Europees netwerk antiterreurunits

Een hecht Europees netwerk van antiterreurunits komt een flinke stap dichterbij. Interventie-eenheden uit 31 landen slaan woensdag met de opening van een hoofdkwartier in Den Haag de handen ineen. Dat vieren ze met een terreurtraining.
Het Atlas-network komt in actie bij groot, grensoverschrijdend terrorisme waarbij de contraterreureenheden van één land het niet alleen redden. Het kan ook gaan om grote gijzelingsacties, zegt Jan Op Gen Oorth van Europol. „Bij de laatste grote aanslagen in Europa, die in Parijs, Brussel en Manchester, bliezen de aanslagplegers zich op en was de zaak snel afgelopen. Maar stel dat er gijzelaars worden genomen in een bus of trein of in de Thalys van Amsterdam naar Parijs, dan krijg je een scenario waar Atlas in beeld komt.”




Atlas is opgericht na de aanslagen op 11 september 2001, maar fungeerde vooral als informeel samenwerkingsverband. De terreurbestrijders trainen met elkaar en wisselen kennis uit. Buitenlandse units maken bijvoorbeeld gebruik van Marnehuizen bij de Lauwerszee, het grootste trainingsdorp van Europa. Speciale arrestatieteams trainen daar op het omsingelen en bestormen van huizen waar terroristen zich verschansen.

Met de opzet van een Atlas- hoofdkwartier worden de banden nu verder aangehaald. Een telefoontje naar het zenuwcentrum in het Europol-hoofdkwartier volstaat om buitenlandse terreurunits te hulp te roepen bij een groot, transnationaal incident.

Nederlanders
De Nederlandse terreurbestrijders zijn de mariniers en politiemensen van de Dienst Speciale Interventies. Woensdag traint die DSI samen met de Oostenrijkers in het stoppen van auto’s van terroristen. Tegelijkertijd is er een oefening in de Baltische Zee waar de Nederlanders met de Duitsers, Zweden en Denen oefenen op het het bevrijden van een schip vol gijzelaars. In Polen proberen eenheden vijfhonderd gijzelaars in de metro bevrijden. Zo zijn er woensdag nog zes antiterreurtrainingen gaande door heel Europa.

„Brussel vraagt om een steviger samenwerking”, zegt Op Gen Oorth. „Dus niet alleen als de aanval voorbij is bij forensisch onderzoek naar telefoons, vingerafdrukken of paspoorten. Er is ook een snelle onderlinge ondersteuning nodig op het moment dat de aanval nog gaande is. Met één belletje bereik je voortaan 38 speciale interventie-units tegelijk.”

bron: Telegraaf

Eerste overleg voor Europese militaire snelweg

Militair transport in Europa moet gemakkelijker en sneller. Dat betekent in de 1e plaats minder bureaucratie, maar eventueel ook bouwkundige aanpassingen aan wegen en bruggen. Om deze militaire snelweg in Europa te bereiken, komen vandaag vertegenwoordigers bij elkaar uit 24 EU-lidstaten, de Europese Commissie en het Europees Defensieagentschap.




Het overleg vindt plaats in Den Haag en is georganiseerd door Defensie en het ministerie van Buitenlandse Zaken. Het is de 1e van een reeks overleggen die uiteindelijk moet leiden tot een akkoord over ‘military mobility’ in Europa. De contouren van dit akkoord worden vandaag in de steigers gezet.

Woud aan regels
Het onderwerp werd vorig jaar door Nederland op de agenda geplaatst na ervaringen tijdens meerdere internationale oefeningen. Bij het passeren van iedere grens moet een woud aan procedures en regels worden doorlopen. Dat geldt voor oefeningen, maar speelt ook bij echte crisis. Het nu gestarte initiatief moet onnodige barrières wegnemen. Denk aan minder en kortere procedures en regels qua douane, gevaarlijke goederen, infrastructuur en diplomatieke toestemming.

PESCO
De militaire snelweg start als 1 van de eerste van 17 PESCO-projecten (permanent structured cooperation). PESCO is een structureel samenwerkingsverband van 25 EU-lidstaten. Nederland neemt deel aan 7 projecten op het gebied van logistiek, maritieme mijnenbestrijding, cyber, trainingsmissies, interoperabele radiocommunicatie en medische capaciteiten. Nederland is lead nation in het militaire snelwegproject.

PESCO startte in december 2017. Het moet EU-lidstaten nauwer samen te laten werken op gebied van Defensie om goedkoper in te kunnen kopen, efficiënter te werken en tot betere resultaten te komen.

Bron: Defensie