt dan problematisch.

Dat bleek toen Nederland deelnam aan de missie in Afghanistan en een Engelse luchtmobiele compagnie werd uitgezonden naar de provincie Helmand. De compagnie werkte samen met Nederland. De samenwerking bestond uit de uitwisseling van exact één kapitein. Terwijl iedereen, inclusief de kapitein zelf, ervan overtuigd was dat hij soepel en snel op missie zou gaan, liep het anders. Om met zijn team mee op missie te mogen, waren commandanten, juristen, een duimendik dossier en een besluit van de minister nodig.

Dat dit geen incident is, wisten ze bij het Korps Mariniers al. Een Nederlandse compagnie maakte deel uit van een Brits mariniersbataljon dat naar Irak vertrok, maar de Nederlanders bleven achter. „We zien jullie wel op het moment dat de oorlog voorbij is en er krentenbollen moeten worden gesmeerd”, kregen ze spottend toegefluisterd. Het was geen sneer van de Britten. Ze wisten van de Nederlandse collega’s dat ze bereid zijn om overal ter wereld missies uit te voeren. Maar voor de Nederlandse politiek is de wereld soms niet groter dan het plein.

Dat Europese landen al struikelen over de toestemming van een enkele militair, zegt veel over de daadwerkelijke gezamenlijke slagkracht. Voor de Russische president Poetin is het een signaal dat hij op de Krim vrij spel heeft. Zolang Europese naties op hun soevereiniteit blijven hameren, zijn we voor de ongekroonde tsaar geen bedreiging.

De politieke druk van Merkel, Macron en de andere Europese leiders om tot een vreedzame oplossing te komen, legt Poetin schouderophalend naast zich neer. Wij zijn zzp’ers die geen bedreiging vormen voor de Russische multinational, die tegen alle verdragen in ook even een nieuwe rakettenfabriek heeft geopend.

„De NAVO blijft de hoeksteen van het Nederlandse veiligheidsbeleid. Dat is van belang omdat we nu eenmaal in roerige tijden leven”, zegt minister Bijleveld.

Of we vanuit de Verenigde Staten mogen rekenen op die steun, is onzeker. Hoewel de defensiebegroting voor het eerst sinds jaren is gestegen, betalen we nog steeds zes miljard (een dikke 35%) op jaarbasis te weinig premie aan deze verzekeringspolis. Om over achterstallige contributie maar niet te spreken. Op zijn Trumps: We don’t put our money where our mouth is.

Bron: Telegraaf; Niels Roelen, oud-legermajoor en schrijver / Defensie (foto illustratief)